Dat de meeste mensen niet doorlopend nadenken over de oorsprong en de regelmatig subtiel bijgestelde betekenissen van woorden uit hun dagelijkse taalgebruik – zeker als zij geen blogs schrijven voor andermans leesplezier – betekent niet dat dit geen nuttige activiteit is.1 Specifiek waar het geografische aanduidingen betreft die zo diep geworteld zijn dat we er amper nog over nadenken, zoals de Mediterraanse of Mesopotamische oudheid. Want het is interessant om uit te zoeken onder welke omstandigheden zulke grote gebieden gedurende zulke lange perioden terecht kunnen worden beschreven met één woord en wanneer dit juist belangrijke onderverdelingen en lokale ontwikkelingen verhult. Indien men bijvoorbeeld mensen hun verhouding tot hun directe leefomgeving bestudeert – of het daarbij nu gaat om ideologie, economie of enig ander aandachtspunt – kan het lonen om vanzelfsprekend lijkende geografische gebieden onder te verdelen in zogenoemde micro-ecologiën.2 Het is dit handige methodologische concept dat ik vandaag met jullie wil bespreken. En doorheen die bespreking komen we ook nog eens achter de herkomst van de benaming ‘Mesopotamië’ en enkele van de belangrijkste ecologische verschillen binnen deze uitgestrekte regio in de oudheid.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Wat zijn micro-ecologiën?
Mijn twee voorbeelden hierboven waren natuurlijk niet willekeurig gekozen. En neen, de reden heeft niet alleen te maken met het feit dat ik al het één en ander af weet van de Méditerranée en West-Azië in de oudheid!3 Veel belangrijk onderzoek naar het gebruik van micro-ecologiën als leidraad bij het bestuderen van de geschiedenis betreft het antieke en middeleeuwse Middellandse Zeegebied. Een prominent staaltje hiervan is het monumentale The Corrupting Sea van Peregrine Horden en Nicholas Purcell, dat al invloed uitoefent en geleerde discussie aanzwengelt sinds het een kwarteeuw geleden gepubliceerd werd.4 En in dit blog ben ik van plan die invloed uit te breiden naar het oude Mesopotamië en daarmee de genoemde geleerde discussies verder te verrijken.
Wetenschappelijke benaderingen in het voetspoor van The Corrupting Sea illustreren hoe een focus op lokaliteiten binnen grotere gebieden de betrouwbaarheid van onze reconstructie van het verleden kan vergroten. Bij zo’n doelbewuste fragmentatie ontwaren we dan bijvoorbeeld elkaar wederzijds beïnvloedende processen en andere interacties tussen mensen, hun maatschappelijke structuren en hun natuurlijke omgeving – oftewel de hierboven reeds genoemde micro-ecologies.5 En het oude Mesopotamië is – naar mijn absurd stevig doortimmerde mening, althans – een goede casus om de voordelen van het gebruik van het concept van micro-ecologiën te onderbouwen. Want ongeveer zo ver als we nu kunnen terugkijken was er tenminste één relevante, regionale onderverdeling in dit gebied gedurende de oudheid – tussen het noorden en het zuiden.6 Als we die scheiding nader bekijken, kan dit ons helpen om laten zien dat sommig van onze aanduidingen voor grotere gebieden gedurende langere perioden soms meer nuance behoeven, ongeacht hun ouderdom en vanzelfsprekendheid. Want deze gebieden waren lang niet altijd uniform in alle relevante – of zelfs irrelevante! – aspecten.
Mesopotamië en diens voorgangers
Vooraleer we die nuances voor het voetlicht brengen is het misschien praktisch om vast te stellen wat de term ‘Mesopotamië’ eigenlijk behelst waar het de oudheid betreft. Dit label komt uit het Oud-Grieks en kan grofweg worden vertalen als ‘tussen de rivieren’, want μέσος (mesos) betekent ‘midden’ en ποταμός (potamos) betekent ‘rivier’. De twee bewuste rivieren hebben ook Griekse namen, namelijk de Eufraat en de Tigris. Mesopotamië, althans onze huidige opvatting ervan, lag waar nu de moderne staat Irak gesitueerd is, met de toevoeging van enkele aanpalende delen van aangrenzende landen zoals Türkiye, Syrië en Iran.7 Maar dit is natuurlijk niet de enige naam die ooit aan de landstreek die deze beide rivieren omringt, gegeven is – of zelfs aan de rivieren zelf!8
De Soemeriërs, die de oudste vastgelegde taal spraken, noemden hun woonplaats in het zuidelijke deel van het gebied dat wij nu als Mesopotamië aanduiden ki.en.gir, dat wel vertaald wordt als ‘het land van de inheemse/Soemerische priester-koningen’. Daarnaast werd het gebied ten noorden van de stad Nippur door hen aangeduid als ki.uri. Hier lag de stad Akkad, dat de hoofdstad vormde van het gelijknamige wereldrijk dat standhield van het einde van de 24ste eeuw tot het begin van de 22ste eeuw voor onze jaartelling. En deze regio werd weinig verrassend Akkadûm genoemd in de Akkadische taal.9 Naast verscheidene historische namen voor bepaalde gedeelten van Mesopotamië, hebben geleerden ook voorzichtige voorstellen gedaan voor een Akkadisch label voor de hele regio, māt birītim(ki) – ‘het land ertussen’.10 Net als met ons gebruik van het Oud-Griekse woord, zou hiermee de landstreek worden bedoeld nabij de rivieren die wij de Eufraat en de Tigris noemen. De Eufraat zelf heette de Buranuna in het Soemerisch en de Purattum in het Akkadisch, terwijl de Tigris respectievelijk de Idigina en de Idiglat werd genoemd.11 Ook in andere oude talen vinden we benamingen voor Mesopotamië, zoals אֲרַם נַהֲרַיִם (ʾaram Naharayim) in het Klassiek-Hebreeuws, dat grofweg betekent ‘Aram van de twee rivieren’ en in de Bijbel wordt gebruikt.12 Er waren dus vele verschillende manieren om je topografische eruditie te laten zien in het West-Azië van de oudheid!
Men kan echter vraagtekens plaatsen bij de geschiktheid van één label voor zo’n uitgestrekt gebied. Zelfs in de oudheid werd er vaak een expliciet onderscheid gemaakt tussen noordelijk en zuidelijk Mesopotamië, naast de gevallen die ik al besproken heb. De oude Egyptenaren lijken geen woord te hebben gehad voor de hele regio, maar ze hadden aanduidingen voor gedeelten ervan. Het zuidelijke deel wordt bijvoorbeeld Sangara genoemd in topografische opsommingen uit het Nieuwe Koninkrijk, dat duurde van de 16de tot de 11de eeuw voor onze jaartelling.13 En de Klassiek-Hebreeuwse term – net zoals wellicht de oorspronkelijke betekenis van het Oud-Griekse label – refereerde mogelijk louter aan het noordelijke deel van de landstreek die we zouden verwachten.14
Maar we kunnen ook voorbij de filologie kijken. Gedurende de eerste eeuwen van het eerste millennium voor onze jaartelling, kon het machtige Assyrische Rijk – dat zijn hartland had in noordelijk Mesopotamië – er zelden op rekenen dat de bevolking van het zuidelijker gelegen Babylonië zich koest hield.15 En zelfs vandaag de dag, zoals je misschien wel weet, maken we nog een onderscheid tussen het Assyrische noorden en Babylonische zuiden.16 Toch valt er ook wel wat te zeggen voor ons huidige gebruik van een term zoals Mesopotamië.17 De langdurige afwezigheid van bossen in dit gebied betekende bijvoorbeeld dat de oude Mesopotamiërs veel van hun hout moesten importeren.18 Maar het waren juist ook natuurlijke en klimatologische omstandigheden die grotendeels verantwoordelijk waren voor het standvastige onderscheid tussen noordelijk en zuidelijk Mesopotamië in het antieke vocabulaire en de toenmalige politieke situatie.19
Klimatologische diversiteit in Mesopotamië
Het voornaamste verschil is een woord dat ook dienst doet als het onderwerp van een memorabel Beatles-liedje: regen.20 In het noorden van Mesopotamië kon men vaak op de regen vertrouwen voor de landbouw. Terwijl er in het zuiden juist niet genoeg neerslag was. Dus om de planten hun dorst te lesten, moesten boeren daar met behulp van irrigatie water uit de Eufraat en de Tigris halen.21 Gelukkig voor hen, waren deze rivieren in het zuiden niet zo diep in het landschap gesleten als in het noorden. Integendeel, ze vlochten zich samen over vlak land, voordat ze in de moerassen aan de Perzische Golf stroomden.22 Deze verschillen brachten met zich mee dat verstoringen van het klimaat en andere natuurlijke veranderingen voor de mensen in het noorden en het zuiden van Mesopotamië vaak ongelijksoortige gevolgen hadden. Of het nu het wisselende zeeniveau, ontbossing, de verzilting van bebouwbaar land of drogere tijdperken betrof – waar je woonde in deze regio en op welk moment in de geschiedenis maakte écht uit.23
Als we nog verder inzoomen, valt op dat er binnen en over de grenzen van deze twee afzonderlijke delen heen verschillende micro-ecologiën waren die dit onderscheid op losse schroeven zetten. Zelfs in de noordelijke gebieden van Mesopotamië waar men strikt genomen op de regen kon rekenen voor de landbouw, gebuikte men bijvoorbeeld irrigatie om zo meer mensen op een meer betrouwbare wijze te voeden dan anders mogelijk zou zijn.24 Het benodigde water kwam overigens van nog verder noordelijk om zo de logistieke nachtmerrie van het hoogteverschil tussen de diep ingesleten rivieren en de akkers te omzeilen. Vandaar de majestueuze kanalen, tunnels en aquaducten die de koningen van het Assyrische Rijk ooit aanlegden.25 Binnen het noorden en het zuiden maakte het ook nog verschil of men op de Eufraat of de Tigris moest vertrouwen als de voornaamste waterbron en -weg. Want de Tigris was onvoorspelbaarder en veroorzaakte gewelddadigere overstromingen dan diens westelijke tegenhanger.26 Hoe nuttig een onderscheid tussen noordelijk en zuidelijk Mesopotamië daarom ook is, we moeten ons er niet blind op staren.
De hierboven besproken wijzen waarin de noordelijke en zuidelijke delen van Mesopotamië van elkaar afweken, zelfs als we hun vage grenzen en de eventueel overlappende micro-ecologiën in aanmerking nemen, betroffen voornamelijk hun ecologie. En dit was natuurlijk niet het enige relevante verschil! Maar deze nadruk op geografie, regen, landbouwstijlen en andere natuurlijke en omgevingsfactoren, kan ons wel van dienst zijn wanneer we het nut en de noodzaak van het gebruik van micro-ecologiën als conceptueel gereedschap bij de geschiedschrijving trachten te laten zien.
Het nut van micro-ecologiën
Want als we naast het algemene ecologische kader van Mesopotamië ook de meer lokale ecologiën in kaart kunnen brengen, dan kan dit ons begrip van deze historische plekken in verschillende perioden vergroten. Natuurlijk indien en voor zover ons bewijs – archeologisch, tekstueel, enzoverder, enzovoort – dit toelaat.27 In de praktijk zou dit betekenen dat we moeten proberen om onze teksten en archeologische vondsten zoveel mogelijk binnen het kleinste ecologische kader te bestuderen dat mogelijk is, naast vaststellen hoe ze binnen de wijdere regio passen. Op die manier krijgen we een beter zicht op de interacties van mensen met hun ecologische omstandigheden. Dit zou natuurlijk ook hun reacties op lokale en meer globale milieuveranderingen betreffen, inclusief de gebeurtenissen die het gevolg zijn van de menselijke invloed op het landschap.28 Denk hierbij bijvoorbeeld aan de rol die irrigatie speelde in het noordelijke deel van Mesopotamië, ook al hadden ze daar meer regen om mee te werken dan in het zuiden.29 Zodoende worden de geografie, natuur, flora en fauna meer dan een zwijgend decor. Zij vormen juist een dynamisch onderdeel van de geschiedenis van een plaats en diens bewoners – ze nemen deel aan het verhaal van de mensheid.30
Zulke expliciete aandacht voor de lokale stand van zaken brengt ons met een beetje geluk nog dichter bij de ervaringen van degenen in het verleden in een specifiek deel van de wereld leefden en wier verbinding met de wijdere regio – net zoals dat bij ons allemaal eigenlijk wel het geval is – zowel onvermijdelijk als beperkt was. Deze benadering zal natuurlijk niet alles verklaren, maar zij kan ons wel helpen om meer inzicht te krijgen in kwesties als “politieke macht, maatschappelijke cultuur, religieuze gebruiken, etcetera.”31 Desalniettemin zullen we voorzichtig moeten zijn bij het bepalen hoe het ons overgeleverde bewijs zich verhoudt tot de eventuele toenmalige micro-ecologiën zoals we die vanuit onze tijd nog kunnen bepalen. Het kan best weleens zo zijn dat het ons lukt om de lokale omgevingsomstandigheden in het verleden vast te stellen, maar dat dit ons nog steeds niet helpt om het plaatje van deze plek in die tijd compleet te krijgen.32 Soms is een bos of woestenij, voor zover we nu kunnen zien, gewoon een bos of een woestenij. Maar met dergelijke slagen om de arm loont het, denk ik, wel om te proberen de culturele en natuurlijke context beter aan elkander te relateren bij ons pogen om het oude Mesopotamië te begrijpen – als geheel en als een verzameling kleinere, met elkaar in verband staande micro-ecologiën.
Zo’n focus op de lokale context binnen het geheel kan ons niet alleen van dienst zijn wanneer we van doen hebben met verschillen doorheen een groter gebied zoals Mesopotamië, maar ook met de vele veranderingen die het verloop van de tijd met zich meebrengt. Zoals gezegd werden veranderingen in het klimaat en de natuur door de bank genomen verschillend ervaren in het noorden en het zuiden van oude Mesopotamië. Mensen hun bestaansmogelijkheden varieerden dus niet alleen doorheen de regio maar ook doorheen de eeuwen. Dientengevolge zullen de aanwezige micro-ecologiën ook veranderd zijn met de jaren. Sommige gingen misschien zelfs samen met andere micro-ecologiën en verdwenen zo buiten beeld. En daarmee komt er een andere, noodzakelijke nuance van het label ‘Mesopotamië’ bovendrijven. Hierboven haalde ik al aan dat wanneer de meeste mensen het hebben over Mesopotamië, zij niet alleen refereren aan een gebied, maar ook aan een bepaalde periode.33 Grofweg de tijd tussen het uitvinden van het spijkerschrift – bekend van de kleitabletten – alsmede de andere gemakken die met de opkomst van grotere nederzettingen gepaard gingen, en de veroveringen van Alexander de Grote. De ondertitel van Marc van de Mieroops uitstekende geschiedenisboek over het oude Nabije Oosten, “Circa 3000-323 v.Chr.” geeft een goede indruk van dit algemene tijdsbeeld.34 Maar deze periode behelsde uiteraard vele veranderingen. De moerassen aan de Perzische golf speelden allengs een kleinere rol vanwege klimatologische permutaties en verzilting door de rivieren moest steeds intensiever bestreden worden, om maar twee voorbeelden te noemen.35 Micro-ecologiën kunnen ons daarom niet alleen bijstaan bij het overbruggen van afstanden maar ook van tijdsgewrichten.
Conclusie: geen wondermiddel
Het loont dus om het concept van micro-ecologiën toe te passen bij onze studie van verloren werelden en zo meer nuance aan te brengen binnen bekende, overkoepelende begrippen die in gebruik zijn voor grote gebieden en lange tijdperken, inclusief het algemene idee van het oude Mesopotamië. Maar als het bijvoorbeeld aankomt op de kleitabletten die op veel plekken in West-Azië gevonden zijn, is dit geen wondermiddel. Want veel van deze teksten werden eeuwenlang gekopieerd en raakten wijd en zijd verspreid.36 Het is dus moeilijk om deze bronnen in verband te brengen met de micro-ecologiën die ze uiteindelijk hebben voortgebracht – om nog maar te zwijgen van een eventuele, onderliggende verteltraditie. Zulke vondsten kunnen dus slechts moeizaam worden bestudeerd door de lens van micro-ecologiën, maar dat betekent niet dat we dit niet moeten proberen indien dat wel mogelijk is. En het benoemen wanneer dit toch niet gelukt is. Want duidelijkheid en transparantie vormen de kern van oprechte wetenschap – ook als we moeten aangeven dat we de grenzen hebben bereikt van wat onze huidige methoden ons kunnen vertellen.37
Dan rest ons nog één laatste vraag, die stiekem dit hele blog schraagde: waarom gebruiken we vandaag de dag überhaupt het naam ‘Mesopotamië’ voor zo’n uitgestrekte, gevarieerde regio, terwijl zelfs de antieke benamingen vaak beperkt waren tot slechts delen ervan? Dit lijkt minder van doen te hebben met gelijkluidende labels in oude talen of zelfs geografie en meer met hoe de studie de oude wereld vroeger werd bedreven. Hetgeen weer voortkwam uit de kolonisatie van dit deel van de aardbol. Specifiek de grote archeologische opgravingen gedurende de 19de en het begin van de 20ste eeuw vonden plaats binnen een koloniale context.38 Het was in deze periode en tenminste gedeeltelijk door de publiciteit rondom deze opgravingen dat termen zoals ‘Mesopotamië’ in het Westen een groter publiek bereikten. En daar werden ze geïnterpreteerd als het grotere gebied, zoals dat sindsdien lang in gebruik is gebleven in het wetenschappelijk onderzoek, namelijk als refererend aan het gehele gebied dat ik hierboven beschreef gedurende een zeer lange tijdsspanne in de oudheid.39
En dit is nuttig om te weten! Want als we ons verdiepen in de geschiedenis van zulke terminologie, dan hebben we ook een kans om zicht te krijgen op eventueel achterhaalde opvattingen die nog immer de studie van het oude Nabije Oosten kunnen drukken en zo ons begrip van die plaats in het verleden, alsmede van de levens van de mens van toen, wellicht nog steeds hinderen.40 Op die manier is het makkelijker om nieuwe geschiedkundige ontdekkingen te doen die anders belemmerd zouden worden door een onbewust en vanzelfsprekend gebruik van benamingen die op zijn minst met kanttekeningen zouden moeten komen. En zo kunnen we verdere voortgang maken met ons onderzoek.
Voetnoten
- Philip Durkin, The Oxford Guide to Etymology (Oxford: Oxford University Press, 2009), p. 22-31.
- Peregrine Horden & Nicholas Purcell, The Corrupting Sea: A Study of Mediterranean History (Oxford: Blackwell, 2000), p. 2; Christopher Schliephake, “Introduction”, in: Christopher Schliephake (red.), Ecocriticism, Ecology, and the Cultures of Antiquity (Lanham: Lexington Books, 2017), p. 8.
- Meer van mijn geneuzel over de oude geschiedenis van beide regio’s vind je op de archiefpagina.
- Horden & Purcell, The Corrupting Sea; Christopher Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World: Questions and Perspectives (Cambridge: Cambridge University Press, 2020), p. 16-17. Voor deze geleerde discussies, zie: Peregrine Horden & Nicholas Purcell, “Four Years of Corruption: A Response to Critics”, in: William V. Harris, Rethinking the Mediterranean (Oxford: Oxford University Press, 2005), p. 348-376.
- Horden & Purcell, The Corrupting Sea, p. 53–88; Saygın Salgırlı, The Fluctuating Sea: Architecture and Movement in the Medieval Mediterranean (Abingdon: Routledge 2021), p. 28, 45.
- Marc van de Mieroop, A History of the Ancient Near East: Ca. 3000 – 323 BC (Malden: Blackwell, 2024), p. 5. Dit is natuurlijk niet de enige nuttige onderverdeling. Het Syrische deel van het gebied dat wij nu Mesopotamië noemen kent bijvoorbeeld ook een heel eigen ecologische, sociale en politieke geschiedenis, zie in het algemeen: Peter M.M.G. Akkermans & Glenn M. Schwartz, The Archaeology of Syria: From Complex Hunter-Gatherers to Early Urban Societies (c. 16,000 – 300 BC) (Cambridge: Cambridge University Press, 2009), p. 1, 5, 9.
- Alhena Gadotti & Alexandra Kleinerman, Living and Dying in Mesopotamia (London: Bloomsbury Publishing, 2024), p. 1; Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. 2; Amanda H. Podany, Weavers, Scribes, and Kings: A New History of the Ancient Near East (New York: Oxford University Press, 2022), p. 6.
- Net als in mijn eerdere blog over het spijkerschriftteken ĜEŠTUG zijn Soemerische woorden vetgedrukt en Akkadische woorden schuingedrukt. Want zelfs na schier zes millennia is er nog genoeg complexiteit te vinden rondom de bestudering van het spijkerschrift.
- Voor een beknopt overzicht, zie: Theo J.H. Krispijn, Inleiding in de Sumerische Taalkunde (Leiden: Reader Oude Culturen van de Mediterrane Wereld, 2012), p. 6. Voor de namen zelf, zie: John A. Halloran, Sumerian Lexicon: A Dictionary Guide to the Ancient Sumerian Language (Los Angeles: Logogram Publishing, 2006), 138, 142; Karel van der Toorn, “Amurru”, in: Karel van der Toorn et al (red.), Dictionary of Deities and Demons in the Bible (Leiden: Brill, 1999), p. 32; A. Leo Oppenheimer et al, The Assyrian Dictionary: Volume 12 (P) (Chicago: The Oriental institute, 1964), p. 272. Voor het Akkadische rijk, zie: Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. 63-74.
- Jacob J. Finkelstein, “Mesopotamia”, Journal of Near Eastern Studies 1962, 21 (2), p. 74.
- Gadotti & Kleinerman, Living and Dying in Mesopotamia, p. 1. Voor de Akkadische namen, zie: Martha T. Roth et al, The Assyrian Dictionary: Volume 12 (P) (Chicago: The Oriental institute, 2005), p. 534. Voor de Soemerische namen, zie: Halloran, Sumerian Lexicon, p. 36, 120.
- John W. Wevers, “Aram and Aramaean in the Septuagint”, in: Paulette M.M. Daviau, John W. Wevers & Michael Weigl, (red.), The World of the Aramaeans – Vol. 1: Biblical Studies in Honor of Paul-Eugène Dion (Sheffield: Sheffield Academic Press), p. 237-251.
- Kenneth, A. Kitchen, “Egyptian New-Kingdom Topographical Lists: An Historical Resource With ‘Literary’ Histories”, in: Peter Brand & Louise Cooper (red.), Causing His Name To Live: Studies in Egyptian Epigraphy and History in Memory of William J. Murnane (Leiden: Brill, 2009), p. 133. Dit onderscheid tussen Noord- en Zuid-Mesopotamië wordt ook geïmpliceerd door de selectie van plaatsnamen voor topografische lijsten, zie bijvoorbeeld: Michael C. Astour, “Mesopotamian and Transtigridian Place Names in the Medinet Habu Lists of Ramses III”, Journal of the American Oriental Society 1968, 88 (4), p. 733-752. For the New Kingdom, see: Marc van de Mieroop, A History of Ancient Egypt (London: Wiley-Blackwell, 2011), p. 364-365.
- Wevers, “Aram and Aramaean in the Septuagint”, p. 244-245; Finkelstein, “Mesopotamia”, p. 73.
- Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. 254.
- De serie Very Short Introductions van Oxford University Press heeft bijvoorbeeld aparte deeltjes voor Babylonië en Assyrië, zie: Karen Radner, Ancient Assyria: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2015); Trevor Bryce, Babylonia: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2016).
- Amanda H. Podany, The Ancient Near East: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2013), p. 7; Mario Liverani, The Ancient Near East: History, Society and Economy, vertaald door Soraia Tabatabai (New York: Routledge/Taylor & Francis Group, 2014), p. 8.
- Podany, The Ancient Near East, p. 2. Zelfs de Assyriërs, die relatief dicht bij beboste bergen woonden, lijken hun hout elders te hebben gehaald, zie: Daisuke Shibata, “Assyria from Tiglath-pileser I to Ashurnasirpal II”, in: Karen Radner, Nadine Moeller & Daniel T. Potts (red.), The Oxford History of the Ancient Near East – Vol IV: The Age of Assyria (Oxford: Oxford University Press, 2023), p. 176-177, 231-232. En er waren bossen in deze bergen, zie bijvoorbeeld: Yervand Grekyan, “The Kingdom of Urartu”, in: Karen Radner, Nadine Moeller & Daniel T. Potts (red.), The Oxford History of the Ancient Near East – Vol IV: The Age of Assyria (Oxford: Oxford University Press, 2023), p. 787.
- Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. 5.
- Voor het liedje van The Beatles, met als Engelstalige titel “Rain”, zie: Richie Unterberger, “Rain Review”, Allmusic.com (retrieved on February 12th 2025).
- Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. 11-12.
- Jennifer R. Pournelle, “Physical Geography”, in: Harriet Crawford (red.), The Sumerian World (London Routledge, 2013), p. 14-20; Ariel M. Bagg, “Irrigation”, in: Daniel Potts (red.), A Companion to the Archeology of the Ancient Near East (Malden: Blackwell Publishing, 2012), p. 261-277.
- For these changes, see: Pournelle, “Physical Geography”, p. 19-20, 27-28; Roger Sands, Forestry in a Global Context (Wallingford: CABI Publishing, 2005), p. 16. Voor een algemene vergelijking van de verschillende gevolgen van deze veranderingen voor het noorden en het zuiden van Mesopotamië, zie: Guillermo Algaze, “The End of Prehistory and the Uruk Period”, in: Harriet Crawford (red.), The Sumerian World (London Routledge, 2013), p. 70.
- Bagg, “Irrigation”, p. 273.
- Ibidem, p. 275; Stephanie M. Dalley, The Mystery of the Hanging Garden of Babylon: An Elusive World Wonder Traced (Oxford: Oxford University Press, 2013), p. 84.
- Bagg, “Irrigation”, p. 263.
- Christopher Schliephake, “Introduction”, in: Christopher Schliephake (red.), Ecocriticism, Ecology, and the Cultures of Antiquity (Lanham: Lexington Books, 2017), p. 8-9.
- Horden & Purcell, The Corrupting Sea, p. 403-404.
- Bagg, “Irrigation”, p. 273.
- Horden & Purcell, The Corrupting Sea, p. 9.
- “[P]olitical power, civic culture, religious beliefs, and so forth”, zie: Horden & Purcell, “Four Years of Corruption”, p. 357.
- Gadi Algazi, “Diversity Rules: Peregrine Horden and Nicholas Purcell’s The Corrupting Sea”, Mediterranean Historical Review 2005, 20 (2), p. 234.
- Zainab Bahrani, “Conjuring Mesopotamia: Imaginative Geography and a World Past”, in: Lynn Meskell (red.), Archaeology under Fire: Nationalism, Politics and Heritage in the Eastern Mediterranean and Middle East (London Routledge, 1998), p. 160.
- “Ca. 3000-323 BC”, zie: Van de Mieroop, A History of the Ancient Near East, p. v.
- Bagg, “Irrigation”, p. 269-270.
- Alan Lenzi, An Introduction to Akkadian Literature: Contexts and Content (Winona Lake: Eisenbrauns, 2019), p. 24-26. Soms worden we geholpen door aanwijzingen in de tekst of de eigenschappen van het tablet zelf, zie: Ibidem, p. 12.
- Thomas S. Mullaney & Christopher Rea, Where Research Begins: Choosing a Research Project That Matters to You (and the World) (Chicago: University of Chicago Press, 2022), p. 134.
- Bahrani, “Conjuring Mesopotamia”, p. 160, 162-167.
- John M. Lundquist, “Babylon in European Thought”, in: Jack M. Sasson (red.), Civilizations of the Ancient Near East (New York: Charles Scribner’s Sons, 1995), p. 68.
- Zie in het algmeeen: Agnès Garcia-Ventura & Lorenzo Verderame (red.), Perspectives on the History of Ancient Near Eastern Studies (University Park, PA: Pennsylvania State University Press, 2020); Magnus Thorkell Bernhardsson, Reclaiming a Plundered Past: Archaeology and Nation Building in Modern Iraq (Austin: University of Texas Press, 2005); Karen Emmerich, “‘A Message from the Antediluvian Age’: The Modern Construction of the Ancient Epic of Gilgamesh, Comparative Literature 2016, 68 (3), p. 251-273.