In maart 2024 verwierp een comité van de Internationale Bond der Geologische Wetenschaappen een voorstel om het antropoceen officieel te erkennen als één van de geologische tijdperken.1 Dit voorstel was gebaseerd op een onderzoeksproject dat had gezocht naar het punt waarop de groeiende impact van menselijk handelen op het wereldwijde klimaat bepaalde sporen begon achter te laten in aardlagen.2 Zulk handelen omvat onder meer het creëren van radioactieve materie en het verbruik van fossiele brandstoffen. Als de resultaten van dit onderzoeksproject, zoals die vervat waren in het voorstel, geaccepteerd waren, dan zou dit nieuwe geologische tijdperk ongeveer halverwege de vorige eeuw zijn begonnen. Deze tijdsperiode zou dan grofweg samenvallen met het zogenoemde atoomtijdperk.3 Dit betekent echter niet dat het idee van een antropoceen zomaar bij het grofvuil kan worden gezet. Er is wellicht nog steeds behoefte aan een dergelijke term in de wetenschap en ons dagelijkse taalgebruik.4
Het hoeft daarom geen verrassing te heten dat na de afwijzing van dit voorstel voor een geologisch antropoceen, veel mensen naar hun pen, toetsenbord of postduif grepen om de argumenten voor en tegen nogmaals te bediscussiĂ«ren. Kan een geologisch tijdperk immers wel zo kort zijn, bijvoorbeeld? En zijn de afgelopen zeventig-of-wat jaren niet te recent om er ĂŒberhaupt iets zinvols over te kunnen zeggen? Maar de debatten die vooral mijn aandacht trokken, waren degenen waarin het voorgestelde beginpunt van het antropoceen werd betwist. Want men kan net zo goed onderbouwen dat het antropoceen veel eerder is begonnen dan halverwege de vorige eeuw. En dat is de vraag waar we vandaag antwoorden voor zullen trachten te vinden: wanneer begon het antropoceen?
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Het antropoceen definiëren
Als we op zoek gaan naar het begin ervan, ontkomen we er niet aan om eerst vast te stellen wat het antropoceen eigenlijk is. En hier stuiten we op de een eerste hindernis die bijdraagt aan de onoverzichtelijkheid van deze kwestie: de term âantropoceenâ wordt gebruikt binnen zeer veel wetenschappelijke vakgebieden. En degenen die deze vakgebieden bevolken hebben er bijna net zoveel betekenissen aan toegekend.5 Het woord werd oorspronkelijk bedacht door twee wetenschappers, Paul Crutzen and Eugene Stoermer, die onafhankelijk van elkaar op hetzelfde idee waren gekomen.6 Deze twee staken vervolgens de koppen bij elkaar en in 2000 n.Chr. openbaarden zij hun voorstel voor een nieuw geologisch tijdperk.7 Dit zou betekenen dat het holoceen of het ânieuwe geheelâ, hetgeen het geologische tijdperk is dat volgde op de laatste ijstijd en duurt tot de dag van vandaag, ergens in het verleden tot een einde is gekomen of misschien zelfs in zijn geheel hernoemd moet worden.8 Sindsdien is er heel wat inkt gevloeid in geleerde woordenwisselingen over welke menselijke activiteiten en de gevolgen daarvan genoeg impact hebben gehad om dit nieuwe menselijke tijdperk in te luiden.
Want dat is immers de centrale vraag: wanneer kan men met recht spreken van een tijdperk dat is vernoemd naar de Griekse woorden voor âmensâ (áŒÎœÎžÏÏÏÎżÏ) en ârecentâ of ânieuwâ (ÎșαÎčΜÏÏ)?9 Dat wil zeggen, naar wat voor menselijke invloed zijn we op zoek en hoe of waar kunnen we die meten? De antwoorden die reeds gesuggereerd zijn, vormen een uitbundig gezelschap! Ten eerste zijn er de onderzoekers die het voorbeeld van de twee wetenschappers volgen die de term bedachten en op zoek zijn gegaan naar veranderingen in de geologie van onze planeet waar we de mens verantwoordelijk voor kunnen houden. Voorgestelde veranderingen variĂ«ren van de radioactieve sporen die de testen voor de eerste atoomwapens hebben achtergelaten tot de resten van de fabricatie van wolfram carbid, een ingrediĂ«nt van balpennen.10 Andere focussen op de invloed die menselijk handelen heeft gehad op onze natuurlijke omgeving.11 Hierbinnen zijn er degenen die lokale veranderingen voldoende achten â zoals de ontbossing die plaatsvond tijdens het neolithicum â en degenen die als hun ijkpunt de aanvang van door de mens veroorzaakte wereldwijde klimaatverandering nemen. Hoe men het antropoceen definieert is dus vaak afhankelijk van welke menselijke activiteit men als de relevante maatstaf beschouwt en daarmee het veronderstelde beginpunt van dit nieuwe tijdperk.
Geopperde beginpunten voor het antropoceen
Nu duidelijk is geworden dat het antropoceen tenminste gedeeltelijk gekenmerkt wordt door wanneer men denkt dat het begon, is het toch wel tijd om de mogelijke beginpunten eens nader te bekijken. Er zijn grofweg drie perioden die regelmatig gesuggereerd worden. We zullen eerst de meest recente periode onder handen nemen en vandaar duiken we verder het verleden in, vooraleer we in onze DeLorean stappen en terugkeren naar de toekomst.
Het atoomtijdperk
De komst van het atoomtijdperk wordt vaak gezien als het begin van het antropoceen. Dit merkten we al bij onze bespreking van het afgewezen voorstel voor een nieuw geologisch tijdperk dat geacht werd halverwege de vorige eeuw begonnen te zijn. Maar de sporen van radioactiviteit die sindsdien in de grond te vinden zijn, zijn niet de enige mogelijke markering die het startpunt van het antropoceen gedurende deze tijdspanne zou plaatsen. Microplastics worden bijvoorbeeld ook overwogen als een relevant geologisch kenmerk.12 En dan is er ook nog het zogenoemde zesde uitsterven â een grote sterfte onder allerlei soorten die men mede wijt aan menselijke activiteiten.13 Het is trouwens interessant om te zien hoe elk van deze voorstellen een ander aspect van de toenemende menselijke invloed op de planeet belicht.
Helaas wordt een deel van het onderzoek naar deze mogelijke geologische kenmerken van het antropoceen gehinderd door meetproblemen. Als we het voorbeeld van de microplastics er weer bij pakken, dan zien we dat zulke deeltjes in staat zijn om zich doorheen verschillende aardlagen te wringen en ons zo in verwarring kunnen brengen.14 Om zulke moeilijkheden te slim af te zien, kiezen wetenschappers vaak voor één of meerdere referentiepunten die ze dan aan een grondig onderzoek onderwerpen. Zoals de radioactieve sedimentlagen in het Crawfordmeer in Canada.15 En dan zijn er onvermijdelijk onderzoekers die hun gekozen maatstaf bekijken en vaststellen dat deze suggereert dat het begin van het antropoceen weleens nog verder in het verleden zou kunnen liggen.
De industriële revolutie
Een andere periode die regelmatig te berde wordt gebracht als het begin van het antropoceen, is het tijdvak waarin de Europese koloniale machten grote delen van de rest van de wereld onder hun overheersing brachten.16 Sommige onderzoekers situeren het startpunt van het antropoceen vrij vroeg in deze tijdsspanne. In 1492 n.Chr. bijvoorbeeld, toen de Europeanen voor de tweede keer de Amerikaâs bereikten.17 Want deze gebeurtenis markeerde het begin van een nog immer voortdurende reeks aan wereldwijde ecologische veranderingen â om nog maar te zwijgen over de âneergang van menselijke populaties doorheen de Amerikaâs.â18 Maar nog vaker wordt de industriĂ«le revolutie, die in de 18de eeuw n.Chr. begon op het Europese continent, voorgesteld als het moment waarop menselijke activiteiten en hun impact op het wereldwijde klimaat daadwerkelijk een nieuw menselijk tijdperk teweeg brachten.19
Gedurende de industriĂ«le revolutie vond er een fundamentele verschuiving plaats. De mensheid stapte van voornamelijk organische energiebronnen â zoals hout en houtskool â over op fossiele brandstoffen, zoals kolen en olie.20 Als gevolg hiervan begonnen mensen meer broeikasgassen de atmosfeer in te pompen dan zij voorheen deden of ĂŒberhaupt toe in staat waren. Al droegen sommigen van hen hier beduidend meer aan bij dan anderen, zoals degenen die in de landen in het wereldwijde noorden woonden.21 Maar dit is niet de enige aangelegenheid gedurende dat tijdvak waarmee we kunnen rechtvaardigen dat de wereld een nieuw tijdperk inging. Historicus Greg Gushman heeft bijvoorbeeld de mijnbouw aangedragen. Zeker vanaf de jaren 30â van de 19de eeuw n.Chr. heeft deze activiteit, tezamen met andere soortgelijke indicatoren, een forse impact op de planeet gehad.22 Maar mensen zijn toch zeker niet een kleine twee eeuwen geleden begonnen met het ontginnen van ertsen? Hoewel de schaal misschien niet vergelijkbaar is, kan het daarom nuttig zijn om nog iets verder terug de geschiedenis in te kijken voor het beginpunt van het antropoceen.23
Het antieke anthropoceen
Geloof het of niet, maar het idee voor een antiek antropoceen, dat reeds een aanvang nam in de oudheid of zelfs eerder, is verre van nieuw. Meestal noemt men als mogelijke beginpunten het ontstaan van de systematische landbouw en de aanpalende technologische ontwikkelingen vanaf ca. 10.000 v.Chr of het rond 5000 v.Chr. tot wasdom komen van proto-steden in zuidelijk MesopotamiĂ«.24 Maatstaven die men hierbij zou kunnen hanteren ter aanvulling van de agrarische mijlpalen zijn de relatief wijdverbreide ontbossing die toentertijd plaatsvond en â wellicht verrassend â onlangs vastgestelde opmerkelijke trends met betrekking tot broeikasgassen zoals koolstofdioxide en methaan.25
Dat gezegd hebbende, zullen we ons moeten aansluiten bij Christopher Schliephake wanneer hij zegt dat âhet vanuit een geologisch standpunt duidelijk moge zijn dat de oudheid buiten de chronologische kenmerken van het antropoceen valt.â26 Als we echter de geologie voor een moment terzijde schuiven en ons richten op de impact van de mensheid op een bescheidener schaal, dan vinden we toch aanwijzingen dat het nuttig zou kunnen zijn om de levens en de perspectieven van de mensen uit de oudheid bij onze hedendaagse discussies over het antropoceen te betrekken. Want veel van deze discussies grijpen terug op voorbeelden uit de oudheid en ook de ideeĂ«n die worden besproken hebben vaak antieke voorlopers.27 Het Gilgamesj-epos bevat bijvoorbeeld reeds lessen over de valkuilen van een onverstandig gebruik van de hulpbronnen die de aarde ons biedt.28 En naast dit soort lessen kan de bestudering van het verre verleden ons ook helpen om onze huidige overtuigingen en vooroordelen kritisch te bekijken. Zodoende worden wij wellicht in staat gesteld om de vele uitdagingen van het antropoceen bedachtzamer en effectiever tegemoet te treden.29
Conclusie: voorbij het antropoceen
Het antropoceen is een interessant en nuttig concept voor eenieder die meer te weten wil komen over de impact van de mensheid op onze planetaire omstandigheden. Want dankzij deze term kan men zich makkelijker realiseren hoe immens onze invloed is, specifiek op het wereldwijde klimaat, en wat wij kunnen doen om de effecten daarvan in kaart te brengen en eventueel te remediĂ«ren.30 Maar het concept kent ook een blinde vlek wat betreft onze eigen plek in het grotere geheel: de mens wordt wederom in de spotlights gezet!31 Daarnaast kan het gebruik van zoân wijdlopige term als het antropoceen ook zaken verhullen. Zoals het eerdergenoemde feit dat sommige mensen meer hebben bijgedragen aan de uitstoot van broeikasgassen dan anderen. Of dat veel van de uitdagingen die het antropoceen met zich meebrengt lastig zijn om te beoordelen op een spectrum van âgoedâ tot âslechtâ, zelfs als we alleen maar naar de gevolgen voor de mensheid kijken.32
Het is daarom niet direct duidelijk wat nu ons takenpakket is wat betreft al hetgeen dat het antropoceen te bieden heeft â of dit nu inspirerend of angstaanjagend is en ongeacht wanneer men ook denkt wanneer dat tijdperk begonnen is. We moeten bijvoorbeeld keuzes maken betreffende de wereldwijde temperatuur waar we naar dienen te streven. En dan zijn er nog de dilemmaâs betreffende het terugbrengen van de soorten die zijn uitgestorven door onze invloed op hun leefgebieden en het wereldwijde ecosysteem, als we daar ĂŒberhaupt toe in staat blijken te zijn.33 Zodoende is een bredere benadering van de menselijke activiteiten die ons milieu veranderen â zowel wereldwijd als lokaal â wellicht nodig. Zoân benadering zou niet alleen de impact van de mens op onze natuurlijke omgeving meenemen, maar ook de impact van die omgeving op ons eigen perspectief en handelen.34 Dit is waarschijnlijk eveneens noodzakelijk als we pogen om duurzaam te leven in een wereld die we blijven veranderen â ten goede en ten kwade â want hiervoor behoeven we inzichten die aan de louter technische aspecten van ons nieuwe menselijke tijdperk voorbijgaan.35 Misschien behoeven we zelfs een heel nieuw historisch en sociaal-cultureel denkkader.36 Een volwaardig nieuw verhaal voor de mensheid.
En hier kan een vakgebied zoals de ecologische geesteswetenschappen, zoals we dat vorige week bespraken, van nut zijn. Om alle implicaties van het antropoceen in kaart te kunnen brengen en tot een beter begrip te kunnen komen van de gevolgen van al de veranderingen die de mensheid in dat tijdperk teweeg heeft gebracht, behoeven we vertellingen en kunst zodat we onze huidige vooringenomenheden ook als zodanig kunnen zien.37 En dit kan mede inhouden dat we opnieuw stilstaan bij de betekenissen die tot nu toe al te vanzelfsprekend werden toegeschreven aan de klassiekers van de wereldliteratuur. Toevalligerwijs is dat iets wat ik probeer te doen in het blog van volgende week. Want daarin zullen we de strikte scheiding tussen cultuur en natuur ter discussie stellen, die vaak ontwaard wordt in het voornoemde Gilgamesj-epos.
Voetnoten
- Marcel aan den Brugh, âGeologische Controverse over Mensentijdperkâ, NRC Handelsblad 23 maart 2024, Wetenschap, p. 16.
- Robert S. Emmett & David E. Nye, The Environmental Humanities: A Critical Introduction (Cambridge: The MIT Press 2017), p. 16.
- Ibidem, p. 96-97; Aan den Brugh, âGeologische Controverse over Mensentijdperkâ, p. 16.
- Nature Editorial Board, âAre We in the Anthropocene Yet?â, Nature 2024, 627 (8004), p. 466.
- Christopher Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World: Questions and Perspectives (Cambridge: Cambridge University Press, 2020), p. 2; Aan den Brugh, âGeologische Controverse over Mensentijdperkâ, p. 16.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 95.
- Paul Crutzen and Eugene Stoermer, âThe âAnthropoceneââ, IGBP Newsletter 2000, 4 (41), p. 18. Er zijn eerder soortgelijke termen voorgesteld maar die hadden niet dezelfde impact, zie: Jan Zalasiewicz et al, âThe New World of the Anthropoceneâ Environmental Science & Technology Viewpoint 2010, 44 (7), p. 2228â2231.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 96. Het Holocene begon ca. 11.600 jaar geleden, zie: Chris Scarre: âIntroduction: The Study of the Human Pastâ, in: Chris Scarre (red.), The Human Past: World Prehistory and the Development of Human Societies (London: Thames & Hudson, 2018), p. 40-41.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 2.
- Jan Zalasiewicz, âOur Brave New Worldâ, New Scientist 2014, 224 (2994), p. 26-27.
- Emmett & Nye 2020, p. 96-97.
- Nature Editorial Board, âAre We in the Anthropocene Yet?â, p. 466.
- Ron Wagler, âThe Anthropocene Mass Extinction: An Emerging Curriculum Theme for Science Educatorsâ, The American Biology Teacher, 73 (2), p. 78-80. Zie ook: Elizabeth Kolbert, The Sixth Extinction: An Unnatural History (New York: Henry Holt and Company, 2014).
- Inta Dimante-Deimantovica et al, âDownward Migrating Microplastics in Lake Sediments Are a Tricky Indicator for the Onset of the Anthropoceneâ, Science Advances 2024, 10 (8), p. 10:2-4.
- Alexandra Witze, âThis Quiet Lake Could Mark the Start of a New Anthropocene Epochâ, Nature 2023, 619 (7970), p. 441-442.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 98; Jonathan Pugh & David Chandler, Anthropocene Islands: Entangled Worlds (London: University of Westminster Press, 2021), p. 185; Amitav Ghosh, The Great Derangement: Climate Change and the Unthinkable (Chicago: The University of Chicago Press, 2016), p. 87.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 4, noot 1. Na de Scandinaviërs, zie: Else Roesdahl, The Vikings (Third Edition) (London: Penguin Books, 2016), p. 272, 284-287.
- â[D]ecline of human populations across the Americas.â, zie: Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 98. Zie ook: Charles C. Mann, 1493: How Europeâs Discovery of the Americas Revolutionized Trade, Ecology and Life on Earth (London: Granta, 2012), p. xix-xxvi, 251-254.
- Voor een algemeen overzicht van de industriële revolutie, zie: Norman Davies, Europe: A History (London: The Bodley Head, 2014), p. 679-682.
- John H. Perkins, Changing Energy: The Transition to a Sustainable Future (Oakland: University of California Press, 2017), p. 51.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 97.
- Ibidem, p. 98.
- Lloyd Weeks, âMetallurgyâ, in: Daniel Potts (red.), A Companion to the Archeology of the Ancient Near East (Malden: Blackwell Publishing, 2012), p. 298-300.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 4, noot 1.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 97; William Ruddiman, âThe Anthropogenic Greenhouse Era Began Thousands of Years Agoâ, Climatic Change 2003, 61 (3), p. 261.
- â[F]rom a geological vantage point, it is clear that antiquity clearly falls outside the chronological markers of the Anthropoceneâ, zie: Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 4.
- Ibidem, p. 5; Steven Hartman, Astrid E.J. Ogilvie & Reinhard Hennig, âVikingâ Ecologies: Icelandic Sagas, Local Knowledge and Environmental Memoryâ in: John Parham & Louise Westling (red.), A Global History of Literature and the Environment (Cambridge: Cambridge University Press, 2017), p. 125.
- Stephanie Dalley, âThe Natural World in Ancient Mesopotamian Literatureâ, in: John Parham & Louise Westling (red.), A Global History of Literature and the Environment (Cambridge: Cambridge University Press, 2017), p. 23-32.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 5.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 166; Will Steffen et al, âThe Anthropocene: Conceptual and Historical Perspectivesâ, Philosophical Transactions of the Royal Society A 2011, 369 (1938), p. 842.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 2; Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 16.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 2-3.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 96.
- Ursula Heise, âIntroduction: Planet, Species, Justice â and the Stories We Tell about Themâ, in: Ursula Heise, Jon Christensen & Michelle Niemann (red.), The Routledge Companion to the Environmental Humanities (London: Routledge, 2017) p. 2.
- Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 94.
- Heise, âIntroductionâ, p. 2.
- Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 5.