Vertelden mensen elkaar verhalen voordat het schrift werd uitgevonden? Natuurlijk deden ze dat! Het bewijs voor het bestaan van zulke prehistorische vertellingen is echter, zoals je je kunt voorstellen, louter indirect.1 Als we willen weten wat voor verhalen er toentertijd verteld werden, staan we dan ook voor een moeilijke opgave. Maar zulk een onderneming is de benodigde inspanningen meer dan waard. Want zoals we al zagen bij onze kennismaken met de ecologische geesteswetenschappen, kunnen verhalen ons een hoop informatie verschaffen over het menselijk bestaan in eender welk tijdperk.
Zoân zoektocht naar enig bewijs voor prehistorische vertellingen brengt ons, net zoals bij het eerste blog dat ik voor Bildungblocks schreef, tot aan de uiterste grenzen van wat de archeologie ons weet te vertellen over het verre verleden. Maar hetgeen dat archeologen in dit kader hebben gevonden â zowel letterlijk als in overdrachtelijke zin â is fascinerend. En deze vondsten vormen, zo zou men kunnen zeggen, reeds op zichzelf al een intrigerende vertelling.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
Prehistorische prestaties
Het gebrek aan piramides, ziggoerats of grote muren betekent niet dat de prehistorische prestaties van de mensheid minder indrukwekkend waren. Integendeel zelfs! In de tijd dat mensen zowel het schrift als de georganiseerde landbouw moesten ontberen, zoân veertienduizend jaar geleden, vinden we reeds de jagers en verzamelaars die de mysterieuze gebeeldhouwde monolieten en aanpalende onderkomens bij Göbekli Tepe bouweden.2 En degenen die in de eerste sedentaire nederzettingen leefden, zoals de proto-stad van ĂatalhöyĂŒk met zân beroemde kubusvormige huizen die men alleen kon binnengaan via het dak, hielden reeds een gecompliceerde sociale organisatie in stand zonder dat zij konden terugvallen op het geschreven woord.3 Maar wij mensen â of preciezer, wij Homo Sapiens â zijn niet de enige dieren behorende tot het genus Homo die ooit over deze wereld trokken.4 En ook al die andere, nu uitgestorven menssoorten konden zich beroemen op respectabele prestaties. Prestaties die vaak middelen behelsden die minder goed zichtbaar zijn voor archeologen, zoals geavanceerde manieren van communiceren.5 Degenen van onze voorgangers die tegenwoordig worden aangeduid met de naam Homo Erectus, moeten bijvoorbeeld al flinke staaltjes van gecoördineerde samenwerking en handvaardigheid aan de dag hebben gelegd, teneinde de grote watermassaâs te bevaren waarvan we weten dat zij ze zijn overgestoken.6 En ook de hominidae die ooit gelijktijdig met ons leefden, zoals de Neanderthalers en de DenisoviĂ«rs, slaagden erin om in Erectusâ voetsporen te treden en bereisden de wereld, waarbij zij alle wisselvalligheden waarmee de natuur hen opzadelde, wisten te overleven. Onder andere door het meeste te maken van hun ontmoetingen met vijandige flora en fauna.7 De uitdagingen die hun levens definieerden en de ontzagwekkende wijzen waarop zij deze overwonnen, verschillen niet heel veel van de beproevingen waar de moderne mensen zich vanaf het prilste begin voor geplaatst zagen.
Deze opmerkelijke prestaties van alle hominidae hebben we tenminste deels te danken aan één van de meest in het oog springende manieren waarop wij als een genus verschillen van andere dieren. Dit is onze vermogen om ons bezig te houden met fantasierijke spelen â wij kunnen doen alsof. Zulke â[f]antasiespellen zijn deel van een pakket aan op symbolen gebaseerde cognitieve vaardigheden, die onder andere zelfbewustzijn, taal en theory of mind omvatten.â8 Spel is natuurlijk een categorie die zich moeilijk laat definiĂ«ren. Zoals iedereen weet, wiens ouder(s) weleens hebben voorgesteld dat een nieuw spelletje zou kunnen draaien om het doen van de vaat, het stofzuigen van de vloer of het schoonmaken van de fietsen! Gedrag wordt vaak geacht binnen de categorie âspelâ te vallen, naast andere mogelijke criteria, indien het positieve gevoelens oproept, de vorm en inhoud van het gedrag flexibel zijn en het wordt gedaan om zichzelf en niet vanwege een achterliggende reden.9 En hoewel spelen een rol behoudt in het leven van volwassen mensen â zet vooral de tv aan in de zomer van 2024! â is dit vermogen in de eerste plaats een cruciaal hulpmiddel bij het grootbrengen van kinderen.10 In een prehistorische context kun je denken aan volwassen die (onbewust) een voorbeeld stellen dat hun kinderen nadoen bij het spelen of wanneer kinderen samen vaardigheden uitproberen zoals het bewerken van steen â met de nadruk op uitproberen!11 En er is in dit opzicht nog een ander waardevol hulpmiddel. Een instrument dat gedeeltelijk mogelijk wordt gemaakt door ons vermogen om te spelen, maar tegelijkertijd wellicht een noodzakelijke voorwaarde vormt om het gebruik van onze verbeelding te oefenen zodat we ĂŒberhaupt spellen kunnen bedenken: verhalen vertellen.12
Prehistorische vertellingen
Onderwijs, als een deel van onze opvoeding, creĂ«ert een opstapje voor degenen die het volgen. Want wanneer je onderwezen wordt, verneem je kennis en verkrijg je vaardigheden die je vervolgens niet zelf meer hoeft uit te zoeken. Met andere woorden, je hebt een voorsprong in het leven die mogelijk is gemaakt door een kennismaking met hetgeen eerdere generaties leerden dankzij hun eigen ervaringen en hun communicatie met elkaar of degenen die op hun beurt weer ouder waren dan zijzelf. In dit opzicht is onderwijs wellicht het meest cruciale deel van de structurele voortzetting van georganiseerd gedrag, een fenomeen dat we in de wandeling ook wel âcultuurâ noemen.13 Deze waardevolle overdracht van nuttige ideeĂ«n en beproefde praktijken kan gefaciliteerd worden door het vertellen van verhalen en dit gebeurde waarschijnlijk ook in de prehistorie.14
Er moge dan wel goede redenen zijn om aan te nemen dat verhalen vertellen deel uitmaakte van het leven in prehistorische maatschappijen â en dit lijkt bevestigd te worden, voor zover dat mogelijk is op deze manier, door degenen die ook vandaag de dag nog leven als jagers en verzamelaars â maar kunnen we iets te weten komen over de daadwerkelijke vertellingen van toen? Welnu, het relevante bewijs is voornamelijk bijkomstig.15 De veranderingen die archeologen waarnemen in de ontwikkeling van prehistorische grotschilderingen kan bijvoorbeeld verschillende wendingen in de lokale verhaaltradities weerspiegelen.16 Dat sommige dieren niet langer werden afgebeeld en anderen juist hun debuut maakten, geeft wellicht aan dat hun rol in vertellingen eveneens respectievelijk kleiner en groter werd. En omdat archeologen een aardig idee hebben van de daadwerkelijke diĂ«ten van deze mensen, kunnen we in ieder geval uitsluiten dat het hier louter om diĂ«taire voorkeuren ging!18 En voor degenen van ons die nog steeds betwijfelen dat hier om pontificale vertelsels gaat en niet slechts om aanwijzingen voor of verslagen van de jacht, hebben we nog het waarlijke fantastische. En dit is zowel zichtbaar bij de ontdekte grotschilderingen als bij de hierboven besproken monolieten bij Göbekli Tepe.19 Er zijn bijvoorbeeld mythische wezens, zoals eenhoorns en antropomorfe vogels, en mensen die lijken te zijn versmolten met dieren. Beelden die alleen kunnen zijn ontsproten aan iemands verbeelding.20
Als we er voor het moment van uitgaan dat dit inderdaad aanwijzingen zijn voor de verhalen die verteld werden in de prehistorie, dan onthult dit indirecte bewijs ook enkele veelvoorkomende themaâs. Deze lijken vooral gedraaid te hebben om de macht die te vinden is in de dierenwereld en de natuur meer in het algemeen.21 En dit hoeft niet als een verrassing te komen, want veel van de uitdagingen die de prehistorische wereld te bieden had, hingen samen met de diverse milieus die mensen tegenkwamen. Als we terugkeren naar het zuiden van AnatoliĂ«, waar de voornoemde proto-stad van ĂatalhöyĂŒk lag, vinden we frescoâs die verder borduren op de themaâs die reeds tot uitdrukking kwamen in de eerdere grotschilderingen en monolieten.22 Zulke afbeeldingen suggereren daarmee de blijvende nalatenschap van de verhalen die in eerdere tijdvakken verteld werden. Hoe langdurig deze nalatenschap was, wordt pas echt duidelijk wanneer het schrift opgang doet. Dezelfde interesses, zo redeneert Louise Westling, zijn te vinden in beroemde verhalen uit onder andere het EgeĂŻsch gebied en MesopotamiĂ«. Dat deze schrijvers duizenden jaren later leefden dan de prehistorische jagers en verzamelaars die de grotschilderingen maakten die wij vandaag nog kunnen bestuderen en de monolieten beeldhouwden bij Göbekli Tepe, en zelfs later dan de mensen die de frescoâs in proto-steden als ĂatalhöyĂŒk schilderden, doet hier weinig aan af. Westling noemt voorbeelden als het beroemde Gilgamesj Epos â waarin de natuur, dieren en mythische wezens een prominente rol spelen, zoals we al zagen in een eerder blog â en de vertellingen die de oude Griekse goden betroffen en de inspiratie vormden voor de tragedies van, naast andere oud-Griekse schrijvers, Euripides.23 De verhalen uit de prehistorie moge dan wellicht verloren zijn gegaan, maar ze werden zeker niet vergeten.
Conclusie: de eeuwige wederkeer van verhalen
We kunnen dus terecht rouwen om het feit dat de prehistorische vertellingen noodzakelijkerwijs hun stilzwijgen voortzetten, maar het bleek gelukkig wel dat we hun eertijdse bestaan kunnen beargumenteren en zelfs voorzichtige suggesties kunnen doen over de themaâs die erin voorkwamen. Themaâs die nog steeds deel uitmaakten van de latere verhalen die wel bewaard zijn gebleven en die verteld en herteld werden tot aan het heden.
Veel van de avontuurlijke helden en mystieke dieren die we tegenkomen tussen de kaften van de koopwaar van moderne boekenwinkels en in de films in de bioscoop, om slechts enkele voorbeelden te noemen, zouden dan ook niet misstaan op oeroude grotschilderingen of dito monolieten en frescoâs.24 Dus dat is één kwinkslag die je in de groep kunt gooien, wanneer iemand beklaagt dat de hedendaagse literatuur en het huidige filmlandschap zich beperken tot eindeloze herhalingen: veel van de personages en themaâs die nu in onze media voorkomen zijn waarschijnlijk al populair geweest sinds het allervroegste verleden!
Als je meer te weten wilt komen over het leven van onze voorgangers in de prehistorie en hun voorliefde voor het vertellen van verhalen, kan ik je van harte de boeken Growing Up in the Ice Age van April Nowell â vooral hoofdstuk 5 â en Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture van Louise Westling aanraden.25 Beide boeken verwijzen ook naar een schat aan verdere literatuur, waar ik dankbaar gebruik van maakte terwijl ik dit blog schreef. Binnenkort gaan we het dan ook hebben over de reden waarom ik nog steeds de moeite neem om literatuuronderzoek te doen of ĂŒberhaupt deze blogs te schrijven â en dan ook nog eens in twee talen! â terwijl het steeds waarschijnlijker lijkt dat we binnenkort het wetenschappelijk mĂ©tier alsmede het toegankelijk maken van oude en nieuwe kennis kunnen overlaten aan grote taalmodellen, zoals ChatGPT en zijn vriendjes. Zullen deze zogenoemde generatieve kunstmatige intelligenties Bildungblocks in de nabije toekomst vervangen?
Voetnoten
- April Nowell, Growing Up in the Ice Age: Fossil and Archaeological Evidence of the Lived Lives of Plio-Pleistocene Children (Oxford: Oxbow Books, 2021), p. 107.
- Chris Scarre, âThe World Transformed: From Foragers and Farmers to States and Empires,â in: Chris Scarre (red.), The Human Past: World Prehistory and the Development of Human Societies, (London: Thames & Hudson, 2018), p. 188; Trevor Watkins, âFrom Mobile Foragers to Complex Societies in Southwest Asiaâ, in: Chris Scarre (red.), The Human Past: World Prehistory and the Development of Human Societies, (London: Thames & Hudson, 2018), p. 210-211, 216-217.
- Louise Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture (Cambridge: Cambridge University Press, 2022), p. 42-45; Watkins, âFrom Mobile Foragers to Complex Societies in Southwest Asiaâ, p. 220-223.
- Om nog maar te zwijgen over onze andere voorgangers, zoals onder meer het genus Australopthicus en het genus Paranthropus, zie: Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 15.
- Nicholas Toth & Kathy Schick, âAfrican Originsâ, in: Chris Scarre (red.), The Human Past: World Prehistory and the Development of Human Societies (London: Thames & Hudson, 2018), p. 65; Maeve G. Leakey, The Sediments of Time: My Lifelong Search for the Past, geschreven met Samira Leakey (New York: Houghton Mifflin Harcourt, 2020), p. 248-249.
- Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 23. Voor de aanwijzingen dat Homo Erectus de zee moet hebben bereisd ondanks de toentertijd lagere waterniveaus, zie: Ibidem; Ryan J. Rabett, Human Adaptation in the Asian Palaeolithic: Hominin Dispersal and Behaviour during the Late Quaternary (Cambridge: Cambridge University Press, 2012), p. 56-58.
- Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 27-28.
- âFantasy play is part of a package of symbol-based cognitive abilities that includes self-awareness, language, and theory of mind.â, zie: Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 48.
- Peter K. Smith, Children and Play: Understanding Children’s Worlds (Malden: Wiley-Blackwell, 2010), p. 6; Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 47.
- Ik refereer hier natuurlijk aan het UEFA Europees kampioenschap voetbal en andere sportevenementen die plaatsvonden in de zomer van 2024, zie: Pepijn de Lange, âMeer Landen, Meer Wedstrijden, Meer Geld: EK Duitsland Levert UEFA Recordinkomsten Opâ, deVolkskrant 14 juni 2024, Ten Eerste, p. 8.
- Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 95-103.
- Lillehammer, Grete, âA Child Is Born: The Childâs World in an Archaeological Perspectiveâ, Norwegian Archaeological Review 1989, 22 (2), p. 84; Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 48; Michelle Scalise Sugiyama, âOral Storytelling as Evidence of Pedagogy in Forager Societiesâ, Frontiers in Psychology 2017, 8 (471), p. 1-9.
- Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 19. En zulke uitdrukkingen van een cultuur zijn niet beperkt tot de diverse menssoorten, zie: Carl Safina, Beyond Words: What Animals Think and Feel. (New York: Henry Holt & Company, 2015), p. 86-92.
- Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 106. Voor het vertellen van verhalen als een universeel fenomeen, zie: Sugiyama, âOral Storytelling as Evidence of Pedagogy in Forager Societiesâ, p. 9.
- Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 107-108.
- Jean Clottes, âThematic Changes in Upper Palaeolithic Art: A View from the Grotte Chauvetâ, Antiquity 1996, 70 (268), p. 287.
- Daarnaast kunnen de soms opvallende toevoegingen aan deze dieren, inclusief extra benen en andere suggesties dat zij in beweging waren, alsmede de hints dat er een doorlopend verhaal werd verteld doorheen verschillende plaatjes, geĂŻnterpreteerd worden als bewijs dat deze schilderingen vertellingen vastlegden.17Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 111; Marc AzĂ©ma & Florent RiviĂšre, âAnimation in Palaeolithic Art: A Pre-Echo of Cinemaâ, Antiquity 2012, 86 332), 317-318, 323.
- Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 46.
- Nowell, Growing Up in the Ice Age, p. 112-113; Elizabeth V. Culley, âA Comparison of âScenesâ in Parietal and Non-Parietal Upper Paleolithic Imagery: Formal Differences and Ontological Implicationsâ, in: Iain Davidson & April Nowell (red.), Making Scenes: Global Perspectives on Scenes in Rock Art (New York, Berghahn Books, 2021), p. 188.
- Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 40, 46-48.
- Al waren er ook nieuwe elementen te vinden in deze frescoâs, zoals het afbeelden van gedomesticeerde dieren, zie: Ian Hodder, The Leopardâs Tale: Revealing the Mysteries of ĂatalhöyĂŒk (London: Thames & Hudson, 2006), p. 86â88, 235, 255); Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture, p. 47.
- Ibidem, p. 45, 51, 54.
- Louise M. Pryke, Gilgamesh (Abingdon: Routledge, 2019), p. 202-205; 15, Marina Warner, Fairy Tale: A Very Short Introduction (Oxford: Oxford University Press, 2018), p. 15, 20-21.
- Nowell, Growing Up in the Ice Age; Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture.