Geen van ons kan alle bestaande talen lezen. Voor veel van de belangrijkste boeken die ons leven hebben beïnvloed, van literatuur die onze geest verrijkte tot filosofische werken die ons nieuwe vergezichten voorschotelden, waren we daarmee afhankelijk van vertalingen. En dus moesten we vertrouwen op de vertalers en de keuzen die zij hadden gemaakt. Er zijn natuurlijk vele mogelijke manieren om het geschreven woord te vertalen van de ene taal in de andere. Je kunt je dit voorstellen als een spectrum met aan het ene uiteinde koppige pogingen tot het creëren van een volkomen vergelijkbare tekst en aan het andere uiteinde verregaande interpretaties. Maar soms zitten er simpelweg fouten in vertalingen.1 En zelden waren deze fouten zo opmerkelijk, alsmede informatief over de nobele ambacht van het vertalen, dan in de twee pogingen om Simone de Beauvoirs Le Deuxième Sexe die in het Engels te vertalen als The Second Sex.2
Simone de Beauvoir was een Franse existentialistische denker en veel van haar werk gaan over het zijn van een vrouw in de wereld – inclusief hun vaak achtergestelde maatschappelijke positie.3 Dit geldt ook voor haar wellicht meest invloedrijke geschrift, het essay Le Deuxième Sexe uit 1949 – als men een boekwerk van duizend pagina’s onderverdeeld in twee delen tenminste nog zo mag aanduiden!4 Eén tragisch aspect van de miskleunen bij de vertalingen in het Engels is dat een aantal van de nuances uit De Beauvoirs denken vaak onvolledig of verdraaid terecht zijn gekomen in de aanpalende maatschappelijke en geleerde discussies. Want bij zulke discussies grijpt men vaak voornamelijk terug op één van de voornoemde Engelse edities met al hun problemen.5 Vandaag komen we erachter hoe dit in vredesnaam gebeurd is en met een beetje geluk verwerven we hierbij ook waardevolle informatie over hoe men een filosofisch werk dan wel adequaat kan vertalen.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Vertalers waarderen
Ten eerste wil ik jullie ervan verzekeren dat (bijna) elke inspanning bewonderenswaardig is als het om vertalen gaat. Vertalen is door de bank genomen vaak een ondankbare taak wat betreft de erkenning en de beloning.6 Zoals de uitgever van de eerste vertaling van Le Deuxième Sexe diens gekozen vertaler al vertelde: “Vertalen is altijd al een hondenbaan geweest – nooit goed betaald en zelden tot nooit verwerft de vertaler enige roem.”7 Blijkbaar verkeerde de goede man in onzalige onwetendheid dat hij één van de personen was die daar verandering in kon brengen. Maar vertalen geeft ook intellectueel plezier en is hoe dan ook een waardevolle bijdrage aan het beschikbare reservoir aan menselijke kennis en de toegankelijkheid daarvan. Of we het nu hebben over baanbrekende romans, non-fictie, podcasts, radioprogramma’s en films of meer bescheiden geschreven, visuele en gesproken media, vertalers ontsluiten hele werelden voor ons die anders buiten ons bereik zouden zijn gebleven.8 Vertaling brengt mensen bij elkaar.
De commentaren die ik hier opteken, zijn dan ook niet bedoeld als een aanval op de betrokken vertalers.9 Het zal juist blijken dat veel van de genoemde fouten niet het gevolg waren van de keuzes van deze vertalers, maar geweten kunnen worden aan bepaalde wijzen van bedrijfsvoering binnen het toenmalige uitgeverswezen. Alles bij elkaar genomen is de conclusie gerechtvaardigd dat het beter is om te trachten iets te vertalen – ook als het eindresultaat niet helemaal naar wens is – dan nooit zulk een poging te hebben gewaagd.
De eerste vertaling (1953)
De sage rondom de eerste vertaling van De Beauvoirs Le Deuxième Sexe is op zichzelf al een boek waard. De gekozen vertaler was ene Howard Parshley, een fervent pleitbezorger van een Engels editie. En het was deze belangenbehartiging die hem min of meer per ongeluk de klus bezorgde.10 Als een professor in de zoölogie, doch met een brede achtergrond waar ook de filologie onder viel, had hij nog nooit zo’n boek vertaald.11 En dan was er nog een hartverscheurend voorbehoud: de uitgeverij eiste een forse inkorting van de tekst – inkortingen die Parshley heldhaftig trachtte tot een minimum te beperken.12 Hij is echt niet de schurk in deze sage.13 Daarnaast achtten de bovenbazen veel van de filosofische concepten in het boek – en dan met name De Beauvoir’s existentialisme – overbodig.14 De contactpersoon voor Franse werken bij de uitgeverij spelde zelfs ‘existentialisme’ verkeerd in één van diens laatdunkende opmerkingen hierover.15 Deze inkortingen en het gebrek aan filosofische kennis bij de betrokken bij het project, zijn de voornaamste bron van de vele fouten die in de uiteindelijke vertaling te vinden waren toen die in 1953 in de boekwinkels belandde.
De discussie over deze misstappen barstte in 1983 in alle ernst los met Margaret Simons’ kritische essay The Silencing of Simone de Beauvoir.16 Mijn opmerkingen hieronder zijn echter vooral gebaseerd op een latere bijdrage dat op Simons’ inspanningen voortbouwt, het artikel While We Wait dat in 2004 gepubliceerd werd door Toril Moi.17 Want Moi zou een half decennium later ook de tweede, onverkorte vertaling bespreken. De inkortingen in deze eerste vertaling, merkt Moi op, zijn niet willekeurig – we kunnen een aantal rode draden waarnemen. Referenties naar hele intellectuele denkrichtingen, zoals het socialistisch feminisme, zijn bijvoorbeeld geschrapt en – bijzonder wreed waar het een boek met zo’n onderwerp betreft – de namen van 87 vrouwen sneuvelden tijdens het vertalen. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat deze Engelstalige versie van Le Deuxième Sexe systematisch één van dat boek z’n meest gevierde bewijzen van de achtergestelde maatschappelijke positie van vrouwen in de tijd dat het geschreven werd verdoezeld: hun getuigenissen.18 Maar dat is niet het enige deel van De Beauvoirs overwegingen dat weggelaten werd. Want de afgedwongen inkorting van vele alinea’s en ander knipwerk, vereiste een heleboel herschreven zinnen. En dit ging niet alleen ten koste van de rest van de bewijsvoering, maar ook de doorwrochte filosofische inzichten werden zo minder begrijpelijk.19 Hierdoor lijken de stevig doortimmerde argumenten in het Franse origineel in de vertaling louter de particuliere meningen van de De Beauvoir zelf.20 Dientengevolge doet deze vertaling niet alleen De Beauvoirs scherpzinnigheid tekort, maar draagt deze ook bij aan de schadelijke en historisch al te prevalente onderschatting van vrouwelijke denkers.21
Daarnaast, zoals ik hierboven al aanhaalde, hinderen zulke fouten de filosofische debatten die zich baseren op of refereren aan de eerste editie van The Second Sex. Moi toont dit overtuigend aan met De Beauvoirs ideeën over het moederschap. Waar De Beauvoir schrijft dat het moederschap geen vrije keuze was in de tijd waarin ze aan het boek werkte – een kind krijgen stond in die periode bijvoorbeeld een professionele carrière veelal in de weg – maakt de vertaling hier een categorisch onvrije keus van. Dit komt doordat het Franse woord ‘actuellement’, hetgeen zoiets betekent als ‘op dit moment’, als het Engelse woord ‘actually’, oftewel ‘eigenlijk’, wordt vertaald.22 Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat zelfs bedachtzame schrijvers als Drucilla Cornell meenden dat De Beauvoir aanraadt om het moederschap te vermijden.23 En met dit gebrekkige begrip van De Beauvoir vanwege deze en andere vertaalfouten, bevindt Cornell zich in goed gezelschap. Want menig beroemde denker, zoals Judith Butler en Penelope Deutscher, schrijft filosofische miskleunen aan De Beauvoir toe die alleen maar in de vertaling van haar werk te vinden zijn.24 En laat mij duidelijk zijn – in tegenstelling tot deze eerste Engelse editie van Le Deuxième Sexe – dit is niet (alleen) de schuld van deze denkers en schrijvers. Niemand kan immers alle talen lezen en velen van hen die zich bezighouden met wetenschap en onderzoek zien zich gedurende hun carrière regelmatig gedwongen om zich te verlaten op vertalingen.
De tweede vertaling (2009)
Misschien ben je bij het lezen van het voorgaande overtuigd geraakt van de noodzaak voor een nieuwe Engelse vertaling van Le Deuxième Sexe, maar bij de desbetreffende uitgeverij ging dit niet zo makkelijk. Toen de voornoemde Simons, Moi en anderen hun zorgen onder diens aandacht brachten, wees de uitgeverij deze achteloos van de hand.25 De ingebrachte argumenten varieerden van geld – het boek verkocht niet goed genoeg om een nieuwe vertaling te rechtvaardigen – tot scherpslijperij – perfecte vertalingen zijn hoe dan ook onmogelijk. En zelfs de op het eerste gezicht overtuigend klinkende verklaringen konden een nadere bestudering niet doorstaan. De Beauvoir’s aanvankelijke lof voor The Second Sex wordt bijvoorbeeld tegengesproken door haar latere streven naar een nieuwe vertaling toen ze achter de schaal en de ernst van het inkorten en herschrijven van haar boek was gekomen.26 Het was pas nadat er geld bij anderen was ingezameld dat de uitgeverij diens verzet staakte.27 In 2009 verscheen er tenslotte een nieuw vertaalde en onverkorte editie van The Second Sex en de vertalers zouden de door hen gemaakte keuzes een jaar later verantwoorden in een academisch tijdschrift.28
Ondanks de eindeloze inspanningen die nodig waren om de uitgeverij te doordringen van de behoefte aan en (wellicht belangrijker) de financiële haalbaarheid van een nieuwe editie en de verantwoording die de vertalers zelf aflegden, was niet iedereen blij met deze verse vertaling. En dit was vanwege een aantal goede redenen. Moi trakteert ons wederom op een paar informatieve en lichtelijk entertainende voorbeelden, waarvan ik er hieronder een paar bespreek.29 De gekozen vertalers waren twee Amerikaanse leraren Engels die in Parijs woonden, Constance Borde en Sheila Malovany-Chevallier. Zij hadden enkele les- en kookboeken geschreven, maar hun ervaring met vertaalwerk was redelijk beperkt. Zoals hun genoemde academische bijdrage al laat zien, namen de vertalers de omvang van hun taak erg serieus en begrepen ze het belang ervan. En hun werk is niet zonder verdienste, zo kunnen we opmaken uit een aantal positieve recensies.30 Maar dit betekent niet, vrees ik, dat de zorgen van Moi ongegrond zijn. Laat ons deze nu onder de loep nemen.
Ironisch genoeg komt het misschien juist vanwege het feit dat de vertalers de kritieken op de eerste editie van The Second Sex zo serieus namen, dat zij af en toe struikelden. Ze probeerden bijvoorbeeld zo veel mogelijk trouw aan de Franse tekst te blijven. Maar veel van de langere zinnen die werkten in de oorspronkelijke taal zijn hier moeizamer te lezen dan toen zij opgebroken waren in Parshley’s uiterst vlotte Engels. De regelmatig al te letterlijke vertaling verwart daarnaast opnieuw de punten die De Beavoir maakt. De Franse term ‘maison d’abbatage’, dat in deze context een bordeel aanduidt dat korte bezoeken biedt, wordt hier in het Engels vertaald als ‘slaughter house’ – oftewel een slachthuis! Dit is natuurlijk een makkelijk voorbeeld dat ook veel lezers zal zijn opgevallen, maar de vertaalfouten inzake de filosofische terminologie die De Beauvoir hanteert zijn voor de meesten van ons minder makkelijk op te sporen. Hier had de betrokkenheid van een geconsulteerde filosoof het verschil kunnen maken. Want vertalen is een ambacht dat zijn voordeel doet met samenwerking, zeker als de oorspronkelijke auteur niet meer onder ons is.31 En ondanks dat Borde en Malovany-Chevallier veel hebben geleerd van hun impliciete dialoog met Parshley’s editie en zijn critici, zou meer gespecialiseerde assistentie – denk ik – het eindresultaat ten goede zijn gekomen.32
Wat ons rest zijn twee vertalingen van Le Deuxième Sexe met elk hun eigen specifieke tekortkomingen. Eén is een ingekorte versie van het werk die zeer leesbaar is, maar tegenvalt in de presentatie en communicatie van De Beauvoirs ideeën. Terwijl de andere compleet is, maar minder elegant vertaald werd en zich teveel verliet op de originele tekst om makkelijk begrijpbaar te zijn.
Conclusie: de grensgebieden van het vertalen
Dit brengt ons tot slot op een interessante overkoepelende vraag: kunnen deze twee Engelstalige edities met recht Simone de Beauvoir’s The Second Sex worden genoemd? Vertalen betekent tot op zekere hoogte altijd wel aanpassen en bewerken. Want letterlijke vertalingen zijn goeddeels onmogelijk en – zelfs als we zo’n project zouden aandurven – zullen bijna altijd geheel of gedeeltelijk onleesbaar blijken te zijn.33 Al kan zo’n poging zijn eigen vorm van kunst zijn, natuurlijk. Maar met alle inkortingen en andere redactionele ingrepen van Parshley en diens uitgeverij, alsmede de nogal letterlijke overzetting en ogenschijnlijk onhandige behandeling van het filosofische vocabulaire door Borde en Malovany-Chevallier, zouden we deze vertalingen ook kunnen zien als – op z’n best – afgeleide werken. En dit wordt ook aangetoond door de veelvoorkomende misinterpretaties en het gebrek aan begrip van degenen die zich verlaten op deze vertalingen voor hun kennis van Le Deuxième Sexe, zelfs bij experts die in hetzelfde vakgebied werken als De Beauvoir.
Desalniettemin dienen we de inspanningen van deze vertalers te prijzen, ongeacht de fouten in het eindresultaat. En niet alleen omdat Parshley zich onvermoeibaar inzette om De Beauvoirs bekendste werk vertaald te krijgen en zich dapper teweerstelde tegen de voorgestelde inkortingen en veranderingen wanneer dat mogelijk was. Of omdat Borde en Malovany-Chevallier zulk een groots project oppakten dat de hoogste tijd reeds gepasseerd was en dat zij nog nooit ondernomen hadden. Maar ook omdat alle misstappen die we vandaag besproken hebben – net zoals de onvermijdelijke miskleunen bij mijn eigen vertalingen ten dienste van dit blog – ons iets leren over het belang van goed onderlegde vertalingen en de vele fijne kneepjes van dit veelzijdige ambacht.
Voetnoten
- Juliane House, “Overt and Covert Translation”, in: Yves Gambier & Luc van Doorslaer (red.), Handbook of Translation Studies – Volume 1 (Amsterdam: John Benjamin Publication, 2010), p. 245; Guide Hansen, “Translation ‘Errors’”, in: Yves Gambier & Luc van Doorslaer (red.), Handbook of Translation Studies – Volume 1 (Amsterdam: John Benjamin Publication, 2010), p. 385-387. Voor de ontwikkeling van de bestudering van dit spectrum, zie: Susan Bassnett, Translation (London: Routledge, 2014), p. 6-36.
- Het originele Franse boek werd gepubliceerd in twee delen, zie: Simone de Beauvoir, Le Deuxième Sexe – Vol. 1: Les Faits et les Mythes (Paris: Gallimard, 1949); Simone de Beauvoir, Le Deuxième Sexe – Vol. 2: L’Expérience Vécue (Paris: Gallimard, 1949). Voor de besproken vertalingen, zie: Simone de Beauvoir, The Second Sex, translated by Howard M. Parshley (New York: Vintage books, 1953); Simone de Beauvoir, The Second Sex, translated by Constance Borde & Sheila Malovany-Chevalier (London: Jonathan Cape, 2009).
- Thomas Flynn, Existentialism: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2006), p. 98-102.
- Toril Moi, “While We Wait: notes on the English Translation of The Second Sex”, in: Emily R. Groshol (red.), The Legacy of Simone de Beauvoir (Oxford, Clarendon Press, 2004), p. 37; Susan Bassnett, Translation, p. 61.
- Moi, “While We Wait”, p. 54-56.
- Francis Jones’ opmerkingen over het vertalen van poëzie zijn, denk ik, ook relevant voor de meeste andersoortige vertalingen, zie: Francis R. Jones, “Poetry Translation”, in: Luc van Doorslaer & Yves Gambier (red.), Handbook of Translation Studies – Volume 2 (Amsterdam: John Benjamins Publishing Company, 2011), p. 120-121.
- “[T]ranslating has always been dog’s work – never well paid and seldom if ever bringing the translator any glory.” Zoals geciteerd in: Yolanda Astarita Patterson, “Who Was this H.M. Parshley? The Saga of Translating Simone de Beauvoir’s ‘The Second Sex’”, Simone de Beauvoir Studies 1992, 9 (1), p. 43.
- Bassnett, Translation, p. 1-3.
- We kunnen mensen hun vaardigheden bekritiseren zonder aan hun goede bedoelingen te twijfelen, zie: Moi, “While We Wait”, p. 63.
- Patterson, “Who Was this H.M. Parshley?”, p. 41-42.
- Moi, “While We Wait”, p. 63.
- Patterson, “Who Was this H.M. Parshley?”, p. 43; Moi, “While We Wait”, p. 63-64.
- Toril Moi, “The Adulteress Wife”. London Review of Books 2010, 32 (3), p. 3-6.
- Patterson, “Who Was this H.M. Parshley?”, p. 43. Voor de gevolgen van deze houding voor de vertaling als geheel, zie: Moi, “While We Wait”, p. 42-43.
- Patterson, “Who Was this H.M. Parshley?”, p. 45.
- Margaret Simons, “The Silencing of Simone de Beauvoir: Guess What’s Missing from The Second Sex”, Women’s Studies International Forum 1983, 6 (5), p. 559–564.
- Moi, “While We Wait”, p. 37-68.
- Ibidem, p. 41; Simons, “The Silencing of Simone de Beauvoir”, 560, 562.
- Voor een samenvatting van de grootste filosofische miskleunen in deze vertaling, zie: Moi, “While We Wait”, p. 46-54.
- Zie in het algemeen: Elizabeth Fallaize, “Le Destin de la Femme au Foyer: Traduire ‘‘La Femme Mariée’’ de Simone de Beauvoir”, in: Christine Delphy & Sylvie Chaperon (red.), Cinquantenaire du Deuxième Sexe: 1949-1999 (Paris: Editions Syllepse, 2002), p. 468-474.
- Moi, “While We Wait”, p. 46, 54.
- Ibidem, p. 57-58.
- Drucilla Cornell, At the Heart of Freedom: Feminism, Sex and Equality (Princeton: Princeton University Press, 1998), p. 27.
- Moi, “While We Wait”, p. 55-56; Judith Butler, Gender Trouble: Feminism and the Subversion of Identity (New York: Routledge, 1990), p. 152, noot 20, p. 153 noot 21; Penelope Deutscher, Yielding Gender: Feminism, Deconstruction and the History of Philosophy (London: Routledge, 1997), p. 177.
- Moi, “While We Wait”, p. 61-67.
- Richard Gillman, “The Man Behind the Feminist Bible”, New York Times Book Review May 22nd 1988, p. 40. Hoewel we ons bewust moeten zijn van de onfrisse vooroordelen waarvan deze bron blijk geeft, verschaft zij ons wel waardevolle informatie over de positie van de uitgeverij in dezen, zie: Moi, “While We Wait”, p. 41, noot 7.
- Toril Moi, “The Adulteress Wife”, London Review of Books 2010, 32 (3), p. 3-6.
- Constance Borde & Sheila Tulsa Malovany-Chevallier, “Translating The Second Sex”, Tulsa Studies in Women’s Literature 2010, 29 (2), p. 437-445. Voor deze editie, zie: Supra noot 2.
- Moi, “The Adulteress Wife”, p. 3-6. Maar ze staat hierin niet alleen, zie bijvoorbeeld: Francine du Plessix Gray, “Dispatches From the Other”, The New York Times May 30th 2010, Book Review, p. 6.
- Zie bijvoorbeeld: Catriona Crowe, “Second Can Be the Best”, The Irish Times December 19th 2009, Weekend, p. 11.
- Bassnett, Translation, p. 123-130.
- Dit wil niet zeggen dat Borde en Malovany-Chevallier zich niet bewust waren van de filosofische aspecten van het boek. Integendeel, zie: Borde & Sheila Tulsa Malovany-Chevallier, “Translating The Second Sex”, p. 438, 444-445.
- Er schuilt natuurlijk een hoop nuance achter deze opmerking, zie: Bassnett, Translation, p. 147-167; David Bellos, Is that a Fish in Your Ear? Translation and the Meaning of Everything (London: Particular Books, 2011).