Het is zelden meeslepend wanneer mensen eindeloos over zichzelf praten. En hetzelfde geldt wellicht voor blogs. Ik ben daarom voornemens om het aantal huishoudelijke mededelingen op Bildungblocks tot een minimum te beperken. Maar één aspect van deze site behoeft uitleg, denk ik, en dit geeft mij gelijk de gelegenheid om jullie te vertellen over het spijkerschrift dat ooit in gebruik was in het oude Nabije Oosten. En degenen die al een tijdje meelezen, weten dat ik nooit een kans laat liggen om over het spijkerschrift te spreken! Dus, zonder verdere omhaal, volgt hier het al te lange relaas waarom het spijkerschriftteken ĜEŠTUG (𒉿) als het logo voor deze webpagina fungeert.
Om verwarring te vermijden, heb ik min of meer een kunststukje gemaakt van de onderstaande tekst. In deze blog worden de namen van spijkerschrifttekens namelijk geschreven met KLEINE HOOFDLETTERS. Daarnaast zijn Soemerische woorden dikgedrukt en Akkadische woorden schuingedrukt. Want zelfs na grofweg zes millennia is het wijs om de nobele kunst van het spijkerschrift niet ingewikkelder te maken dan zij al is.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
De oorsprong van het spijkerschrift
Als we het spijkerschriftteken ĜEŠTUG op waarde willen schatten, dan is het belangrijk om ook iets in het algemeen over het spijkerschrift te weten. Dit onmiskenbaar spijkervormige schrijfsysteem werd gebruikt voor een groot aantal talen.1 Wij focussen ons vandaag op het Soemerisch en het Akkadisch, want de betekenis van het logo van Bildungblocks heeft vooral te maken met deze talen. Het spijkerschrift werd niet alleen wijd en zijd gebruikt, maar wordt ook geacht één van de oudste schrijfsystemen ter wereld te zijn – als het al niet hét oudste is.2 Het werd geschreven van circa 3.400 v.Chr. tot in de eerste eeuw n.Chr. en op uiteenlopende materialen, van onverwoestbare stenen monumenten tot vluchtige wastafels.3 Maar wellicht het beroemdst zijn de kleitabletten.4 Deze zijn vrij duurzaam en zeker als zij ook nog eens gebakken zijn – of dit nu met opzet is gebeurd of toen het gebouw waarin deze documenten bewaard werden in de oudheid afbrandde. We hebben daarom zowel meer als gevarieerdere overgeleverde bronnen dan het geval is bij veel andere oude schriften, die voornamelijk op meer vergankelijke materialen werden geschreven.5 Een gelukkige bijkomstigheid hiervan is dat we de ontwikkeling van het spijkerschrift bijkans vanaf het prilste begin kunnen volgen.
En gedurende dat prilste begin, in de tweede helft van het vierde millennium v.Chr., kreeg het spijkerschrift eerst vorm als – je raadt het niet! – een manier van boekhouden.6 Het was echter niet de eerste poging tot pennenlikken. Vanaf ongeveer het achtste millennium v.Chr. werden er al kleine rekenstenen van klei gebruikt om hoeveelheden en bevoorradingen bij te houden.7 Deze rekenstenen hadden verschillende vormen. De meeste hiervan waren abstract maar sommige hadden herkenbare contouren, van dieren bijvoorbeeld.8 Ook werden er symbolen in de rekenstenen gekrast. Deze rekenstenen werden regelmatig vervoerd in bollen van klei, de zogenoemde ‘bullae’, en dito enveloppen om te voorkomen dat ermee geknoeid werd.9 Maar wat heb je aan de bescherming van een kleien huls, wanneer je die moet openen om jezelf zekerheid te verschaffen over de inhoud ervan? Daarom werd in het oppervlak van deze bullae en enveloppes de aard en hoeveelheid van de relevante goederen geëtst.10 Hierbij had men niet alleen getallen nodig, maar ook vormen die deze goederen konden aanduiden.11 Daarna was het maar een kleine stap om af te zien van deze eerdere kunstgrepen en de vorm van de rekenstenen en de aanduiding van de goederen louter op kleitabletten te schrijven.
Dit leidde tot een proto-schrift dat preciezer en flexibeler was, alsmede makkelijker uit te breiden, dan het systeem dat eraan voorafging. Hoeveelheden werden weergegeven met deukjes die op de vroegere rekenstenen teruggrepen, terwijl de relevante goederen werden aangeduid met een gestandaardiseerd afbeeldingsysteem.12 Zodoende konden transacties betrouwbaar worden gecommuniceerd zonder dat men de daadwerkelijke goederen of zelfs maar de eerdere artefacten van klei erbij hoefde te betrekken.13 Hoewel de vorm van de rekenstenen dus aanvankelijk in gebruik bleef om hoeveelheden aan te geven, lijken de afgebeelde woordtekens grotendeels los te staan van de aanduidingen die men in de eerdere periodes op het oppervlakte van de oude kleien bullae en enveloppes etste.14
En zo ontwikkelde dit proto-schrift zich verder, tot het uiteindelijk het échte spijkerschrift was. De gebruikte tekens werden in de loop van de tijd abstracter en minder omslachtig.15 Ook konden spijkerschrifttekens steeds meer verschillende dingen aanduiden, waarbij ook abstracte ideeën konden worden weergegeven. Dit gebeurde op twee manieren: het associëren van diverse betekenissen en het combineren van verschillende tekens.16 Het teken KA (𒅗) werd door de Soemeriërs bijvoorbeeld niet alleen gebruikt voor woorden die in praktische zin aan elkaar gerelateerd waren – zoals ‘mond’ en ‘tand’ – maar ook voor onstoffelijke termen, zoals ‘woord’ en ‘spreken’.17 Daarnaast begon men deze tekens te gebruiken om een immer toenemende hoeveelheid geluiden aan te duiden. Op deze manier kon men (delen van) woorden schrijven zonder het teken te gebruiken dat specifiek dit woord aanduidde of waar geen teken voor was.18 En voilà, het spijkerschrift kon gebruikt worden om specifieke talen de schrijven – en daarom zitten we nu helaas nog steeds met het kofschip… De geschetste ontwikkeling van het spijkerschrift bepaalt ook de wijze waarop men dit schrift dient te lezen.
Hoe leest men het spijkerschrift?
Op het eerste gezicht stelt dit tussenkopje een vreemde vraag. Het is toch niet nodig om uit te leggen hoe een schrift werkt? Er zijn kleine krabbels die woorden vormen, wellicht doorspekt met wat interpunctie, en die kan men dan ontcijferen, waarbij het niet echt uitmaakt of men leest van een kleitablet of een smartphone. Hier zit ongetwijfeld een kern van waarheid in. Maar het spijkerschrift behoeft wat extra toelichting om begrijpelijk te zijn. Want de tekens die samen dit schrift vormen kunnen regelmatig op meer dan één manier gelezen worden.
De genesis van het spijkerschrift lag, zoals we al zagen, in een boekhoudsysteem waarbij representatieve afbeeldingen werden gekoppeld aan getallen. En dit had gevolgen voor het latere gebruik van dit schrift. Veel van de spijkerschrifttekens behielden namelijk hun oorspronkelijke betekenis als het ding of de dingen die zij oorspronkelijk aanduidden. Maar zij konden, zoals gezegd, ook gelezen worden als zijnde de notering van bepaalde geluiden. Deze geluiden bestonden meestal uit lettergrepen. Het teken 𒁀 kon bijvoorbeeld gelezen worden als /ba/.19 Deze geluiden lijken, in ieder geval aanvankelijk, te zijn ontleend aan hetgeen het teken aanduidde door middel van het zogenoemde rebusprincipe.20
Ik zal dit principe toelichten met een simpel Nederlandstalig voorbeeld, voordat we verdergaan met het spijkerschrift. Als we een plaatje van een bij (het insect) combineren met het cijfer 1, dan kunnen we dit lezen als louter de woorden die deze twee tekens aanduiden: ‘bij’ en ‘een’. Maar als we die aanduidingen voor het moment vergeten en ons focussen op het geluid van beide woorden, dan kunnen we een bekend bijvoeglijk naamwoord ontwaren: ‘bijeen’. Aldus kunnen deze tekens zowel woorden aanduiden als geluiden weergeven.
Hetzelfde geldt voor het spijkerschrift en ook dit zal ik illustreren aan de hand van een simpel voorbeeld – of in ieder geval zo simpel als het spijkerschrift toelaat. Het spijkerschriftteken DIĜIR was oorspronkelijk de gestileerde weergave van een ster: 𒀭.21 In het Soemerisch, de taal waarvan men aanneemt dat die het eerst geschreven werd met het spijkerschrift, kon dit teken gelezen worden als het woord voor god, diĝir, net zoals ons plaatje van een bij begrepen kan worden als het insect.22 Maar het kon ook de lettergreep /an/ weergeven, zoals ons bijenplaatje gelezen kan worden als de lettergreep /be/. Deze betekenis was ontleend aan de naam van de Soemerische hemelgod, An. Toen het spijkerschrift in gebruik werd genomen voor het Akkadisch, bleef men dit teken lezen als zijnde het woord ‘god’ en de lettergreep /an/. Maar het werd ook andere betekenissen toegedicht. Zoals het Akkadisch woord voor lucht, šamû, en de lettergreep /il/. Die laatste betekenis werd ontleend aan de stam van het Akkadische woord voor god, ilu.23 Een aspect wat het lezen van het spijkerschrift verder compliceert, was het steeds meer abstract worden van de tekens naarmate de tijd vorderde. De spijkerschrifttekens verwerden van meer of minder herkenbare aanduidingen van hetgeen zij werden geacht te vertegenwoordigen, steeds meer tot immer abstractere simplificaties daarvan.24 Dit kan men ook zien met de ontwikkeling van het teken DIĜIR. Ik heb hieronder op grofweg chronologische volgorde enkele van de varianten getekend die in gebruik waren in Assyrië in het noorden van Mesopotamië (fig. 1).25 En het is vanwege deze veelvuldigheid van de mogelijke lezingen, die we vinden bij veel van de tekens die deel uitmaken van het spijkerschrift, dat het teken ĜEŠTUG zo’n goed logo voor Bildungblocks is.

Het spijkerschriftteken ĜEŠTUG
Net als met het spijkerschriftteken DIĜIR, dat we hierboven bespraken, kan ĜEŠTUG gelezen worden als een Soemerisch woord – meerdere woorden zelfs! – als Akkadische woorden en als een aantal lettergrepen. Net als bij ons vorige voorbeeld is de naam van het teken afgeleid van het Soemerische woord voor hetgeen het oorspronkelijk geacht werd te vertegenwoordigen: ĝeštug, dat ‘oor’ betekent.26 En als we naar mijn schets van sommige van de varianten tijdens de ontwikkeling van dit teken in Assyrië kijken (fig. 2), dan lijkt dit niet eens heel vergezocht!27 Deze lezing, ĝeštug, is ook de meest relevante betekenis voor ons. Want dit woord – en daarmee het spijkerschriftteken – werd daarnaast geacht ‘begrip’ of ‘wijsheid’ te betekenen. Daarnaast kon het ook wel het werkwoord ‘begrijpen’ aanduiden.28 Dit zien we ook terug bij de Akkadische lezingen van dit teken. Het spectrum aan betekenissen dat bijvoorbeeld werd toegedicht aan het Akkadische woord uznum omvat ‘oor’ maar ook ‘bewustizijn’ en ‘wijsheid’.29 Van het spijkerschriftteken ĜEŠTUG kan dus gezegd worden dat het tenminste deels werd geassocieerd met wijsheid.

De oplettende lezers zullen nu wel begrijpen waarom dit spijkerschriftteken het logo van deze webpagina werd. Want ik heb mij immers voorgenomen om wijsheid te delen via het internet. En zowel het Soemerische woord ĝeštug als het Akkadische woord uznum, waarvan werd aangenomen dat het spijkerschriftteken ĜEŠTUG deze aanduidde, passen goed bij dit doel. Maar zulke wijsheid is louter een geluid dat verloren gaat in de wind, wanneer het niemands oren bereikt en geen enkel persoon er iets van kan leren. Vandaar dat de oorspronkelijke betekenis van ĝeštug als ‘oor’, alsmede diezelfde betekenis van het Akkadische woord uznum, wellicht net zo pertinent zijn. Bij het lezen van kleitabletten moet men er echter niet vanuit gaan dat elke tekst waarin het teken ĜEŠTUG gebruikt wordt, wijsheid betreft. Zoals reeds aangestipt, kan dit spijkerschriftteken ook naar andere woorden verwijzen of slechts aan geluiden refereren.
Conclusie
Als een voormalig docent die gewend is aan studentevaluaties, ben ik mij er terdege van bewust dat men geen tweede kans krijgt voor een eerste indruk.30 Hoe iets wordt aangeduid – of het nu een leraar, een webpagina of iets totaal anders is – is daarom erg belangrijk voor de indruk die een fenomeen achterlaat. En dit rechtvaardigt, hoop ik, dat ik een volledig blog heb gewijd aan het logo van Bildungblocks. Met de hierboven verstrekte kennis zullen jullie het vermoedelijk met mij eens zijn dat het spijkerschriftteken ĜEŠTUG mijn schrijfselen redelijk goed vertegenwoordigt. Hoewel, nu dat ik erover nadenk… De betekenis van dit logo kan nauwelijks de eerste indruk zijn die nieuwe lezers zullen hebben bij het bezoeken van deze webpagina, als zij zoveel achtergrondinformatie over het spijkerschrift nodig hebben vooraleer zij deze kunnen waarderen!
Bij andere fenomenen – waarvan ik over het algemeen de naam noch het logo bedacht heb – kan men zich echter afvragen of de wijze waarop zij momenteel aangeduid worden überhaupt een accurate eerste indruk faciliteert, zelfs met de benodigde achtergrondkennis. Eén van deze aanduidingen is wellicht de beschrijving van het Oost-Romeinse Rijk als Byzantijns. Hoe deze staat die benaming kreeg en waarom men goede redenen te berde kan brengen om te twijfelen aan de geschiktheid ervan is – gelukkig – het onderwerp van het blog van volgende week!
Voetnoten
- Christopher Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, in: Rebecca Hasselbach-Andee (red.), A Companion to Ancient Near Eastern Languages (Hoboken: John Wiley & Sons, 2020), p. 27, 33.
- Ibidem, p. 27. Sommige archeologen bepleiten een veel vroeger begin van het schrift, waarbij zij verwijzen naar tekens die tijdens de ijstijd in grotten zijn geschilderd en in botten zijn gegraveerd, zie: Louise Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture (Cambridge: Cambridge University Press, 2022), p. 38, noot 14.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 27; Willemijn Waal, “They Wrote on Wood: The Case for a Hieroglyphic Scribal Tradition on Wooden Writing Boards in Hittite Anatolia”, Anatolian Studies 2011, 61 (1), p. 28.
- Jon Taylor, “Administrators and Scholars: The First Scribes”, in: Harriet Crawford (red.), The Sumerian World (London: Routledge, 2017), p. 291-292.
- Marc van de Mieroop, A History of the Ancient Near East (Chichester: John Wiley & Sons Inc, 2016), p. 3-6; Mario Liverani, The Ancient Near East: History, Society and Economy, vertaald door Soraia Tabatabai (New York: Routledge/Taylor & Francis Group, 2014), p. 5.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 27.
- Denise Schmandt-Besserat, “Record Keeping Before Writing”, in: Jack M. Sasson (red.), Civilizations of the Ancient Near East (New York: Charles Scribner’s Sons, 1995), p. 2097-2098, 2100-2101.
- Ibidem, p. 2098.
- Ibidem, p. 2101-2103. Voor een beknopt overzicht van de ontwikkeling van deze rekenstenen en hun behuizingen van klei, zie: Robert Englund, “Accounting in Proto-Cuneiform”, in: Karen Radner & Eleanor Robsen (red.), The Oxford Handbook of Cuneiform Culture (Oxford: Oxford University Press, 2011), p. 33-35.
- Schmandt-Besserat, “Record Keeping Before Writing”, p. 2101-2103.
- Taylor, “Administrators and Scholars”, p. 291.
- Ibidem.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 28.
- Ibidem, p. 30-31. Desalniettemin waren er enkele visuele aanduidingen uit de periode voordat men echt ging schrijven die uiteindelijk binnen het spijkerschrift gebruikt zouden worden. zie: Piotr Michalowski, “Early Mesopotamian Communicative Systems: Art, Literature and Writing”, in: Ann Gunter, (red.), Investigating Artistic Environments in the Ancient Near East (Washington: Smithsonian Institution, 1990), p. 59.
- Taylor, “Administrators and Scholars”, p. 293.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 30-33; Taylor, “Administrators and Scholars”, p. 292.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 36.
- Ibidem, p. 39.
- Rykle Borger, Mesopotamisches Zeichenlexikon (Münster: Ugarit Verlag, 2003), p. 50.
- Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 39.
- Andreas Fuls, “Classifying Undeciphered Writing Systems”, Historische Sprachforschung/Historical Linguistics 2015, 128 (1), p. 43; Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 35-36; Borger, Mesopotamisches Zeichenlexikon, p. 49-50.
- Wat betreft de vraag of het Soemerisch de eerste taal was die geschreven werd met het spijkerschrift, zie: Woods, “The Emergence of Cuneiform Writing”, p. 42-44; Gonzalo Rubio, “On the Alleged ‘Pre-Sumerian Substratum’”, Journal of Cuneiform Studies 1999, 51 (1), p. 1-16.
- Catherine Mittenmayer, Altbabylonische Zeichenliste der Sumerisch-Literarischen (Göttingen: Vandenhoeck, Ruprecht, 2006), p. 5-6; Fuls, “Classifying Undeciphered Writing Systems”, p. 43.
- Taylor, “Administrators and Scholars”, p. 293.
- Zie ook: René Labat, Manuel d’Épigraphie Akkadienne: Signes, Syllabaire, Idéogrammes (Paris: Librairie Orientaliste Paul Geuthner, 1994), p. 48-49.
- De modern benaming van dit teken wisselt. Veel van de huidige tekenlijsten duiden het aan als PI in plaats van ĜEŠTUG. En hier zijn goede argumenten voor. Het werd bijvoorbeeld als PI gelezen in Akkadische teksten, waar het stond voor het Akkadiche woord pānu, en de lettergreep /pi/ is één van de geluiden die het teken regelmatige geacht werd weer te geven, zie: Mittenmayer, Altbabylonische Zeichenliste der Sumerisch-Literarischen, p. 145; Labat, Manuel d’Épigraphie Akkadienne, p. 176-177; Borger, Mesopotamisches Zeichenlexikon, p. 165.
- Zie ook: Labat, Manuel d’Épigraphie Akkadienne, p. 176-177.
- John Alan Halloran, Sumerian Lexicon: A Dictionary Guide to the Ancient Sumerian Language (Los Angeles: Logogram Publishing, 2006), p. 98. Een andere lezing van ĜEŠTUG, het Soemerische woord tal2, wordt geacht verwant te zijn aan deze betekenis, zie: Ibidem, p. 273.
- John Huehnergard, A Grammer of Akkadian, (Winona Lake, Eisenbrauns, 2005), p. 529; Jeremy Black, Andrew George & Nicolas Postgate (red.), A Concise Dictionary of Akkadian (Wiesbaden: Harrassowitz Verlag, 2000), p. 431. Zoals men inmiddels mag verwachten, zijn dit verre van de enige betekenissen van dit Akkadische woord, zie: Martha T. Roth, 2010, The Assyrian Dictionary – Volume 20: U and W (Chicago: The Oriental Institute, 2010), p. 362-371.
- Preeti Samudra et al, “No Second Chance to Make a First Impression: The ‘Thin-Slice’ Effect on Instructor Ratings and Learning Outcomes in Higher Education’, Journal of Educational Measurement 2016, 53 (3), p. 313.