Wetenschap als kunst

Wetenschap, van de uitgekiende natuurkundige experimenten tot de inzichtrijke studies die ze bij geesteswetenschappen doen, is op zeer uiteenlopende manieren beschreven sinds we deze belangrijke menselijke activiteit ook zelf als studieobject zijn gaan behandelen.1 Om twee veelgeprezen voorbeelden te noemen: aan het begin van de twintigste eeuw schilderde Max Weber de wetenschap af als een roeping en enkele decennia later veranderde Thomas Kuhn ons begrip van wetenschappelijke ontwikkelingen voorgoed door deze te kenschetsen als het afdanken en omarmen van verschillende paradigma’s, in plaats van een gestadige vooruitgang richting een vastomlijnd doel dat amper verandert.2 Voor zulke grootse theorieĂ«n over het najagen van kennis op systematische wijze binnen gemeenschappen van toegewijde geleerden en onderzoekers zijn altijd wel verdedigers en critici te vinden. En net zoals met de meeste gedurfde ideeĂ«n kunnen we vele nuanceringen aanbrengen.3 Dit is wellicht ook gedeeltelijk wat de werken van denkers als Weber en Kuhn hun blijvende bekendheid heeft verleend, dat we eindeloos kunnen doorgaan met ze bediscussiĂ«ren. Maar vandaag gaan we het hebben over een aanpalend idee dat minder beroemd is, dat van wetenschap als een stijl of zelfs een kunst.

Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.

De stijl van het najagen van kennis

Het idee van wetenschap als een stijl spreekt wellicht het meest tot de verbeelding. Want als we ons een geleerde of onderzoeker moeten voorstellen, verschijnt er bij de meeste mensen al snel een vastomlijnd beeld voor hun geestesoog. Wetenschappers zijn bijvoorbeeld altijd druk aan het rondscharrelen in hun hightech laboratoria en dragen vlekkeloos witte jassen waarmee zij een bosweggetje zouden kunnen verlichten als het volle maan is. En degenen die in de geesteswetenschappen werkzaam zijn, lijken vaak wel aandelen te hebben in corduroy, opzetstukjes voor de ellenbogen en vlinderdassen, terwijl zij over het algemeen te vinden zijn aan hun antieke bureaus omringd door volumineuze boeken.4 En deze aannames vermoeien nog weleens degenen die zich daadwerkelijk bezighouden met het najagen van kennis. De beroemde schrijver J.R.R. Tolkien, die tevens professor in de filologie was, kon het niet waarderen dat een tijdschrift hem wilde laten fotograferen terwijl hij aan zijn bureau zat om zich plechtstatig te wijden aan zijn vele bezigheden. Dit zou namelijk geen recht doen aan de wijze waarop zijn werk daadwerkelijk tot stand kwam, schreef hij aan de journalisten die hem hadden geïnterviewd.5 Maar men kan het de medewerkers van het tijdschrift vergeven dat zij zo’n beeld wilden plaatsen bij het artikel dat hun journalisten geschreven hadden. Want soortgelijke stijlopvattingen betreffende de wetenschap en haar beoefenaars zijn overal om ons heen te vinden, van films en televisieseries tot boeken en stripboeken.6

Er is echter ook een serieuzere kant aan de gebruikelijke indrukken van hoe geleerden en onderzoekers eruit zien. Want deze aannames zouden ook kunnen bestendigen hoe wetenschappers er geacht worden uit te zien, tenminste in de ogen van de doorsnee persoon en misschien zelfs degenen die de sollicitatiegesprekken voor de relevante banen afnemen. Zodoende kunnen mensen die tenminste voor een deel niet aan dergelijke stereotypen voldoen, meer moeilijkheden ondervinden bij het geaccepteerd worden als een expert of ĂŒberhaupt om in (bepaalde) vakgebieden te kunnen werken.7 En hierbij kan er ook een samenloop ontstaan met andere wijzen van discriminatie, zoals racisme, misogynie en validisme, naast al die andere redenen waarom veel mensen nog steeds niet op gelijke voet behandeld worden – zowel door maatschappelijke instituties als in het dagelijkse leven.8

Het ontleden van dit alomtegenwoordige beeld van dé wetenschapper is daarom een prioriteit bij pogingen om breder te trekken wie in het algemeen als expert wordt gezien. Op de Rijksuniversiteit Leiden was er bijvoorbeeld een wand met schilderijen van de meest vermaarde professoren uit de roemrijke geschiedenis van deze onderwijs- en onderzoeksinstelling. In 2016 was er een initiatief waarbij de schilderijenwand wat meer divers werd door de toevoeging van knappe bollen die niet perse een oudere heer waren. 9 Op deze manier, zo wordt wel aangenomen, kunnen we het alom bekende beeld van degenen die binnen de daartoe geëigende instituties kennis najagen juist inzetten om discriminatoire aannames en praktijken in de academische wereld en wellicht zelfs in de bredere maatschappij te bestrijden.10

En dit is niet de enige wijze waarop het huidige belang van zulke beelden en de invloed die zij uitoefenen een positieve rol in al onze levens kunnen spelen. Want het najagen van kennis, of dit nu door studie of onderzoek is, kan ook gewoon mooi zijn.11 Men hoeft alleen maar stil te staan bij de strak georganiseerde chaos in een laboratorium, de prachtige gebouwen die vaak samen een campus vormen en mensen de gelegenheid geven om te studeren, les te geven en   samen te werken, de eerbiedwaardige stilte in universiteitsbibliotheken, de anarchistische elegantie van de gang van zaken in menige collegezaal – het uiterlijk, de sfeer en wellicht zelfs de geur van georganiseerd onderzoek en onderwijs bieden een ervaring die zijn eigen beloningen met zich meebrengt.12 En dit is ook vele kunstenaars niet ontgaan. Enkele van de bekendste schilderijen in de wereld kunnen in verband gebracht worden met het najagen van kennis. Als jullie mij één bekend voorbeeld vergunnen: De anatomische les van dr. Nicolas Tulp van Rembrandt van Rijn – ook al een Leidenaar – is een grimmige impressie van de zoektocht naar meer informatie over het menselijk lichaam. Daarnaast kan men dit kunstwerk gebruiken om de ethische dilemma’s te illustreren van, in dit geval, gezondheidsonderzoek; inclusief de hier op het oog genegeerde belangen van de overleden persoon op de snijtafel.13

Het idee van wetenschap als een kunstvorm – waarbij we voor het gemak alle voorstelbare soorten onderzoek betrekken, van het observeren van aminozuren tot literatuurbesprekingen – is echter niet beperkt tot de diverse stijlen die ermee geassocieerd worden. Laboratoriums, studeerkamers en onderwijsfaciliteiten zijn wellicht pittoresk, zoals we hierboven reeds zagen, maar wat daar uiteindelijk geproduceerd wordt, kan eveneens als kunst worden gezien.

Onderzoeksresultaten als kunst

Want de vondsten en verslaggeving van de wetenschap bieden ons meer dan kennis, zij kunnen worden gekenschetst – en geapprecieerd – als kunst! Daarbij moet ik benadrukken dat uiterlijkheden absoluut part noch deel dienen te hebben aan het gebruik en de overtuigingskracht van onderzoeksdata of geleerde studies.14 Maar zulke data en studies kunnen desalniettemin bewonderd worden als zijnde kunstwerken. In een boek dat ik momenteel zelf lees – Statistics: A Very Short Introduction van David Hand – druipt bijvoorbeeld van elke pagina het ontzag voor de schoonheid die men kan vinden in de formules, taal en modellen waarmee wij trachten de fenomenen die met elkaar de wiskunde vormen te vangen.15 En diverse voortbrengselen van de wetenschap zijn vergeleken met evenzovele kunstwerken.16 Maar de meest toegankelijke wijze waarop de resultaten van het georganiseerd najagen van kennis, van het laboratorium en de deeltjesversneller tot de studeerkamer en de collegezaal, kunnen worden ervaren als kunst, zijn misschien wel de artikelen, hoofdstukken en boeken die geleerden en onderzoekers uiteindelijk schrijven naar aanleiding van hun inspanningen.

En dit hoeft ons niet te verbazen. De formulering van zulke artikelen, hoofdstukken en boeken is een veelgelaagde aangelegenheid. Het taalgebruik van onderzoekers is namelijk (meestal) niet alleen bedoeld om feiten over te brengen, maar het is vaak ook gericht op uitleggen, enthousiasmeren en wellicht zelfs overtuigen.17 En zelfs wanneer de inhoud louter feitelijk is, kunnen de pennenvruchten van sommige geleerden en onderzoekers beter of slechter te lezen zijn dan de verslaggeving van andere onderzoeksprojecten. Academische schrijfsels kunnen, om het behulpzame gidsje aan te halen dat Helen Sword in 2012 uitbracht, daadwerkelijk stijlvol zijn.18 En op een hele tastbare manier is veel van wat geleerden, onderzoekers en enig anderen die betrokken zijn bij de wetenschap op papier zetten een soort van literatuur.19

Aldus vermag men vaak wetenschappelijke literatuur te lezen simpelweg vanwege het genot dat je kunt halen uit de structuur, het vocabulaire en de algemene inzichtelijkheid, naast de eventuele nieuwe kennis die men kan opdoen. Ik verwijs hierbij graag naar de gedachte-experimenten die we enkele blogs geleden tegenkwamen.20 Enkele hiervan waren net zo interessant als dat zij onwerkelijk waren, hetgeen natuurlijk niet afdoet aan het geboden begrip en de impact die zij hebben gehad. En men kan deze filosofische hulpmiddelen dientengevolge bijna beschouwen als absurdistische literatuur. Het is vanwege zulke literaire kwaliteiten dat het soms nog steeds kan lonen om een boek, hoofdstuk of artikel te lezen over wetenschap die tenminste gedeeltelijk reeds als gedateerd wordt beschouwd. Niet alleen is het nuttig om de eertijdse ontwikkeling van bestaande onderzoeksgebieden te begrijpen – inclusief voorheen hoog aangeschreven onderzoeksrichtingen die uiteindelijk toch werden verworpen – of om de verschillende versies van invloedrijke hypothesen doorheen hun levenscycli te leren kennen, maar zelfs achterhaalde wetenschappelijke werken kunnen de lezer een zeker esthetisch plezier bieden. Met het gevaar mijzelf te herhalen, wil ik er wel op wijzen dat het bij dit alles belangrijk is om de huidige staat van het wetenschappelijke onderzoek en dito geleerdheid te onderscheiden van kennis die reeds lang als inaccuraat is afgeschreven, hoe verfijnd die ook was opgeschreven of hoe elegant de onderliggende experimenten toentertijd ook waren.

Conclusie: kunstwerken als inspiratiebron voor wetenschap en studie

Niet alleen kunnen de processen en verslaggeving van wetenschappelijk onderzoek worden gezien en gewaardeerd als kunst, maar kunstwerken in de breedste zin van het woord kunnen ook degenen inspireren die streven naar het bedrijven van wetenschap of zich hier al mee onledig houden.21 Want onderzoek is vaak gebaat bij creativiteit, net als de kunstenarij.22 Daarnaast kan de schoonheid die te vinden is in de werken van zowel de mens als de natuur een baken vormen voor onderzoeksinteressen en doelen.23 De structuur en kracht van het materiaal waarvan spinnenwebben gemaakt worden, fascineren bijvoorbeeld een aantal onderzoekers.24 Daarenboven kunnen de stijl en de vruchten van de wetenschap uitnodigen tot studie en andere stappen, hoe klein dan ook, om op een dag je eigen bijdrage te leveren aan de georganiseerde jacht op kennis op een daadwerkelijke onderzoeksinstelling, inclusief maar niet beperkt tot universiteiten, of een daaraan gewijde onderneming. En wanneer mensen zulke stappen zetten, kan er zelfs een overname en transformatie van de uiterlijkheden die de wetenschappelijke onderneming kenmerken teweeg worden gebracht in de popcultuur, zoals het geval was bij de esthetiek van Dark Academia die we in maart tegenkwamen.25 En voor degenen die een minder zelfdestructieve benadering van de levensstijl die wordt geassocieerd met het professioneel nastreven van kennisproductie ambiĂ«ren – om een duurzame onderzoek-levensbalans te verwerven, zogezegd – is er gelukkig ook een lichtere variant die men, je verwacht het niet, Light Academia noemt.26 Al moet men ervoor waken om de uiterlijkheden te onderscheiden van het eigenlijke bedrijven van wetenschap. Want uiteindelijk draaien onderzoek en geleerdheid om de daartoe geĂ«igende procedures, zo grondig mogelijke peer review en het op correcte wijze rapporteren van de resultaten, niet om aanzien.27

Terwijl ik die uiterlijkheden en hun maatschappelijke invloed hierboven besprak, refereerde ik al kort aan het onderwijs. De mate waarin onderwijs, ongeacht of het gegeven wordt aan een onderwijsinstelling of elders, als kunst kan worden beschouwd – of ernaar kan streven om een kunstwerk te zijn – is wellicht een verhaal voor een andere keer. Maar het staat buiten kijf dat sommige lessen, op het moment zelf of als video-opname voor een later publiek, beschouwd kunnen worden als een optreden waarvan genoten kan worden als een op zichzelf staande ervaring, los van de kennis die gedeeld wordt.28 Een aantal van de lessen waar ik door de jaren heen de gelegenheid had om erbij aanwezig te zijn, was vermakelijker – zo durf ik te beweren – dan sommige bezoeken aan het theater of de bioscoop. En ik hoop dat hetzelfde gezegd kan worden van enkele van mijn eigen schrijfsels van het afgelopen jaar, inclusief dit allerlaatste blog van 2024.

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Voetnoten

  1. Michiel Leezenberg & Gerard H. de Vries, Wetenschapsfilosofie voor Geesteswetenschappen (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2012), p. 14; Jonathan Marks, Why I Am Not A Scientist: Anthropology and Modern Knowledge (Berkeley: University of California, 2009), p. 6-10, 14-24.
  2. Max Weber, Politiek als Beroep, Voorafgegaan door Wetenschap als Beroep, Translated by Hans Driessen (Nijmegen: Uitgeverij VanTilt, 2012), p. 6-41; Thomas Kuhn, The Structure of Scientific Revolutions (London: The Folio Society, 2020), 90-110.
  3. Eduardo Weisz, “Science, Rationalization, and the Persistence of Enchantment”, Max Weber Studies 2020, 20 (1), p. 10; Ian Hacking, “Introduction to the Fiftieth anniversary Edition”, in: Thomas Kuhn, The Structure of Scientific Revolutions (London: The Folio Society, 2020), p. xvii, xxxix.
  4. Antonio Tintori & Rossella Palomba, Turn on the Light on Science: A Research-based Guide to Break Down Popular Stereotypes about Science and Scientists (Londen: Ubiquity Press, 2017); Frauke Pauwels & Nele Wynants, De Kleren van de Wetenschapper: De Zin en Onzin van Stereotypen in Populaire Cultuur, Maja 2023, 8 (1), p. 25-28.
  5. John R.R. Tolkien, Brieven, geredigeerd door Christopher Tolkien & Humphrey Carpenter (Utrecht: Het Spectrum, 2001), p. 475-476.
  6. Rebecca Janicker (red.), The Scientist in Popular Culture: Playing God and Working Wonders (Lanham: Abingdon Books, 2022); Merijn van Nuland, “Gastles Maakt Korte Metten met de Mythe van Professor Barabas en Perkamentus”, Trouw 3 december 2024, Vandaag, p. 2.
  7. Hannah Rubin & Cailin O’Connor, “Discrimination and Collaboration in Science”, Philosophy of Science 2018, 85 (3), p. 380-402; Jennifer Schneider, Impact of Undergraduates’ Stereotypes of Scientists on their Intentions to Pursue a Career in Science (Raleigh: North Carolina State University Dissertation, 2010).
  8. Anish Bavishi, Juan M. Madera & Michelle R. Hebl, “The Effect of Professor Ethnicity and Gender on Student Evaluations: Judged Before Met”, Journal of Diversity in Higher Education 2010, 3 (4), p. 245-256; Caroline Criado-Perez, Invisible Women: Exposing Data Bias in a World Designed for Men (London: Chatto & Windus,  2019), p. 88-89; Nicole Brown & Jennifer Leigh, “Ableism in Academia: Where Are the Disabled and Ill Academics?”, Disability & Society 2018, 33 (6), p. 985-989.
  9. Tonie Mudde, “Voor Één Maand Alleen Maar Vrouwen”, deVolkskrant 8 maart 2016, Ten Eerste, p. 9. And believe it or not, this was not the only painting-adjacent matter relating to the emancipation of societally disadvantaged persons at Leiden University, zie: Wilfred Simons, “Boodschap Is ‘te Complex’ voor Deze Tijd”, Leidsch Dagblad 15 november 2022, Regio, p. 2-3.
  10. Criado-Perez, Invisible Women, p. 103.
  11. Milena Ivanova, “Beauty, Truth and Understanding”, in: Milena Ivanova & Steven French (red.), The Aesthetics of Science: Beauty, Imagination and Understanding (New York: Routledge, 2020), p. 86.
  12. Milena Ivanova, “The Aesthetics of Scientific Experiments”, Philosophy Compass 2021, 16 (3), p. 4-5.
  13. Jan C.C. Rupp, “Theatra Anatomica: Culturele Centra in het Nederland van de Zeventiende Eeuw”, in: Joost J. Kloek & Wijnand W. Mijnhardt (red.), De Productie, Distributie en Consumptie van Cultuur (Leiden: Brill, 1991), p. 27; Maaike Bleeker, Anatomy Live: Performance and the Operating Theatre (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2008).
  14. Catherine Z. Elgin, “Epistemic Gatekeepers The Role of Aesthetic Factors in Science”, in: Milena Ivanova & Steven French (red.), The Aesthetics of Science: Beauty, Imagination and Understanding (New York: Routledge, 2020), p. 23. Ondanks deze belangrijke algemene stelregel, kan van sommige ouder wetenschappelijke ondernemingen worden beweerd dat zij misschien soms toch zijn tenminste ten dele zijn beïnvloed door uiterlijkheden, zie in zijn algemeenheid: Ivanova, “The Aesthetics of Scientific Experiments”, p. 1-9; Gideon Engler, “Art and Science to Perception: The Role of Aesthetics”, Leonardo 1994, 27 (3), p. 208.
  15. David J. Hand, Statistics: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2008).
  16. Steven French, “Performance and Practice Situating the Aesthetic Qualities of Theories”, in: Milena Ivanova & Steven French (red.), The Aesthetics of Science: Beauty, Imagination and Understanding (New York: Routledge, 2020), p. 186.
  17. Helen Sword, Stylish Academic Writing (Cambridge: Harvard University Press, 2012), 76-86; Gilles Gaston Granger, “Discussing or Convincing: An Approach Towards a Pragmatical Study of the Languages of Science”, in: Marcela Dascal & Hubert Cuyckens (red.), Dialogue: An Interdisciplinary Approach (Amsterdam John Benjamins Publishing, 1985) p. 339-352.
  18. Helen Sword, Stylish Academic Writing.
  19. Ibidem, p. 174.
  20. Cain Todd, “Imagination, Aesthetic Feelings, and Scientific Reasoning”, in: Milena Ivanova & Steven French (red.), The Aesthetics of Science: Beauty, Imagination and Understanding (New York: Routledge, 2020), p. 63-82.
  21. Gideon Engler, “Aesthetics in Science and in Art”, British Journal of Aesthetics 1990, 30 (1), p. 24.
  22. Robert Root Bernstein, “The Sciences and Arts Share a Common Creative Aesthetic”, in: Alfred I. Tauber, (red.), The Elusive Synthesis: Aesthetics and Science (Dordrecht: Springer, 1996), p. 53.
  23. Ivanova, “The Aesthetics of Scientific Experiments”, p. 3-4.
  24. Charlotte Rose Smith, Spider Silk: From Super Strong Webs to Customisable Synthetic Protein (Nottingham: University of Nottingham Dissertation, 2022). En andersom, want in spreekwoordelijke zin bewapend met wetenschappelijke kennis, kunnen we de esthetiek van de natuurlijke wereld ook beter waarderen, zie: Patricia Matthews, “Scientific Knowledge and the Aesthetic Appreciation of Nature”, The Journal of Aesthetics and Art Criticism 2002, 60 (1), p. 37-48.
  25. Simone Murray, “Dark Academia: Bookishness, Readerly Self-fashioning and the Digital Afterlife of Donna Tartt’s The Secret History” English studies 2023, 104 (2), p. 349-350.
  26. Parami J. Ranasinghe, “An Exploration of the Dissemination of Knowledge through the ‘Dark Academia’ Aesthetic”, University of Colombo Review 2022, 3 (2), p. 93, 97, note 11.
  27. Engler, “Art and Science to Perception: The Role of Aesthetics”, p. 207.
  28. Mark Girod, “A Conceptual Overview of the Role of Beauty and Aesthetics in Science and Science Education”, Studies in Science Education 2007, 43 (1), p. 52-57. And performances may sometimes be a suitable form for a lecture, zie: Patricia Milder, “Teaching As Art: The Contemporary Lecture-Performance”, PAJ: A Journal of Performance and Art 2011, 33 (1), p. 13-27.