Wat kun je doen als de wereld zoals je die kende aan diens einde komt? Wanneer de gebruikelijke wetmatigheden die tot dan toe de basisbehoeften bepaalden â zoals hoe het telen van gewassen, het fokken van vee en het beschikbaar krijgen van andere voedingsmiddelen in zijn werk ging â niet meer lijken te gelden? Dit is een situatie waar de inwoners van antieke samenlevingen zich met alarmerende regelmaat in bevonden. Niet alleen waren er fluctuaties in het weer en de aanpalende tegenslagen, zoals hongersnoden, om te boven te komen. Maar men moest ook omgaan met klimaatveranderingen op een tijdschaal die individuele levens verre te boven gaat.1 Zulke hachelijke omstandigheden leggen vaak moeilijke en verregaande keuzes op. Keuzes die ons gruwelijk bekend kunnen voorkomen â zelfs vanaf ons verre gezichtspunt in de eenentwintigste eeuw.2 Vandaar dat het bestuderen van wat mensen toentertijd wel en niet deden wanneer zij geconfronteerd werden met ecologische rampspoed, misschien wel onze eigen overwegingen en verbeeldingskracht kan schragen waar het dit onderwerp betreft.
De keuzes die mensen in de oudheid maakten wat betreft natuurrampen en klimaatveranderingen konden erg verschillen. En moderne geleerden hebben reeds lang geboekstaafd dat de reacties van degenen die toen doorheen â in relevante opzichten â vergelijkbare ecologisch onheil leefden vaak uiteen liepen op manieren die we niet zouden verwachten. Want deze verschillende reacties kunnen niet geheel verklaard worden door de relevante feitelijke omstandigheden, zoals omgevingsfactoren, geografie of de aard van het onheil zelf. Nadat we drie voorbeelden van antieke gemeenschappen hebben gezien die op diverse manieren hun gewoonten en maatschappelijke inrichting aanpasten toen zij zich voor toenemende droogte gesteld zagen, zal ik een theorie bespreken die zulke uiteenlopende reacties kan verklaren. Deze theorie is gangbaar binnen de ecologische geesteswetenschappen en zij houdt in dat verhalen een soort informele databank vormden voor ecologische kennis. Antieke vertellingen kunnen daarmee dus verklaren waarom er zoân verrassende hoeveelheid keuzes beschikbaar was voor gemeenschappen die zich geconfronteerd zagen met rampzalige ecologische dilemmaâs.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Natuurlijk nor sociaal determinisme
De wetenschap betreffende de reactie van mensen uit de oudheid op ecologische rampspoed heeft menig verhit debat gezien.3 En deze vruchtbare discussies â ja, die woordgrap was bewust â leidden ertoe dat het meeste onderzoek hieromtrent zich tegenwoordig op een spectrum bevindt tussen twee gedateerd en extreem geachte posities in.4 Dit betekent, in de eerste plaats, dat menselijke samenlevingen niet louter bepaald worden door hun ecologische omstandigheden. Maar ecologische beperkingen kunnen eveneens niet volledig weggedacht worden. Dat wil zeggen dat de reacties binnen antieke gemeenschappen waar het klimaatcatastrofes betreft niet geheel werden gevormd door de relaties tussen individuen en groepen â onze omgeving speelt altijd een rol wanneer mensen de uitdagingen het hoofd trachten te bieden die de natuur op ons bordje legt.5 Resumerend, noch de natuur noch sociale verhoudingen zijn op hun eentje verantwoordelijk voor onze reacties als ecologische rampspoed ons treft. Onderzoekers en geleerden moeten dus zowel rekening houden met omgevingsfactoren als menselijke gedrag. En het was, zoals dat zo vaak het geval is, een combinatie van praktische archeologische inspanningen en grondige theorievorming die het fundament legde voor de momenteel meest invloedrijke en genuanceerde ideeĂ«n over de veelzijdige en regelmatig uiteenlopende keuzes die mensen toentertijd maakten.
In zijn uitstekende hoofdstuk Urban Adaptations to Climate Change in Northern Mesopotamia, laat Jason Ur zien dat mensen in het verre verleden een scala aan mogelijke reacties hadden om uit te kiezen als zij zich geconfronteerd zagen met klimaatverandering.6 Dit is niet alleen waar voor zeer uiteenlopende levenswijzen, zoals rondreizende herders en luitjes met een vaste woonplaats. Maar we zien ook verschillen tussen gelijksoortige samenlevingen, zoals steden.7 Hoewel de laatste levenswijze zich moeilijk laat onderzoeken. Want zulke complexe maatschappijen ontwikkelen vaak samenwerkingsstructuren en instituties die de impact van veranderingen in het klimaat konden verzachten, zoals door middel van de herverdeling van basisbehoeften. Maar tegelijkertijd konden deze complexe arrangementen te inflexibel blijken in tijden van ecologische omwentelingen en kleine verstoringen zouden zodoende weleens buitenproportioneel grote gevolgen kunnen hebben gehad. En als dat alles nog niet ingewikkeld genoeg was, kunnen menselijke activiteiten â zoals ontbossing en erosie â door een modern publiek verward worden met de impact van klimaatverandering.8 Maar zelfs als we al deze voorbehouden in het achterhoofd houden, zien we alsnog een assortiment aan zeer verschillende mogelijke keuzes. En dit wordt behendig geĂŻllustreerd door Ur met drie casussen uit het west-AziĂ« van de oudheid, meer specifiek noordwest SyriĂ«, waar moeilijke beslissingen werden opgedrongen aan drie gemeenschappen.
Drie nederzettingen, drie keuzen
De context van deze beslissingen was een verandering in het klimaat die plaatsvond vanaf ongeveer het jaar 2200 voor onze tijdrekening. Simpel gezegd, het werd droger.9 Hoewel er nog immer hoofden worden gebroken over de vraag wanneer deze verandering begon, wat de oorzaken ervan waren en of zij langzaam of snel was, zijn de gevolgen redelijk duidelijk.10 Er was een grootschalige opschudding van de maatschappelijke inrichtingen doorheen de oude wereld. De ondergang van het Akkadische Rijk in west-AziĂ«, het Oude Koninkrijk in Egypte en de Harappa-cultuur in de Indus-vallei zijn allemaal weleens tenminste gedeeltelijk geweten aan deze ecologische rampspoed. Zelfs als het bewijs hiervoor vaak vrij beperkt is.11 En die laatste opmerking vormt een belangrijk voorbehoud. Want het relatieve belang van dergelijke veranderingen in het klimaat â die deels geacht worden plaats te hebben gevonden vanwege hun vermeende gevolgen â wordt nog steeds bestudeerd door hedendaagse geleerden.12 Aangezien veel van de ontwikkelingen die we zien in toenmalige antieke gemeenschappen ook mede of geheel het resultaat kunnen zijn geweest van andere factoren.
Voor het moment werken we vanuit de hypothese dat de ontwikkelingen die we observeren tenminste voor een groot deel het gevolg waren van de voorgestelde veranderingen in het klimaat. En ook op een kleinere schaal zien we de impact op en reacties van lokale gemeenschappen op de toegenomen droogte die deze klimaatonrust kenmerkt. Deze impact en die reacties kunnen we peilen met behulp van de uitgesleten paden die nederzettingen omringden â want door velden heen lopen wordt meestal niet gewaardeerd door de planten, dus deze platgetreden routes laten ons zien tot waar de bebouwde velden liepen â en door te zoeken naar de anorganische overblijfselen van de landbouw.13 Waar het aankomt op de reacties van lokale gemeenschappen, blijkt bij dit soort onderzoek dat deze verre van gelijksoortig waren; zelfs als mensen een redelijk vergelijkbare klimaatverandering meemaakten.14
Op de vindplaats die wij nu Hamoukar noemen, kozen mensen ervoor om zowel het land dat bebouwd werd uit te breiden en meer intensieve cultivatiemethoden te gebruiken om grotere oogsten te realiseren, zoals meer mest uitspreiden.15 Dat laatste kunnen we vaststellen door de anorganische resten van dit proces, zoals potscherven. Deze omwenteling leidde ertoe dat er kleinere nederzettingen uit de grond schoten â wederom een bewuste woordgrap â naast de meer afgelegen velden. En deze strategie lijkt gewerkt te hebben. Deze gemeenschap overleefde niet alleen de klimaatverandering van die tijd, maar werd daarnaast ook rijker â totdat hun stad helaas op gewelddadige wijze vernietigd werd.16
Onze tweede vindplaats wordt meestal Tell Brak genoemd, maar we kennen ook de naam uit de oudheid: Nagar. Op het eerste gezicht zetten de mensen die in Tell Brak leefden dezelfde strategie in als de luitjes uit Hamoukar. Zij intensiveerden hun landbouwpraktijken en breidden hun velden uit. Maar waar nabij Hamoukar nieuwe nederzettingen opdoken, lijkt de bevolking van Tell Brak juist te zijn gekrompen.17 Daarnaast impliceren de veranderingen in het soort gebouwen en de lay-out van de nederzetting een herinrichting van de lokale maatschappelijke inrichting. Specifiek grotere gebouwen, die vermoedelijk een publieke functie hadden, werden ritueel verzegeld en verlaten. Maar het resulterende kleinere stadje overleefde deze roerige tijden wel en werd niet vernietigd of verlaten.18
De vindplaats die als ons derde voorbeeld dient, Tell Leilan, was één van de eerste aanwijzingen die leidde tot de hypothese dat na 2200 v.Chr. het klimaat droger werd. En deze nederzetting was het toneel van passend dramatische ontwikkelingen.19 De bewoners van dit stadje breidden wel het land uit dat onder cultivatie was, maar voor zover wij kunnen vaststellen intensiveerden zij hun landbouwpraktijken niet.20 Het kan zijn dat zij de periode waarin de velden braak lagen verkortten â iets dat onzichtbaar voor ons is â maar dit zou een toegenomen risico op misoogsten met zich mee hebben gebracht. Het is dan ook weinig verrassend, hoewel niet minder droef, dat deze nederzetting redelijk snel na 2200 v.Chr. verlaten werd door haar bewoners. En dit lijkt in een adembenemend tempo te zijn gebeurd. De laatste administratieve kleitabletten schijnen te zijn geschreven terwijl het bestuursgebouw waarin deze bewaard werden al ontruimd werd.21
Dit zijn slechts drie van de grootste en best onderzochte vindplaatsen in het noordoosten van Syrië.22 En het verkennen van andere nederzettingen kan ons wellicht extra informatie verschaffen. Zoals verklaren waar de vermiste bevolking van Tell Brak heen ging!23 Maar de verschillende benaderingen die gekozen werden in het aangezicht van op relevante punten vergelijkbare ecologische uitdagingen, spreken nog nu al tot de verbeelding. En ze lokken eveneens een vraag uit: hoe zullen mensen deze veranderingen ervaren hebben en waarom reageerden ze op deze wijze?
Catastrofe, Collaps, and Cultuur
Beseften de mensen in de drie gemeenschappen die we hebben bekeken eigenlijk wel dat ze te maken hadden met een ecologische catastrofe? Deze gebeurtenissen, toenemende droogte en da aanpalende repercussies voor het milieu, lijken in weinig op rampen zoals we ze tegenwoordig voorstellen. Maar onze verbeelding neemt vaak vele soorten ontregelingen samen, zoals instituties die niet functioneren, econmische structuren die wankelen en bevolkingen die noodgedwongen hun boeltje pakken en elders gaan wonen.24 Maar zelfs op zichzelf kan toenemende drogen en de daarbij behorende uitdagingen een ramp vormen.25 En dat is wat we zien bij onze casussen. Alle drie deze nederzettingen veranderden dramatisch na 2200 v.Chr, met navenant ingrijpende drastische modificaties van de landbouw en sociale verhoudingen. Maar toen er zware keuzes moesten worden gemaakt vanwege ecologisch onheil koos men drie verschillende paden. En deze verschillen zouden best weleens van doen kunnen hebben met de gewoonten, waarden en prioriteiten van de mensen die samen deze gemeenschappen vormden.26
In het voorgaande ontdekten we dat de relatie tussen onze drie gemeenschappen en hun omgeving zowel complex als non-lineair was.27 Aangezien de omstandigheden van na 2200 v.Chr. een grofweg vergelijkbaar sjabloon vormden, kunnen we bevestigen dat het Ă©n de wisselvalligheden van het milieu Ă©n de menselijke eigenaardigheden waren die bepaalden wat de gekozen handelswijze uiteindelijk was. En dat handelen moet je letterlijk nemen: het zijn mensen die de uiteindelijke beslissingen nemen en het helpt onze analyse niet als we maatschappijen zelf zien als handelende entiteiten.28 We kunnen aannemen op basis van onze archeologische excursie dat de mensen van toen verschillende inschattingen maakten die leiden tot dito keuzes. Zoals Simone Riehl het bondig formuleert, âzien diverse mensengroepen hun omgeving verschillend hetgeen leidt tot andere houdingen ten opzichte van veranderingen in die omgeving en het beheer van hulpbronnen.â29 En dat roept de vraag op waar die verschillende zienswijzen en de daaropvolgende variate aan mogelijk geachte en geaccepteerde handelswijzen binnen de diverse gemeenschappen vandaan komen?
Verhalen voor dreigende tijden
Veel tekstgenres kunnen ons informeren over de behandeling van hun milieu door mensen in de oudheid en de veranderingen daarin.30 Daarom hebben hedendaagse geleerden, naast andere aanvliegroutes, sedert lang oude teksten doorzocht voor verklaringen van de verschillende houdingen bij ecologisch onheil. Een aantrekkelijke theorie, die populair is binnen de ecologische geesteswetenschappen, postuleert dat verhalen konden functioneren als de bewaarplaats van kennis over het milieu en daarmee weerbaarheid verschaften als er een ingrijpende klimaatgebeurtenis plaatsvond.31 Oude verhalen bestuderen kan ons daarmee informeren over de manieren waarop mensen zich toentertijd verhielden tot hun natuurlijke omgeving en hier zelf ook invloed op uitoefenden. En dit past bij de centrale missie van de ecologische geesteswetenschappen: om mensen terug in de natuur te plaatsen als expliciete deelnemers die zowel invloed uitoefenen op als beĂŻnvloed worden door hun omgeving.32 Hierbij moeten we uiteraard wel de grenzen van verhalen als historische bron in de gaten houden, inclusief het feit dat deze wellicht slechts de denkbeelden van bepaalde delen van de maatschappijen die ze voortbrachten weerspiegelden. Lezen en schrijven was immers beperkt en zodoende zijn er ons misschien alleen maar bepaalde soorten verhalen overgeleverd.33
En dit idee, dat verhalen een reservoir aan ideeĂ«n en denkbeelden vormen die mensen van dienst konden zijn bij het zich instellen op veranderende omstandigheden, is uiterst interessant. Zoals Sarah Iles Johnston schrijft in meer algemene zin, zijn verhalen âuitermate geschikt voor het beschrijven van gebeurtenissen die zowel de verteller als de luisteraars niet zelf hebben meegemaakt op zulk een overtuigende wijze dat dergelijke gebeurtenissen geloofwaardig worden, waardoor de ideeĂ«n van het publiek over wat mogelijk is verder uitgebreid worden.â34 Wanneer we dit inzicht toepassen op milieukennis zoals deze losgekoppeld van direct praktisch nut is vervat in verhalen, kunnen we ons voorstellen dat de diverse opties die verkend worden doorheen dergelijke narratieven een voordeel kunnen zijn als je je moet aanpassen aan de wreedheden van het klimaat, of dit nu de gebruikelijke grillen zijn of grootschalige veranderingen.35 Zodoende bieden verhalen niet zozeer concrete oplossingen voor concrete problemen, maar vormen deze mensen hun mentaliteit, hun verbeeldingskracht en hun mogelijkheden om praktische scenarioâs in abstracte zin te verkennen. Kort en goed, ze verklaren de mogelijkheid van verschillende keuzes.
Dit soort onderzoek doen is echter idyllisch noch idealistisch. Oude verhalen konden namelijk ook een slechte behandeling van het milieu rechtvaardigen en als ze op die manier hun publiek inspireerden, zouden ze juist kunnen bijdragen aan ecologische rampspoed.36 Daarnaast vormen de ecologische aspecten van de verhalen slechts één laag die we kunnen ontwaren in deze antieke vertellingen. En we moeten er regelmatig voor zoeken tussen de andere lagen die ons vorsen juist kunnen bemoeilijken. Lagen die misschien wel bestaande hiërarchieën en de status quo schragen en daarmee juist de menselijke handelingsmogelijkheid hinderen.37 Oude verhalen mogen dan wel een relevante en zelfs spannende bron zijn, maar we moeten ze wel voorzichtig tegemoet blijven treden
Ecologische verhalen uit het oude West-Azië
Als we oude verhalen naar voren willen brengen als deel van de verklaring voor de verschillende keuzes die mensen in de oudheid maakten als zij zich geconfronteerd zagen met ecologische rampspoed, moeten we onze beschikbare bronnen wel zorgvuldig ontleden. En ik wil jullie daarom een paar voorbeelden voorleggen uit de regio van de drie nederzettingen die we hierboven bezochten, het West-AziĂ« van de oudheid, om aan te geven hoe zoân onderneming er in de praktijk uit zou zien. Om één en ander niet uit de hand te laten lopen, zal ik mij beperken tot het belang van één onderdeel van de natuur, namelijk bossen.
Eén genre van narratieve literatuur dat relevant voor ons is, bestaat uit klaagzangen die het wrede lot beklagen van samenlevingen die door de goden in de steek werden gelaten.38 En deze klaagzangen gaan vaak over de schade aan het menselijk bestaan door omwentelingen in de natuurlijke wereld.39 In de Klaagzang voor Soemer en Oer valt het ons op dat de verwoesting van wilde bossen wordt genoemd in samenhang met het lijden van fruitbomen in hun gaarden.40 Het handelen van de goden in de Vloek van Aggade illustreert het belang van de beschikbaarheid van hout, aangezien zij verordonneren dat het timmerhout van de gelijknamige stad terug dient te keren naar het bos.41 De mensheid, zo lijkt het als men deze twee klaagzangen leest, is afhankelijk van de natuur voor hulpbronnen zoals hout en de vernietiging daarvan werd dus gezien als een passende bovennatuurlijke bestraffing.
Dat een zekere orde binnen de natuurlijke wereld noodzakelijk was voor het floreren van menselijke bevolkingen â en dat de verstoring daarvan rampzalig kon zijn â wordt ook duidelijk in diverse scheppingsmythen. Als we een compositie die tegenwoordig bekendstaat als Marduk, schepper van de wereld als voorbeeld nemen, merkt de scherpe lezer al snel op dat de god niet alleen de natuurlijke wereld moet scheppen, maar dat hij deze vervolgens ook moet organiseren zodat bijvoorbeeld bossen het menselijk bestaan in nederzettingen, zoals steden, kan ondersteunen.42
Tot slot wil ik jullie aandacht vragen voor verhalen waarin de menselijke vernietiging van de natuur gepresenteerd wordt als iets dat op zijn best beklagenswaardig is en op zijn slechts verwerpelijk. Neem het Gilgamesj Epos, het bekendste verhaal over deze legendarische koning, die â naast andere avonturen â naar een ver cederwoud reisde om hout en roem te verwerven. We leren dat het woud een indrukwekkende plek is, waar men zich van kon voorstellen dat de goden er wonen.43 En wanneer Gilgamesj en zijn gezel Enkidoe een belichaming van het woud doden, zijn de goden misnoegd. Daarnaast wordt het omhakken van bomen in sommige versies beschreven als moord.44 De natuur kon weliswaar gebruikt worden, maar misbruik was bekend en kon worden afgekeurd. In historische tijden werd bossen bijvoorbeeld bewust vernietigd door Assyrische koningen om hun vijanden te schaden.45 Aldus wordt duidelijk dat de mensen toentertijd weet hadden van hun impact op het milieu en dat dit mede werd gevormd door hun invloed. En hun verhalen hierover, waarvan we er vandaag maar een paar bespraken, zijn zich er bewust van dat sommige mensendaden hieromtrent risicoâs met zich meebrachten. Niet alleen bovennatuurlijk, maar ook in praktische zin. Ontbossing kon bijvoorbeeld leiden tot erosie.46
En dit brengt ons bij een laatste, onontkoombare observatie: de gemaakte keuzes inzake ecologische rampspoed konden fout zijn. Tenminste, als men rampzalige gevolgen voor al de betrokken menselijke en niet menselijke levens wilde voorkomen. En zoals de koninklijke onbezonnenheid hierboven al illustreerde, kon het hachelijk zijn om de heersende elites en hun connectie met de bovennatuur te vertrouwen â want dit vertrouwen en die connectie konden niet altijd de milieuschade ten gevolge van ecologische rampspoed voorkomen of remediĂ«ren.47
Conclusie: een immer getrouwere weergave
Met onze huidige kennis is het onmogelijk om vast te stellen in hoeverre elk van de factoren die we vandaag bespraken meewoog in mensen hun beslissingsproces wanneer zij zich geconfronteerd zagen met ecologische rampspoed.48 En dit geldt helaas ook voor de rol van verhalen. Zoals duidelijk werd, hebben we hier van doen met een fenomeen dat door en door multi-causaal is. En er zijn wellicht vele positieve en negatieve interactieve processen betrokken bij het bepalen van mensen hun interacties met de natuurlijke wereld â op acties volgen reacties, jeweetwel â die we nog niet volledig in kaart hebben gebracht of ĂŒberhaupt begrijpen.49 Al geeft dit ons wel een excuus om oude verhalen te blijven lezen, wat altijd een feestje is!
Nu we aan het einde van dit blog zijn aangekomen, schijnt het mij passend toe om op te merken dat veranderingen doorheen de antieke samenlevingen en maatschappijen zelden rechttoe rechtaan waren. Daarom zullen sommige meebepalende factoren ons wellicht nog lange tijd blijven ontgaan.50 Maar het bestuderen van de invloeden waar wij ons wĂ©l reeds van bewust zijn, geeft ons een immer getrouwere weergave van dit tijdperk. Zelfs als ons beeld nooit helemaal compleet zal zijn â tenzij men serieus investeert in tijdreismachines, uiteraard.

Voetnoten
- Jason Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, in: Susanne Kerner, Rachael J. Dann & Pernille Bangsgaard (red.), Climate and Ancient Societies (Copenhagen: Museum Tusculanum Press, 2015), p. 71; Roderick J. McIntosh, Joseph A. Tainter & Susan K. McIntosh, âClimate, History, and Human Actionâ, in: Roderick J. McIntosh, Joseph A. Tainter & Susan K. McIntosh (red.), The Way the Wind Blows: Climate, History, and Human Action (New York: Columbia University Press, 2000), p. 16-17.
- Malcolm H. Wiener, âThe Interaction of Climate Change and Agency in the Collapse of Civilizations ca. 2300â2000 BCâ, Radiocarbon 2014, 56 (4), p. 11; Simone Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle East: Understanding the Reasons for Non-Sustainability in Past Agricultural Systemsâ, in: Susanne Kerner, Rachael J. Dann & Pernille Bangsgaard (red.), Climate and Ancient Societies (Copenhagen: Museum Tusculanum Press, 2015), p. 291.
- Tony Wilkinson, âIntroduction to Geography, Climate, Topography, and Hydrologyâ, in: Daniel T. Potts (red.), A Companion to the Archaeology of the Ancient Near East (Malden: Blackwell Publishing, 2012), p. 3-4.
- Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 292, 295-296.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 70; Arlene M. Rosen & Steven A. Rosen, âDeterminist or Not Determinist? Climate, Environment, and Archaeological Explanation in the Levantâ, in: Samuel R. Wolff (red.), Studies in the Archaeology of Israel and Neighboring Lands in Memory of Douglas L. Esse (Chicago: Oriental Institute of the University of Chicago, 2001), p. 536-537.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 69-95. Ur beperkt zichzelf tot noordelijk MesopotamiĂ«, maar er is ook literatuur waarin andere regioâs uit de oudheid io deze manier onderzocht worden. Voor de Levant als een nabij voorbeeld, zie: Rosen & Rosen, âDeterminist or Not Determinist?â, p. 535-549.
- Over de aard van steden en dorpen in de oudheid zoals die zich verhouden tot andersoortig georganiseerde gemeenschappen, zie: Elizabeth C. Stone, âThe Organisation of a Sumerian Town: The Physical Remains of Ancient Social Systemsâ, in: Harriet Crawford (red.), The Sumerian World (Londen: Routledge, 2013), p. 173.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 69.
- Deze grootschalige klmaatverandering wordt ook wel de 4.2 ka CAL BP gebeurtenis genoemd, zie: Wiener, âThe Interaction of Climate Change and Agency in the Collapse of Civilizations ca. 2300â2000 BCâ, p. 2-3.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 75-76; Wiener, âThe Interaction of Climate Change and Agency in the Collapse of Civilizations ca. 2300â2000 BCâ, p. 3-7.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 74. Dit bewijs wordt dus nog druk bediscussieerd. Voor het Akkadische Rijk als voorbeeld, zie: Aron Dornauer, âBioclimatic and Agroecological Properties of Crop Taxa: A Survey of the Cuneiform Evidence Concerning Climatic Change and the Early/Middle Bronze Age Transitionâ, in: Felix Höflmayer (red.), The Late Third Millennium in the Ancient Near East: Chronology, C14, and Climate Change (Chicago: Oriental Institute of the University of Chicago, 2017), p. 224-225.
- De literatuur die ik in dit blog aanhaal, weidt ook uit over deze geleerde discussie. En ooit kom ik hierop terug!
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 76-78. Voor de relevante aspecten van de landbouw in het West-AziĂ« van de oudheid, zie: George Willcox, âThe Beginnings of Cereal Cultivation and Domestication in Soutwest Asiaâ, in: Daniel Potts (red.), A Companion to the Archeology of the Ancient Near East (Malden: Blackwell Publishing, 2012), p. 163-180.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 78.
- Voor deze vindplaats, zie in zijn algemeenheid: Jason Ur, Urbanism and Cultural Landscapes in Northeastern Syria: The Tell Hamoukar Survey 1999â2001 (Chicago: Oriental Institute of the University of Chicago, 2010).
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 79. Voor een voorgestelde kortstondige heropleving van de bewoning van deze nederzetting, zie: Harvey Weiss, ââSeventeen Kings Who Lived in Tentsââ, in: Felix Höflmayer (red.), The Late Third Millennium in the Ancient Near East: Chronology, C14, and Climate Change (Chicago: Oriental Institute of the University of Chicago, 2017), p. 139.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 79-80.
- Weiss, ââSeventeen Kings Who Lived in Tentsââ, p. 136; Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 80-81; Wiener, âThe Interaction of Climate Change and Agency in the Collapse of Civilizations ca. 2300â2000 BCâ, p. 3.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 82-83; Wiener, âThe Interaction of Climate Change and Agency in the Collapse of Civilizations ca. 2300â2000 BCâ, p. 4; Harvey Weiss, âLate Third Millennium Abrupt Climate Change and Social Collapse in West Asia and Egyptâ, in: Hasan NĂŒzhet Dalfes, George Kukla & Harvey Weiss (red.), Third Millennium BC Climate Change and Old World Collapse (Cham: Springer, 1997), p. 712.
- Althans, niet op een manier die wij kunnen vaststellen met onze huidige methodologieĂ«n, zie: Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 82, noot 1.
- Weiss, ââSeventeen Kings Who Lived in Tentsââ, p. 136.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 84.
- Wellicht namen de mensen die we missen de levenswijze van rondzwervende herders op, zie: Arne Wossink, âClimate, History, and Demography: A Case-Study from the Balikh Valley, Syriaâ, in: Hala Alarashi et al (red.) Regards CroisĂ©s sur lâĂtude ArchĂ©ologique des Paysages Anciens: Nouvelles Recherches dans le Bassin MĂ©diterranĂ©en, en Asie Centrale et au Proche et au Moyen-Orient (Lyon: Maison de lâOrient et de la MĂ©diterranĂ©e Jean Pouilloux, 2010), p. 187-188.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 71; Glenn M. Schwartz, âTaking the Long View on Collapse: A Syrian Perspectiveâ, in: Catherine KuzucuoÄlu & Catherine Marro (red.), SociĂ©tĂ©s Humaines et Changement Climatique Ă la Fin du TroisiĂšme MillĂ©naire: Une Crise a-t-Elle eu Lieu en Haute MĂ©sopotamie? Actes du Colloque de Lyon (5-8 DĂ©cembre 2005) (Paris: De Boccard, 2007), p, 46-49.
- Harvey, Weiss, âBeyond the Younger Dryas: Collapse as Adaptation to Abrupt Climate Change in Ancient West Asia and the Eastern Mediterraneanâ, in: Garth Bawden & Richard M. Reycraft (red.), Environmental Disaster and the Archaeology of Human Response (Albuquerque: Maxwell Museum of Anthropology, 2000), p. 88.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 87; Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 293, 296.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 70.
- Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 293; Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 70-71.
- â[D]ifferences in perception of the environment by different human groups, which leads to different attitudes toward environmental change and resource management.â, zie: Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 296.
- Voor meer informatie en voorbeelden, zie: Cinzia Bearzot, âAncient Ecology: Problems of Terminologyâ, in: Orietta D. Cordovana & Gian Franco Chiai (eds), Pollution and Environment in Ancient Life and Thought (Stuttgart: Franz Steiner Verlag, 2017), p. 53; Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 294.
- Caroline Heitz, Julian Laabs, Martin Hinz & Albert Hafner, âCollapse and Resilience in Prehistoric Archaeology: Questioning Concepts and Causalities in Models of Climate-Induced Societal Transformationsâ, in: Paul Erdkamp, Joseph Gilbert Manning & Koenraad Verboven (red.), Climate Change and Ancient Societies in Europe and the Near East: Diversity in Collapse and Resilience (Cham: Palgrave Macmillan, 2021), p. 136-137.
- Brooke Holmes, âForeword: Before Nature?â, in: Christopher Schliephake (red.), Ecocriticism, Ecology, and the Cultures of Antiquity (Lanham: Lexington Books, 2017), p. xii; Louise Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture (Cambridge: Cambridge University Press, 2022), p. 18-20.
- Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 295.
- â[E]specially good at describing events that have not been experienced by either the narrators or the listeners themselves so persuasively that those events become credible, thus enlarging the audienceâs sense of what might be possibleâ, zie: Sarah Iles Johnston, The Story of Myth (Cambridge: Harvard University Press, 2018), p. 10.
- Christopher Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World: Questions and Perspectives (Cambridge: Cambridge University Press, 2020), p. 29-30.
- Hans-Joachim Gehrke, Mythos, Geschichte, Politik â Antik und Modern, Saeculum 1994, 45 (2), p. 239â264.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 30.
- Nili Samet, The Lamentation over the Destruction of Ur (Winona Lake: Eisenbrauns, 2014), p. 1-5.
- Stephanie Dalley, âThe Natural World in Ancient Mesopotamian Literatureâ, in: John Parham & Louise Westling (red.), A Global History of Literature and the Environment (Cambridge: Cambridge University Press, 2017), p. 22-23.
- Piotr MichaĆowski, The Lamentation over the Destruction of Sumer and Ur (Winona Lake: Eisenbrauns, 1989), p. 41.
- Jerold S. Cooper, The Curse of Agade (Baltimore: Johns Hopkins University Press, 1983), p. 61.
- Benjamin R. Foster, Before the Muses: An Anthology of Akkadian Literature, 3rd Edition (Bethesda: CDL press, 2005), p. 488-489. Dit verhaal staat bekend onder een aantal verschillende namen, zie: Wilfred G. Lambert, Babylonian Creation Myths (Winona Lake: Eisenbrauns, 2013), p. 366; Claus Ambos, Mesopotamische Baurituale aus dem 1. Jahrtausend v. Chr. (Dresden: Islet, 2004), p. 200.
- Dalley, âThe Natural World in Ancient Mesopotamian Literatureâ, p. 29; Noga Ayali-Darshan, âThe Background Of The Cedar Forest Tradition in the Egyptian Tale Of The Two Brothers in the Light of West-Asian Literatureâ, Ăgypten und Levante / Egypt and the Levant 2017, Vol. 27 (1), p. 187-188.
- Mark Jarzombek, âThe Epic of Gilgamesh and the Political Symbolism of the Peripheryâ, Perspecta 2019, 52 (1), p. 137.
- Walter Mayer, âSargons Feldzug gegen Urartu â 714 v.Chrâ, Mitteilungen der Deutschen Orient-Gesellschaft zu Berlin 1983, 86 (115), p. 70-71, 96-97.
- Dalley, âThe Natural World in Ancient Mesopotamian Literatureâ, p. 33.
- Ur, âUrban Adaptation to Climate Change in Northern Mesopotamiaâ, p. 84.
- Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 293.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 21.
- Riehl, âStable Isotope Analysis in the Middle Eastâ, p. 296.