Hedendaags wetenschappelijk onderzoek wordt voor een belangrijk deel geschraagd door toegang tot voorgaand werk, primaire bronnen en databases.1 Aangezien veel van deze bronnen in belangrijke mate via de computer geconsulteerd worden â als het al niet de voornaamste wijze is geworden â is het geen verrassing dat veel voetnoten verwijzen naar een webadres waarmee de lezer gelinkt wordt met een locatie in cyberspace.2 Dit heeft heeft natuurlijk ook zo zijn nadelen. Boeken en tijdschriften ruiken bijvoorbeeld oneindig veel beter dan een zwoegende harde schijf. En heb je ooit geprobeerd aantekeningen te pennen op een computerscherm? Je bent bijna onmiddellijk door het beschikbare oppervlak heen! Maar dit zijn niet de kwesties die we vandaag behandelen â hoezeer ze ook tot de verbeelding spreken. Waar we het wĂ©l over gaan hebben, is het potentiĂ«le verlies aan kennis als een link verandert wanneer er reeds geleerde verwijzingen met dat webadres erin zijn gepubliceerd. Tijdens de bespreking hiervan breng ik ook een aanverwant probleem voor het voetlicht: de situatie wanneer de informatie waarnaar verwezen wordt niet langer online beschikbaar is.
Dit onderwerp raakt toevalligerwijs aan een vraag die mij soms gesteld wordt: waarom verwijs je voornamelijk naar paginaâs in boeken en artikelen, in plaats van linkjes naar alternatieve online bronnen? Zoals ik eveneens uitleg in de FAQ van Bildungblocks, is dit niet louter intellectuele drukdoenerij! Ik vind het zeer belangrijk dat mijn bronnen geraadpleegd kunnen worden door de lezers van deze blogs. En om dat te bewerkstelligen, dienen deze bronnen zowel beschikbaar als toegankelijk te zijn. Daarom geef ik de voorkeur aan boeken en artikelen die relatief makkelijk online te vinden zijn, maar zou ik niet kiezen voor een louter digitale bron als er ook net zo geschikte geprinte informatie beschikbaar is. Want de paginaâs van een boek of artikel veranderen niet meer, zelfs als hun online vindplaats mettertijd verandert, maar dit geldt wel voor webadressen. Daarnaast zullen artikelen en boeken voor de voorzienbare toekomst inzichtelijk blijven in de daartoe bestemde repositoria, terwijl er niet zoân achtervang is voor veel van de informatie die alleen digitaal beschikbaar is.3 Maar dit betekent natuurlijk niet dat we nooit naar een louter digitale bron dienen te verwijzen. Soms vinden we daar immers de nodige gegevens of beste onderbouwing. Maar we moeten ons bewust zijn van de risicoâs. Risicoâs die we nu â ja, nu! â zullen bespreken.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Kapotte links
Mijn voorkeur voor gedrukte bronnen â maar met een schuin oog op hun digitale beschikbaarheid â ontstond niet zonder slag of staat. Toen ik in een vorig leven nog steeds onderzoek deed en nu terwijl ik deze blogs schrijf, kom ik al te vaak dode links tegen. Regelmatig moet ik mijn weg vinden doorheen spreekwoordelijke begraafplaatsen die er vol mee liggen. En zelfs in boeken en artikelen die gepubliceerd zijn door gerenommeerde uitgeverijen kan het zijn dat een voetnoot naar een website verwijst die niet langer bestaat of waarvan het adres is veranderd. Als er in zoân verwijzing niet ook de naam van de auteur en de titel van (het artikel op) de webpagina staat â of als die titel ondertussen is veranderd op de site zelf â dan kan het schier onmogelijk zijn om de digitale bron waar het om gaat, terug te vinden. Zeker nu internetzoekmachines op de één of andere manier minder scherp lijken te zijn dan ze ooit waren.4 En dat terwijl het de verwijzingen naar secondaire literatuur, primaire bronnen en relevante data zijn die een wetenschappelijk werk diens gezag verlenen.5 Want alleen op deze manier kunnen we vaststellen dat het onderzoek afdoende onderbouwd is.
âMaar zijn er geen nieuwerwetse oplossingen voor deze nieuwerwets problemen?â vraag je je nu misschien af. Het is zeker zo dat er pogingen zijn ondernomen om een passende remedie te vinden. Het bekendst zijn wellicht Digital Object Identifiers, ook wel DOIâs genoemd.6 Dit zijn links die permanent een digitale bron aanduiden, ongeacht of deze zich verplaatst naar een andere plek in cyberspace. Dit wordt gedaan via een centrale database, die bijgewerkt wordt wanneer dat nodig is. Op deze manier blijft de informatie waar het om gaat beschikbaar, ongeacht waar deze online te vinden is. Zeker als men ook gebruik maakt van de Open Uniform Research Locater (OpenURL) technologie, waarbij een doorverwijzing wordt aangepast op de omstandigheden van degene die de informatie zoekt, kan een DOI-link â meestal gekarakteriseerd door die drie letters â onderzoekers naar de versie van een bron brengen waar zij het gemakkelijkst toegang toe hebben.7 Maar zelfs zulke links, die onder andere het verscheiden van de oorspronkelijke uitgever van een bron zouden moeten overleven, blijken in de onderzoekspraktijk toch kapot te kunnen gaan.8
Dat je zelfs bij permanente links zoals DOIâs nul op rekest kunt krijgen, voor het geval je benieuwd bent, heeft te maken met de gedeelde metadata.9 Dat is de informatie waarmee de bron waarnaar men in theorie permanent wil verwijzen ongeacht de digitale locatie, herkenbaar blijft. Soms is de metadata die door de maker van de bron wordt aangeleverd simpelweg onjuist. Maar ook de uiteindelijke link zelf kan de verkeerde metadata bevatten. Tot slot kan de website waarheen de link leidt de lezer in verwarring brengen. Wanneer bijvoorbeeld materiaal dat was gepubliceerd in een ouder tijdschrift nu te vinden is onder de naam van een nieuw blad. Zodoende kunnen ook systemen die gebouwd zijn om kennis permanent toegankelijk te houden â ondanks de noeste inspanningen van de betrokken experts â periodiek en onbedoeld toch bijdragen aan het verlies daarvan.10
Verloren kennis
De sterfelijkheid van gelinkte verwijzingen zijn een symptoom van een meeromvattend probleem inzake het bewaren van toegang tot digitale bronnen: hele brokken van het wereldwijde web zijn aan het verdwijnen en dientengevolge gaat het internet zoals wij dat nu kennen langzaam verloren. In een interessant stuk over het teloorgaan van onze informele digitale bibliotheek dat uitkwam in het staartje van 2024, schrijft Susan Smith dat een kwart van de webpaginaâs die bestond in 2013 vandaag de dag niet meer beschikbaar is.11 En dit verlies omvat, naast andere belangwekkende bronnen, mede blogs met specialistische kennis over allerlei nuttige onderwerpen. En hiervoor heeft zich tot nu toe nog geen passend alternatief aangediend â digitaal of anderszins.12
Maar het is niet alleen onze informele digitale bibliotheek die zich in de spreekwoordelijke gevarenzone bevindt. In een bijdrage voor Nature in de lente van datzelfde jaar constateert Sarah Wild dat de digitale levensduur van âs werelds geleerde literatuur eveneens onvoldoende gewaarborgd is.13 En dit geeft ons nĂłg een angstaanjagende mogelijkheid als we een kapotte link tegenkomen: dat de bron simpelweg verdwenen is van het internet en we een schietgebedje moeten doen in de hoop dat er ergens een digitale of gedrukte versie bewaard is gebleven. Het behoud van wetenschappelijke kennis is, zoals Mary Chase terecht opmerkt, één van de dringendste uitdagingen van onze tijd.14
Betaalmuren en online leesprogrammaâs
De onderwerpen die hierboven langskwamen zijn natuurlijk niet de enige dilemmaâs rondom de toegankelijkheid van digitale informatie voor onderzoeksdoeleinden. Twee andere prominente hindernissen, waarvan ik denk dat ze belangrijk zijn om hier aan te stippen, zijn de betaalmuren van uitgeverijen en de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van digitale bronnen.
Je was misschien al verbaasd omdat ik in het voorgaande zijdelings opmerkte dat toegang tot digitale bronnen verschilt per persoon en je vroeg je wellicht al af waarom we technologieĂ«n als OpenURL nodig hebben om ons naar de locatie van de gewenste informatie te verwijzen die specifiek voor ons het best bereikbaar is. Dit heeft te maken met de betaalmuren die de toegang versperren tot veel van de secondaire literatuur, primaire bronnen en databases die in principe online beschikbaar zijn. Zonder de financiĂ«le ruimte om deze regelmatig pittige prijzen te betalen, is het bevredigen van je nieuwsgierigheid er vaak afhankelijk van of je werkt, studeert of anderszins verbonden aan een instituut dat de relevante uitgeverijen al betaald heeft om de betaalmuur te slechten â zoals een (hoge)school, universiteit of bibliotheek. En zelfs dan blijven er soms nog onneembare betaalmuren over, afhankelijk van het beleid en de financiering van je instituut.15
Als je deze betaalmuren eenmaal gepasseerd bent, kun je nog een andere, eveneens eerdergenoemde hindernis tegenkomen: de overzichtelijkheid en toegankelijkheid van digitale informatie â althans, het gebrek daaraan. En dit gaat verder dan mijn voorbeeld van de tijdschriften die elders zijn ondergebracht. In veel gevallen zijn de artikelen en boeken op de websites van uitgeverijen of in andere digitale repositoria alleen in te zien via een online leesprogramma in plaats van via een eenvoudig bestandje of platte tekst. Niettegenstaande de extra functionaliteit die deze benadering met zich mee kan brengen, zal het de bezoeker niet ontgaan dat vanwege hun soms ondoorzichtige ontwerp deze programmaâs de mogelijkheden kunnen beperken om de bronnen te vinden die men nodig heeft. En hetzelfde geldt op gezette tijden voor het opslaan van de informatie die men besluit te gebruiken en dus eventueel later zal moeten raadplegen. Daarnaast zijn deze digitale omgevingen niet altijd universeel toegankelijk waardoor zij niet door iedereen kunnen worden gebruikt om het verschafte materiaal te bestuderen.16 Wanneer zulke diensten op een gegeven moment niet meer worden afgenomen door het instituut dat je eertijds toegang verschafte, kan het daarom zo zijn dat je niet langer je eigen of andermans verwijzingen kunt controleren, voor zover ze terugslaan op de bronnen die louter via zulke online lezersprogrammaâs te bereiken zijn.17
Op hun eigen manier dragen zulke betaalmuren en bepaalde online leesprogrammaâs eraan bij dat specifieke online informatie bij wijze van spreken net zo goed verloren had kunnen gaan omdat deze in de praktijk toch niet beschikbaar is voor heel veel onderzoekers. Dit brengt mij terug bij het dilemma dat ik aan het begin van dit blog al aan jullie voorlegde. Namelijk of je je bronnen alleen moet uitkiezen op de mate waarin ze bij je onderzoek passen, of dat je ook moet letten op hun (voortdurende) beschikbaarheid voor anderen? En dit is wederom een manier waarop degenen die verantwoordelijk willen schrijven over de wetenschap voorzichtig moeten zijn als zij het belangrijk vinden dat hun lezers in staat zijn om de bronnen die hun werk schragen te raadplegen.
Conclusie: geen garanties
De beproevingen die ik hierboven uit de doeken deed, zouden eigenlijk niet moeten bestaan. Geleerde verwijzingen zijn te belangrijk om afhankelijk te zijn van de sterfelijkheid van zelfs de meest doorwrochte link. En de kennis die de mensheid heeft verzameld is te waardevol om genoegen te nemen met informele en formele digitale bronnen die relatief ontoegankelijk zijn of het risico lopen om te verdwijnen in de eindeloze diepten van cyberspace. Maar zolang de mogelijkheid van een kapotte link of verloren digitale kennis blijft voortbestaan, dienen we hier rekening mee te houden. Al te meer omdat, zoals ik hierboven al terloops vermelde, ook geprinte exemplaren soms moeilijk te vinden zijn en gaandeweg minder breed beschikbaar kunnen worden.
Zelfs met mijn voorkeur voor boeken artikelen die oorspronkelijk in gedrukte vorm verschenen, zal ik daarom iets moeten aanvangen met het feit dat deze niet altijd gemakkelijk of eeuwig beschikbaar zullen zijn voor iedereen. Als onderdeel van mijn schrijfproces, heb ik mijzelf daarom aangewend om mijn bronnen te documenteren en op te slaan, voor het geval ik mij moet verantwoorden jegens een onderzoekende of eenvoudigweg nieuwsgierige lezer. Dus ook als locaties die mijn bronnen huisvestten verdwijnen of onbereikbaar worden, leven de verwijzingen in mijn voetnoten voort in mijn pc. Maar ik zal hier niet altijd zijn en â als er niks dramatisch gebeurt â mijn harde schijf heeft waarschijnlijk een nĂłg kortere levensspanne voor zich! Dus als je hiertoe geneigd bent, voel je dan vooral vrij om mij alle mogelijke vragen te stellen over mijn bronnen voor de onderwerpen die ik hier op Bildungblocks bespreek. Dat is, vrij letterlijk, waar ik voor ben.

Voetnoten
- Sarah Wild, âMillions of Research Papers at Risk of Disappearing from the Internetâ, Nature 2024, 627 (8003), p. 256; Martin P. Eve, âDigital Scholarly Journals Are Poorly Preserved: A Study of 7 Million Articlesâ, Journal of Librarianship and Scholarly Communication 2024, 12 (1), p. 2. Voor specifiek de geesteswetenschappen, zie: Patrik Svensson, Big Digital Humanities: Imagining a Meeting Place for the Humanities and the Digital (Ann Arbor: University of Michigan Press, 2016), p. 1-4.
- Eve, âDigital Scholarly Journals Are Poorly Preservedâ, p. 3.
- En ook zulke repositoria, zoals we hieronder zullen zien, zijn niet allemaal even goed bedeeld, zie: Joe Karaganis, âIntroduction: Access from Above, Access from Belowâ, in: Joe Karaganis (red.), Shadow Libraries: Access to Knowledge in Global Higher Education (Cambridge: The MIT Press, 2018), p. 4-6.
- Jordi PĂ©rez ColomĂ©, âEl DĂa en que Google EmpezĂł a Empeorar: âNos Acercamos Demasiado al Dineroââ, El Pais 3 mei 2024; Christos Ziakis, âImportant Factors for Improving Google Search Rankâ, in: Andreas Veglis & Dimitrios Giomelakis (red.), Search Engine Optimization (Basel: Multidisciplinary Digital Publishing Institute, 2021), p. 3-4.
- Wild, âMillions of Research Papers at Risk of Disappearing from the Internetâ, p. 256; Anthony Grafton, The Footnote: A Curious History (Cambridge: Harvard University Press, 1999), p. 233.
- Sarah Glassner, âBroken Links and Failed Access: How KBART, IOTA, and PIE-J Can Helpâ, Library Resources & Technical Services 2012, 56 (1), p. 15; Cindi Trainor & Jason Price, Rethinking Library Linking: Breathing New Life into OpenURL (Chicago: American Library Association, 2010), p. 29; Eve, âDigital Scholarly Journals Are Poorly Preservedâ, p. 3.
- Glassner, âBroken Links and Failed Accessâ, p. 15.
- Trainor & Price, Rethinking Library Linking, p. 29; Wild, âMillions of Research Papers at Risk of Disappearing from the Internetâ, p. 256.
- Glassner, âBroken Links and Failed Accessâ, p. 16-18; Trainor & Price, Rethinking Library Linking, p. 16.
- Glassner, âBroken Links and Failed Accessâ, p. 18-22.
- Dit artikel online uitgegeven op The Verge in het volle besef dat het stuk â zoals veel van haar eerdere digitale pennenvruchten â mettertijd niet meer te lezen zouden zijn, zie: Susan E. Smith, âHow to Disappear Completelyâ, The Verge 16 december 2024, TheVerge.com (geraadpleegd op 16 februari 2024).
- En de initiatieven om digitale kennis te archiveren â die vaak tenminste gedeeltelijk gerund worden door hardwerkende vrijwilligers â zijn nog niet alomvattend. Voor voorbeelden als het Internet Archive en de Wayback Machine, zie: Anat Ben-David & Adam Amram, âThe Internet Archive and the Socio-Technical Construction of Historical Factsâ, Internet Histories 2018, 2 (1â2), p. 180-181; Nattiya Kanhabua et al, âHow to Search the Internet Archive Without Indexing Itâ, in: Norbert Fuhr et al (red.), Research and Advanced Technology for Digital Libraries (Cham: Springer, 2016), p. 147.
- Wild, âMillions of Research Papers at Risk of Disappearing from the Internetâ, p. 256.
- Mary Case, âPreservation and scholarly communication: The Grand Challenges of our Timeâ, Technicalities 2016, 36 (5), p. 3â6; Eve, âDigital Scholarly Journals Are Poorly Preservedâ, p. 3.
- Karaganis, âIntroductionâ, p. 4-6. Deze ongelijkheid betreft ook de kosten voor onderzoekers om hun resultaten als open access uit te geven, dat wil zeggen dat de publicatie te lezen is zonder betaalmuur omdat de kosten van de uitgever reeds vergoed zijn, zie: Toby Green, âIs Open Access Affordable? Why Current Models Do Not Work and Why We Need Internetâera Transformation of Scholarly Communicationsâ, Learned Publishing 2019, 32 (1), p. 13-25.
- Glassner, âBroken Links and Failed Accessâ, p. 14; Heather Hill, Disability and Accessibility in the Library and Information Science Literature: A Content Analysisâ, Library & Information Science Research 2013, 35 (2), p. 137-138. Sommige van de besproken tekortkomingen worden al verrassend lang bediscussieerd, zie: David R. Majka, âRemote Host Databases: Issues and Contentâ, Reference Services Review 1997, 25 (3/4), p. 23-24.
- MirosĆaw Filiciak & Alek Tarkowski, âPoland: Where the State Ends, the Hamster Beginsâ, in: Joe Karaganis (red.), Shadow Libraries: Access to Knowledge in Global Higher Education (Cambridge: The MIT Press, 2018), p. 163.