Hoe het Oost-Romeinse Rijk Byzantijns werd

Blijkbaar geeft mijn omgeving meer om mij dan ik ooit had kunnen vermoeden. Want begin deze maand werd ik verrast met het prachtige nieuwe boek The New Roman Empire: A History of Byzantium van Anthony Kaldellis.1 Binnen de knusse rode omslag is het eindeloos genieten van een meeslepend geschreven, uitmuntend onderbouwde en ampel geannoteerde geschiedenis van het Oost-Romeinse Rijk. En reeds op de eerste pagina’s snijdt Kaldellis een interessant punt aan. Ondanks de ondertitel van zijn boek, suggereert hij dat de term ‘Byzantijns’ wellicht ongeschikt is om het Oost-Romeinse Rijk aan te duiden.2 En aangezien geen van jullie schijnt te kunnen stoppen met denken aan het Romeinse Rijk, zal ik jullie vandaag uitleggen hoe het Oost-Romeinse Rijk Byzantijns werd.3

Deze uitleg is voornamelijk gebaseerd op Kaldellis’ schrijfselen over dit onderwerp.4 Toch zal ik één van zijn aanbevelingen wat betreft de te verkiezen terminologie als men hierover schrijft naast mij neerleggen, ondanks dat ik het roerend met hem eens ben. Doorheen dit blog gebruik ik de aanduiding ‘Oost-Romeinse Rijk’, ook al is deze term weinig passend voor de periode nadat er een westelijke tegenhanger was.5 Desalniettemin verkies ik deze aanpak, omdat ik de lezer niet in de war wil brengen en omdat ik dit blog vindbaar wil maken voor degenen die enthousiast meer informatie over het onderwerp zoeken maar (nog) geen zoektermen gebruiken als ‘Nieuwe Romeinse Rijk’.

Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.

Het Nieuwe Romeinse Rijk

Net als onze kennismaking met het spijkerschrift van vorige week, is zo ongeveer alles wat met het Romeinse Rijk te maken heeft ingewikkeld – hetgeen als bekend mag worden verondersteld! Er zijn bijvoorbeeld talloze momenten die worden voorgesteld voor de zogenoemde val van het Romeinse Rijk.6 En veel van deze voorstellen lijken over het hoofd te zien dat er in het Oostelijke Middellandse Zeegebied een staat bestond – tot aan het begin van de moderniteit, nota bene! – waar de mensen zichzelf als Romeinen zagen en geacht werden in Romania te leven.7 Opmerkelijk, nietwaar? Welnu, dit heeft te maken met de geschiedenis van het Romeinse Rijk – het origineel ditmaal – in de derde eeuw v.Chr.

In deze periode moesten de Romeinse keizers zich steeds meer toeleggen op de verdediging van de grenzen van hun domein.8 Veel keizers brachten dan ook meer tijd door met het leger dan in Rome zelf. En reeds gedurende de korte regeerperiodes van Macrinus (217-218 n.Chr.) en Maximinus I (235-238 n.Chr.) zien we keizers die tijdens hun bewind geen voet in de eeuwige stad hebben gezet.9 Mede vanwege deze keizerlijke afwezigheid vat men het idee op dat Rome is waar de keizer zich bevindt. Want Rome – dat wil zeggen: het idee – was voor veel inwoners van het rijk een gedeeld vaderland geworden. De stad omgaf nu een volledige wereld, de orbis Romanus.10 En veel keizers, legitiem of anderszins, verkondigden dat zij hof hielden in eigen surrogaat-Romes in de provincie.11 Inclusief Gordianus III, die in 238 n.Chr. het gewaagde besluit nam om de oude aartsvijand van de Romeinen, de stad Carthago, tot surrogaat-Rome te bombarderen!12

Net zoals de stad Rome kon worden gedupliceerd, werd de positie van keizer vermeerderd.13 De ‘tetrarchie’, een systeem dat geïmplementeerd werd door keizer Diocletianus die de troon besteeg in 248 n.Chr., voorzag in twee augusti en twee caesares. Deze zouden elk een deel van het rijk besturen en verdedigen.14 Het valt gelijk op dat Diocletianus, de machtigste persoon binnen dit arrangement, de oostelijke gebieden van het rijk voor zichzelf hield.15 En deze vooraanstaande positie van het oosten werd bestendigd door de latere keizer Constantijn (324-337 n.Chr.). Hij was kortstondig wederom de enige heerser van wat er over was van het Romeinse Rijk, maar liet toch de structuur van Diocletianus’ systeem grotendeels intact.16

Ook Constantijn koos een nieuw Rome als zijn bestuurszetel. Hiervoor liet hij de aloude stad Byzantion aan de Bosporus uitbouwen tot een volwaardige metropolis, die in 330 n.Chr. werd omgedoopt tot Constantinopel.17 In tegenstelling tot andere surrogaten voor Rome, bleef Constantinopel het middelpunt van het rijk na de dood van Constantijn. De stad kon daarom met recht het Nieuwe Rome worden genoemd, zelfs toen de Romeinen hun greep op het westen begonnen te verliezen.18 Zodoende hadden de relatieve vervreemding van het westen of het verlies van Rome zelf vrij weinig impact op het zelfbeeld van de bewoners van het oosten als Romeinen.

Romania

Even een pas op de plaats. De bewoners van de oostelijke delen van het Romeinse Rijk werden reeds lang als Romeinen gezien en zij bleven zichzelf ook als zodanig beschouwen. Zij noemden zichzelf dan ook Romeinen, Romaioi in het Grieks, en Kaldellis denkt dat de naam Romania reeds door de inwoners van dit gebied voor hun woonplaatsen werd gebruikt, lang voordat de benaming in de vierde eeuw n.Chr. officieel werd.19 De opkomst van nieuwe staten in het westen, doorheen de landen die vroeger deel uitmaakten van het Romeinse Rijk, bracht echter concurrerende heersers op het toneel. En deze heersers hadden er belang bij om de overgebleven Romeinen het gebruik van die naam te ontzeggen.20 Dit was onder andere omdat zij de erfenis van Rome in wilden zetten om hun eigen regimes te legitimeren.

Dit gebeurde niet van stel op sprong. Gedurende de late oudheid en tot de achtste eeuw n.Chr. erkende en behandelde men het Oost-Romeinse Rijk over het algemeen als de Romeinse staat.21 Maar in 800 n.Chr. werd de soeverein van het Frankische Rijk, Karel de Grote, door de paus tot keizer gekroond. En deze begeerde titel bleef circuleren in dat deel van Europa tot in de vroege negentiende eeuw n.Chr. het Heilige Roomse Rijk ontmanteld werd.22 Deze ontwikkelingen gingen vergezeld van theorieĂ«n over macht en het recht om te heersen, die tenminste gedeeltelijk waren gebaseerd op het idee dat deze heersers erfgenamen van de Romeinen waren. Maar om deze bron van legitimiteit aan te boren, moest men wel de voortzetting van het Romeinse Rijk in het oosten zijn ‘Romeinsheid’ ontzeggen, zogezegd.23

Het Rijk van de Grieken

Het zal jullie misschien opgevallen zijn dat ik de naam ‘Byzantion’ pas één keer heb laten vallen, namelijk toen ik het over de stad had die Constantinopel zou worden. Dit komt doordat deze benaming niet het eerste label was dat op het Oost-Romeinse Rijk werd geplakt door de staten ten westen ervan. De oudere strategieĂ«n om het Nieuwe Rome z’n ‘Romeinsheid’ te ontzeggen, benadrukten dat diens inwoners Grieks spraken in plaats van Latijn. Grieks was natuurlijk al een belangrijke taal geweest in het ‘oude’ Romeinse Rijk en het werd vaak gesproken door de toenmalige elites.24 Daarom had Grieks spreken tot dan toe nooit betekent dat iemand minder Romeins was.25 Maar een aantal staten in het westen waren druk doende om de erfenis van Rome te Latiniseren en verklaarden daarom dat het Nieuwe Rome slechts een Rijk van de Grieken was.26

En dit label, het Rijk van de Grieken, bleef kleven doorheen de Middeleeuwen en daarna. Dit was een periode waarin het Oost-Romeinse Rijk en de staten ten westen daarvan steeds meer uit elkaar dreven.27 Met als dieptepunt de verovering en plundering van Constantinopel in 1204 n.Chr. tijdens de vierde kruistocht. Hetgeen zelfs leidde tot een tijdelijk Latijns Rijk dat deels de plaats van het Oost-Romeinse Rijk innam.28 En gedurende dit alles bleef men de erfenis van Rome betwisten. De Italiaanse vroege humanist Petrarca, die leefde in de veertiende eeuw n.Chr., berispte bijvoorbeeld de inwoners van het Oost-Romeinse Rijk vanwege het lef om zichzelf Romeinen te noemen.29 En na de verovering van Constantinopel, dat sinds 1261 n.Chr. weer in handen was van het Oost-Romeinse Rijk, door de Ottomanen in 1453 n.Chr. waren het niet de Romeinen die beweend werden in de staten voorbij hun westelijke grens. Men betreurde het ongelukkige lot van de Grieken.30

Tegenwoordig wordt het toevallen van Constantinopel aan de Ottomanen vaak niet meer beschouwd als de eigenlijke val van het Romeinse Rijk in het oosten. Want de Ottomaanse dynastie beweerde, naast andere claims, dat zij de erfenis van het Romeinse Rijk voortzette zoals deze was blijven bestaan in het oosten.31 En veel van de bewoners van hun domein bleven zichzelf als Romeinen beschouwen. Deze zelfidentificatie begon pas aan het begin van de negentiende eeuw n.Chr. echt af te brokkelen.32

Het Byzantijnse Rijk

En het is deze neergang van het idee van een Romeinse identiteit in de voormalige landen van het Oost-Romeinse Rijk gedurende de negentiende eeuw n.Chr. die eindelijk de benaming van deze staat als Byzantijns tot gemeengoed zou maken. Want toen de Grieken trachten om onafhankelijk te worden van het Ottomaanse Rijk, grepen veel van hun leiders niet terug op hun verleden als Romeinen maar op het klassieke Griekenland.33 En hoewel hen dit de steun van de toenmalige Europese grootmachten bracht, waren deze weldoeners ook lichtelijk verontrust. Want als de Grieken alle oude gebieden van het fameuze ‘Rijk van de Grieken’ begeerden, zouden zij ook landen claimen waar deze grootmachten hun eigen belangen bij hadden.34 Daarom was er een nieuwe – of, nog beter, een oude – benaming nodig voor het Oost-Romeinse Rijk.

De aanduiding ‘Byzantijns’ voor het zogenoemde Rijk van de Grieken was niet nieuw. De Romeinen hadden hun domein zelf ook wel aangeduid als het Rijk van Byzantion, hoewel zij hiermee vooral de stad zelf bedoelden. En dit label was ook sporadisch gebruikt in de wijsgerige beschouwingen en aanpalende publicaties die volgden op de val van Constantinopel in 1453 n.Chr.35 Het was dit relatief obscure label dat nu snel aan populariteit won en doorheen een groot deel van de negentiende en twintigste eeuw gebruikt zou worden door professionele historici.36 Er zijn zelfs relatief recente debatten tussen historici te lezen over het moment waarop het Oost-Romeinse Rijk daadwerkelijk Byzantijns werd.37 Binnen dit discours werden de Romeinen uit het oosten regelmatig vereenzelvigd met hun religie, voornamelijk het orthodoxe christendom, in plaats van hun eigen ideeĂ«n over hun politieke identiteit.38 En dergelijke noties gingen vaak vergezeld, expliciet of impliciet, van een aantal van de vooroordelen jegens de inwoners van het Oost-Romeinse Rijk die reeds de ronde deden sinds de tijd dat het werd aangeduid als het Rijk van de Grieken.39 Een perfide stroman van het rijk werd bijvoorbeeld opgericht door Verlichtingsdenkers als Voltaire, opdat zij via dit surrogaat de heersers van toenmalige staten konden bekritiseren, zonder het risico te lopen dat zij de woede wekten van zeer belangrijke en invloedrijke personen.40 En dergelijke vooringenomenheden kunnen we nog steeds terugvinden in het hedendaagse spraakgebruik. Bijvoorbeeld het gezegde dat iets ‘Byzantijns’ is, wanneer het “onnodig ingewikkeld, gecompliceerd of complex is, of als het voorkomt uit een sinistere drijfveer.”41 Een aantal geleerden bleef er echter op wijzen dat het absurd was dat zulke vooroordelen zo’n lang leven beschoren was en zij bepleitten daarnaast ook het Romeinse karakter van het zogenoemde Byzantijnse Rijk.42 En wellicht heeft hun pleidooi het tij mee. Want deze kwestie bereikt nu zelfs obscure blogs op het wereldwijde web, zoals die van mij – dat jullie nu aan het lezen zijn!

Conclusie: kunnen de Byzantijnen met pensioen?

In de werken die ik in dit blog het meeste heb aangehaald, beargumenteert Anthony Kaldellis in krachtige bewoordingen waarom we de aanduiding ‘Byzantijns’ met pensioen zouden moeten sturen, net als de vooroordelen die vaak met dit label gepaard gaan. Er zijn immers veel passender benamingen voor de staat die het Romeinse Rijk voortzette in diens oostelijke domein.43 En ik neig ernaar om het met hem eens te zijn, ook al heb ik de term niet al te lang geleden zelf nog gebruikt. Dus lang leven het Oost-Romeinse of – misschien passender – het Nieuwe Romeinse Rijk!

Maar helaas
 Zelfs als men tracht om het bestaan ervan zo lang mogelijk te rekken en zowel het Heilige Roomse als het Ottomaanse Rijk meerekent, is het Romeinse Rijk – oost en west, oud en nieuw – nu onherroepelijk verloren.44 En dit is wellicht een melancholieke herinnering aan het feit dat alles eindigt. Onze levens, onze staten, onze favoriete tv-series en misschien zelfs het universum dat wij bewonen. Volgende week zal ik dit thema verder verkennen. Dan zullen we aan de hand van de werken van Thomas Nagel en Martha Nussbaum onderzoeken waarom wij de dood vrezen en hoe dit samenhangt met de menselijke conditie.

Roma - Buzantion

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Voetnoten

  1. Anthony Kaldellis, The New Roman Empire: A History of Byzantium (Oxford: Oxford University Press, 2024).
  2. Ibidem, p. 2-3.
  3. Rosanne de Jong, “Dromen van het Romeinse Rijk”, Haarlems Dagblad 6 oktober 2023, Wijzer, p. 22-23.
  4. Naast The New Roman Empire, zijn z’n belangrijkste werken hierover: Anthony Kaldellis, Byzantium Unbound (Leeds: Arc Humanities Press, 2019); Anthony Kaldellis, Hellenism in Byzantium: The Transformations of Greek Identity and the Reception of the Classical Tradition (Cambridge: Cambridge University Press, 2007).
  5. Kaldellis, The New Roman Empire, p. 931, note 5.
  6. Ian N. Wood, “When Did the West Roman Empire Fall?”, in: Walter Pohl & Veronika Wieser (red.), Emerging Powers in Eurasian Comparison, 200–1100: Shadows of Empire (Leiden: Brill, 2022), p. 55. En dan is er ook nog de verwante discussie over het moment dat de oudheid overging in de middeleeuwen, zie: Matthew Gabriele & David M. Perry, The Bright Ages: A New History of Medieval Europe ( Auckland: Harper Perennial, 2022), p. x-xi
  7. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 44. Romania stond ook wel bekend als Roméika in de lokale spreektaal, zie: Kaldellis, The New Roman Empire, p. 3.
  8. Ibidem, p. 17-19.
  9. Oliver Hekster, Rome and Its Empire, AD 193-284 (Edinburgh: University of Edinburgh Press, 2008), p. 3.
  10. Kaldellis, The New Roman Empire, p. 20.
  11. Ibidem.
  12. Ibidem.
  13. Ibidem.
  14. Frits Naerebout & Henk Singor, De Oudheid: Grieken en Romeinen in de Context van de Wereldgeschiedenis (Amsterdam: Ambo, 2010), p. 360; Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 46.
  15. Roger Rees, Diocletian and the Tetrarchy (Edinburgh: University of Edinburgh Press, 2013), p. 6.
  16. Naerebout & Singor, De Oudheid, p. 360.
  17. Kaldellis, The New Roman Empire, p. 11.
  18. Gabriele & Perry, The Bright Ages, p. 20-21.
  19. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 8; Kaldellis, The New Roman Empire, p. 20-21.
  20. Francesco Borri, “The Lagoons as a Distant Mirror: Constantinople, Venice and the Italian Romania”, in: Walter Pohl & Veronika Wieser (red.), Emerging Powers in Eurasian Comparison, 200–1100: Shadows of Empire (Leiden: Brill, 2022), p. 197.
  21. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 3.
  22. Ibidem, p. 3-4.
  23. Ibidem, p. 5.
  24. Ibidem, p. 8-9.
  25. Kaldellis, Hellenism in Byzantium, p. 44-45.
  26. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 9.
  27. Ibidem, p. 9-11.
  28. Norman Davies, Europe: A History (London: The Bodley Head, 2014), p. 359-360.
  29. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 13. Voor Petrarca, zie: Jeffrey Michael Hunt, Riggs Alden Smith & Fabio Stok, Classics from Papyrus to the Internet: An Introduction to Transmission and Reception (Austin: University of Texas Press, 2017), p. 150-158.
  30. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. x, 14.
  31. Einar Wigen, “Ottoman Concepts of Empire”, Contributions to the History of Concepts 2013, 8 (1), p. 49.
  32. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 44.
  33. Al werd dit niet alom geaccepteerd, zie: Ibidem, p. 22; Kaldellis, Hellenism in Byzantium, p. 14.
  34. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 20-24.
  35. Ibidem, p. 15.
  36. Kaldellis, The New Roman Empire, p. 3.
  37. Davies, Europe, p. 239.
  38. Kaldellis, Hellenism in Byzantium, p. 44, 105; Kaldellis, The New Roman Empire, p. 2-3.
  39. Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 20-25.
  40. Ibidem, p. 19; Kaldellis, The New Roman Empire, p. 2.
  41. “[N]eedlessly complicated, convoluted, intricate, or with a sinister ulterior motive”, zie: Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 25.
  42. Ibidem, p. 1-2, 6, 26-28. Maar zie ook: Ibidem, p. 43.
  43. Kaldellis, The New Roman Empire, p. 2-3; Kaldellis, Byzantium Unbound, p. 1-2.
  44. Davies, Europe, p. 733, 937-938.