Een aantal jaar geleden bedacht ik in de trein dat ik Gotisch wilde leren. En dit is sindsdien één van de dingen die ik sporadisch oppak in mijn vrije tijd. Veel van ons zullen de term âGotischâ â als zijnde de aanduiding voor een groep volkeren en hun taal, in tegenstelling tot de gelijksoortig gelabelde architectuur, literatuur en vibes â associĂ«ren met het Romeinse Rijk.1 En dit is begrijpelijk. Want de Goten traden op de voorgrond gedurende de late oudheid en veel van onze bronnen stammen uit die periode.2 En hun taal lijkt op het eerste gezicht ergens in de tweede helft van het eerste millennium n.Chr. min of meer te zijn uitgestorven.3 Maar toen ik de Goten begon te bestuderen, viel het mij op dat een tak van hun taal in het oosten van Europa nog veel langer heeft overleefd. En het is voornamelijk vanwege één ijverige brievenschrijver uit de zestiende eeuw n.Chr. dat we hier ĂŒberhaupt van op de hoogte zijn! Vandaag zal ik dit onwaarschijnlijke lange overleven van de Gotische taal voor het voetlicht brengen.
Om dat te kunnen doen, moeten we eerst meer te weten komen over de Goten en hun taal. Want net als bij veel andere volkeren die niet altijd op even vriendelijke voet stonden met het Romeinse Rijk in één van diens incarnaties, zijn mensen vaak vanwege de verkeerde redenen bevooroordeeld jegens of gefascineerd door de Goten.4 Als jullie trouwens zelf besluiten dat jullie Gotisch willen leren, in een trein of elders, dan zou ik jullie aanraden om te beginnen met het uitstekende leerboek van Thomas Lambdin, getiteld An Introduction to the Gothic Language.5 Er is ook een relatief recente en bijkans monumentale overzichtsgrammatica, The Oxford Gothic Grammar van D. Gary Miller.6 Deze overzichtsgrammatica is precies zo ingedeeld als ik het prefereer, met talloze historische voorbeelden om de fijnere filologische punten te verduidelijken.
Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.
De Goten en het Gotisch
Men is er nog steeds niet over uit waar de Goten oorspronkelijk vandaan kwamen.7 Op grond van oude historici en toponymie worden zij vanouds geassocieerd met ScandinaviĂ«. Maar de geleerden weten nog steeds niet of dit hun thuisland was of dat de Goten daar arriveerden na vanuit elders te zijn vertrokken.8 Wat buiten kijf staat, is hun aanwezigheid rond de Zwarte Zee en de daaropvolgende migratie doorheen Europa en langs de kusten van de Middellandse Zee.9 En daarbij kwamen zij in contact met het Romeinse Rijk, zowel toen het verenigd was als toen het was gesplitst in een westelijke en oostelijke variant. Het is daarom misschien wel passend dat de Goten zelf traditioneel ook worden verdeeld in een westelijke en oostelijke tak. Dit zijn respectievelijk de Visigoten en de Ostrogoten.10 En gedurende de eeuwen waarin we de lotgevallen van deze volkeren kunnen volgen, krijgen we zicht op grootse veroveringen, dramatische dynastieke worstelingen en â wanneer vrouwe Fortuna dit toeliet â idyllische vrede.11 Tijdens deze periode van prominentie op het politieke toneel van de late oudheid hebben de Goten een onuitwisbare indruk achtergelaten. En er is één aspect van die nalatenschap die mij bovenal interesseert. Dat is, zoals je nu wellicht kunt raden, hun taal.
Veel van de talen die ooit gesproken zijn â of zij nu nog in gebruik zijn, of niet â maken deel uit van een zogenoemde taalfamilie. Dat wil zeggen dat zij met andere talen een voorgangertaal gemeen hebben waarvan zij op een gegeven moment zijn afgesplitst.12 Dit is bijvoorbeeld de reden dat Nederlands, Engels en Duits zo op elkaar lijken. (Naast dat zij natuurlijk gelijksoortige invloeden hebben ondergaan vanwege hun geografische en temporele nabijheid.13) Alle drie â Nederlands, Engels en Duits â zijn namelijk deel van de Germaanse tak van de grotere Indo-Europese taalfamilie. Daarmee zijn zij ook vrij nauw verwant aan het Gotisch.14 Zodoende is het woord wind in het Nederlands âwindâ, in het Engels âwind en in het Duits âWindâ, terwijl het âwindsâ is in het Gotisch.15 Ondanks zulke feestjes der herkenning, zijn er ook veel verschillen. Want Gotisch is een Oost-Germaanse taal in tegenstelling tot Nederlands, Engels en Duits, die West-Germaanse talen zijn. Dus Gotisch nam veel eerder afscheid van de laatste gemeenschappelijke voorgangertaal dan de andere drie.16 En het Gothisch had daarom meer tijd en meer gelegenheid zich een andere richting op te ontwikkelen. Maar buiten diamanten is niets blijvend, en deze ontwikkelingsperiode zou zich dan ook niet uitstrekken tot het heden.
Het einde van de Gotische taal?
Nadat zij een tijdlang de scepter hadden gezwaaid over grote delen van Europa en specifiek in de landen rond de Middellandse Zee, raakten de Goten tussen de zesde en achtste eeuw n.Chr. langzaam in de vergetelheid.17 En met het keren van het politiek geluk van de Goten verloor ook hun taal terrein.18 De Gotische taal is één van de oudste Germaanse talen waarvan ons een redelijk groot tekstcorpus is overgeleverd. Dit corpus bestaat voornamelijk uit religieuze teksten en dan hoofdzakelijk de Christelijke Bijbel.19 Dus als je je toelegt op het leren van Gotisch heb je misschien ook een excuus om zondagsschool over te slaan! Vanwege deze ouderdom en de hoeveelheid materiaal, is het Gotisch zeer nuttig geweest bij het bestuderen van de ontwikkeling van de Germaanse talen.20 Men kan het dan ook als een groot verlies beschouwen dat in de tweede helft van het eerste millennium n.Chr. de Gothische taal goeddeels verdwijnt uit de geschreven bronnen die ons zijn overgeleverd â en waarschijnlijk ook uit het dagelijkse leven.21
De herinnering aan de Goten is echter nooit volledig verflauwd. Vandaag de dag, zoals ik hierboven al aanstipte, zijn we allen bekend met de architectuurstijl, boeken en andere zaken die aangeduid worden als Gotisch.22 Maar er bleven ook nog verrassend lang mensen die aspireerden om zelf bij dit volk te horen. Zoals Kristoffer Neville vaststelt: âIn de zestiende en zeventiende eeuw was Goticisme, oftewel de identificatie met de Gotische volkeren uit de oudheid, een zeer belangrijk fenomeen.â23 Je afkomst terug te traceren tot de Goten bracht een zeker prestige met zich mee in die tijd.24 En ook de materiĂ«le nalatenschap van de Goten werd niet vergeten. Wat betreft hun taal, lijken de meeste relevante vorsingen echter niet veel verder te zijn gekomen dan de studie van de overgebleven runeninscripties â hoewel er ook delen van de Gotische Bijbelvertalingen werden gepubliceerd en bestudeerd.25 Desalniettemin waren zelfs dergelijke studies vaak ingebed in een meer algemene fascinatie met de Germaanse talen en de geschiedenis van de late oudheid.26 Toch bleven er mensen met een authentieke interesse in de Gotische taal an sich â en terecht. En degenen van deze connaisseurs die leefden in de zestiende eeuw n.Chr. of later, hadden toegang tot een opmerkelijke en nuttige bron van kennis over het Gothisch. Namelijk de beschrijving van een afstammeling â of misschien een koppige verwant â van de Gotische taal zoals men deze was blijven spreken doorheen het tweede millennium na onze jaartelling.
Een vasthoudende variant van het Gotisch
Deze vasthoudende variant wordt in de wandeling het Krim-Gotisch genoemd.27 En waar het Gotisch uit de late oudheid voornamelijk tot ons komt via religieuze teksten, kennen we dit dialect in de eerste plaats uit een brief.28 Het was namelijk een Vlaamse diplomaat uit de zestiende eeuw n.Chr., ene Ogier Ghiselin de Busbecq, die twee sprekers van het Gotisch tegenkwam op het Krim-schiereiland.29 En het is wellicht niet meer dan passend dat de laatste overblijfselen van het Gotisch te vinden waren in de nabijheid van het gebied waar we de eerste sprekers van deze taal met enige zekerheid kunnen plaatsen! De Busbecq stelde vervolgens een lijst op met een aantal woorden en woordgroepen voor een brief uit 1562. Deze brief zou een aantal jaar later, in 1589, in Parijs worden gepubliceerd.30 Het Gotisch dat door onze ijverige brievenschrijver werd genoteerd, verschilt echter van de beroemdere variant die we kennen uit de late oudheid.31 En dit komt niet als een verrassing. Zoals D. Gary Miller opmerkt, is er niet alleen een millennium dat beide dialecten scheidt, maar De Busbecq zijn contactpersonen waren wellicht geen moedertaalsprekers en de Vlaamse diplomaat lijkt zowel schrijffouten te hebben gemaakt als hetgeen dat hij hoorde geïnterpreteerd te hebben door lens van zijn eigen taal.32 Toch hebben we hier onomstotelijk van doen met een Gotisch dialect. En het is nog opmerkelijker, hoewel onze documentatie in dit opzicht te beperkt is om hier écht iets over te kunnen zeggen, dat deze variant van het Gotisch wellicht nog tot ver in de achttiende eeuw n.Chris. werd gesproken!33
De duurzame herinnering aan de Goten, en meer specifiek de opkomst van de min of meer geleerde bestudering van hun lotgevallen in de zestiende en zeventiende eeuw na onze jaartaling, betekent dat het uitpluizen van hun taal eveneens een lange geschiedenis kent.34 En het is ronduit bizar om te bedenken dat één van de eerste voortreffelijke grammaticaâs van het Gotisch verscheen in de eerste helft van de negentiende eeuw n.Chr., toen er misschien nog steeds mensen waren die zich de laatste sprekers van deze taal herinnerden.35 Net als veel andere zaken die zich buiten de tijd lijken te bevinden â zoals het vernuftige feitje dat er nog steeds mammoeten rondliepen toen de grote piramides van Gizeh werd gebouwd in het oude Egypte â zo duurde één van de bekendste aspecten van het Romeinse Rijk, het contact van de Romeinen met de Goten en de taal die zij spraken, veel langer voort dan je waarschijnlijk had durven vermoeden voordat je begon met het lezen van dit blog.36
Conclusie: het belang van onvermoede bronnen
De archeoloog Rolf Hachmann schreef zoân vijftig jaar geleden: âDe geschiedenis van de Goten is een discussie zonder einde.â37 En hetzelfde kan wellicht gezegd worden van de taal die zij spraken. Niet in de laatste plaats omdat er nog steeds voorheen onbekende manuscripten en palimpsesten opduiken.38 Gelukkig zijn we niet alleen maar afhankelijk van dergelijke vondsten, maar hebben we ook bronnen uit plekken waar men het minder van verwacht. Zoals de brieven van De Busbecq. Het belang van veel van de historische bronnen die wij nu tot onze beschikking hebben, zal waarschijnlijk niet zijn opgekomen bij de mensen die ze ooit creĂ«erden of schreven. Natuurlijk zijn er ook koninklijke inscripties en andere artefacten waarvan men toen al verwachte dat ze de eeuwigheid zouden doorstaan. Sommige is dat zelfs gelukt â tot nu toe tenminste. Zoals de wetsverzameling van de Babylonische koning ážȘammurabi of de inscripties van de Egyptische farao Ramses II.39 Maar een flink aantal van onze hoogst gewaardeerde historische bronnen heeft niet alleen per toeval de storm van de tijd overleefd, maar is ook min of meer onvermoed tot stand gebracht.
Dus, wat hebben we vandaag geleerd? Welnu, het kan zeker geen kwaad om een dagboek bij te houden, brieven te schrijven of je ervaringen en ontmoetingen anderszins vast te leggen. Want je weet maar nooit of je een dienst bewijst aan de historiografie van de toekomst. Een blog vermag in dat opzicht ook een bijdrage te leveren. Dus de komende week â en de meeste van de weken die daar weer op volgen, als ik eerlijk ben â zal ik mijn werk voortzetten en meer verhalen van uit de geschiedenis vertellen, of deze nu al deel zijn van het verleden of dat nog moeten worden.
Voetnoten
- Matthew M. Reeve, âGothicâ, Studies in Iconography 2012, 33 (1), p. 233-246; Karl Spracklen & Beverley Spracklen, The Evolution of Goth Culture: The Origins and Deeds of the New Goths (Bingley: Emerald Publishing Limited), p. 20. Yep, Dit is één van die weken dat ik jullie weer aan het Romeinse Rijk doe denken.
- Matthew Kneale, Rome: Een Geschiedenis van de Stad in Zeven Plunderingen (Houten: Spectrum, 2018), p. 45-47, 105-113.
- Thomas O. Lambdin An Introduction to the Gothic Language (Eugene: Wipf & Stock Publishers, 2006), p. ix-x.
- Reeve, âGothicâ, p. 233-234.
- Lambdin An Introduction to the Gothic Language.
- D. Gary Miller, The Oxford Gothic Grammar (Oxford: Oxford University Press, 2019).
- Michael Kulikowski, Romeâs Gothic Wars: From the Third Century to Alaric (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 60-68.
- Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. 2.
- Ibidem.
- Ingmar Söhrman, âWhat Is Visigothic and What Is Frankish in Medieval and Later Spanish?â, in: John Ole Askedal & Hans Frede Nielsen (red.), Early Germanic Languages in Contact (Philadelphia: John Benjamins Publishing Company, 2015), p. 128; Norman Davies, Europe: A History (London: The Bodley Head, 2014), p. 224.
- Ibidem, p. 224, 229-233; Kneale, Rome, p. 45-47, 105-113; John Man, Barbarians at the Wall: The First Nomadic Empire and the Making of China (London: Penguin/Random House, 2020), p. 271-272; Matthew Gabriele & David M. Perry, The Bright Ages: A New History of Medieval Europe (Auckland: Harper Perennial, 2022), p. 8-10, 139; Söhrman, âWhat Is Visigothic and What Is Frankish in Medieval and Later Spanish?â, p. 129.
- Lambdin An Introduction to the Gothic Language, p. xi.
- Voor een meer genuanceerde en uitgebreidere uitleg, zie: Joshua Bousquette & Joseph Salmons, âGermanicâ, in: Mate KapoviÄ (red.), The Indo-European Languages, 2nd Edition (Abingdon: Routledge, 2017), p. 389.
- Mate KapoviÄ, âIndo-European Languages: Introductionâ, in: Mate KapoviÄ (red.), The Indo-European Languages, 2nd Edition (Abingdon: Routledge, 2017), p. 5.
- Lambdin An Introduction to the Gothic Language, p. 4.
- Jean Marco, The Origins of the Anglo-Saxons: Decoding the Ancestry of the English (London: Thames & Hudson, 2018), p. 110-112; Bousquette & Salmons, âGermanicâ, p. 389-390.
- Frits Naerebout & Henk Singor, De Oudheid: Grieken en Romeinen in de Context van de Wereldgeschiedenis (Amsterdam: Ambo, 2010), p. 440. Dit kan onder meer zijn gekomen door de politieke structuur van de Gotische regimes in deze gebieden, zie: Marco, The Origins of the Anglo-Saxons, p. 199.
- Lambdin An Introduction to the Gothic Language, p. ix-xi; Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. 4.
- Lambdin An Introduction to the Gothic Language, p. x-xi.
- Bousquette & Salmons, âGermanicâ, p. 387.
- Voor de (beperkte) invloed van het Gotisch op de talen die men in die gebieden wel bleef spreken, zie: Söhrman, âWhat Is Visigothic and What Is Frankish in Medieval and Later Spanish?â, p. 125.
- Supra note 1.
- âIn the sixteenth and seventeenth centuries, Gothicism, or a self-identification with the ancient Gothic people, was a deeply important phenomenonâ, zie: Kristoffer Neville, âHistory and Architecture in Pursuit of a Gothic Heritageâ, in: Karl A.E. Enenkel & Konrad A. Ottenheym (red.), The Quest for an Appropriate Past in Literature, Art and Architecture (Leiden: Brill, 2019), p. 619; Robert W. Rix, âRunes and Roman: Germanic Literacy and the Significance of Runic Writingâ, Textual Cultures 6 (2011) 117.
- Neville, âHistory and Architecture in Pursuit of a Gothic Heritageâ, p. 619-621.
- Ibidem, p. 222; Rix, âRunes and Romanâ, p. 130. Zie meer in het algemeen: Carsten Bach-Nielsen , âThe Runes: Hieroglyphs of the Northâ, in: Gerhard F. Strasser & Mara R. Wade (red.), Die DomĂ€nen des Emblems. AuĂenliterarische Anwendung der Emblematik (Wiesbaden: Harrossowitz Verlag, 2004), p. 157â172.
- Rix, âRunes and Romanâ, p. 117.
- Bousquette & Salmons, âGermanicâ, p. 388. Zie ook: MacDonald Stearns, Crimean Gothic: Analysis and Etymology of the Corpus (Saratoga: Anna Libri, 1978).
- Cor van Bree, Leerboek voor de Historische Grammatica van het Nederlands – Deel 1: Gotische Grammatica, Inleiding, Klankleer (Leiden: Universiteit Leiden, 2016), p. 38-39.
- Bernerd C. Weber, âA Diplomat of the Sixteenth Century: Ogier Ghiselin de Busbecq (1522-1592)â, Social Science 1953, 28 (2), p. 95.
- Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. 4.
- Hoewel er rond de negende eeuw n.Chr. ook in dit gebied nog steeds een variant van het Gotisch lijkt te zijn gesproken die wij herkennen uit de late oudheid, zie: Hans Frede Nielsen, âThe Phonological Systems of Biblical Gothic and Crimean Gothic Compared”, in: Jana KrĂŒger et al (red.), Die Faszination des Verborgenen und Seine EntschlĂŒsselung: RÄði SÄÊ Kunni (Berlin: Walter de Gruyter), p. 277â278.
- Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. 6.
- Ibidem, p. 4; MacDonald Stearns, âDas Krimgotischeâ, in: Heinrich Beck (red.), Germanische Rest- und TrĂŒmmersprachen (Berlin: De Gruyter, 1989), p. 187.
- Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. xix.
- Ibidem.
- Deze opmerking over piramides en mammoeten verdient zân eigen blog, maar de periode waarin de beroemde piramides van Gizeh werden gebouw lijken inderdaad te overlappen met het overleven van enkele mammoetenpopulaties, zie: Laura Arppe et al, âThriving or surviving? The Isotopic Record of the Wrangel Island Woolly Mammoth Populationâ, Quaternary Science Reviews 2019, 222, 105884:11; Marc van de Mieroop, A History of Ancient Egypt (London: Wiley-Blackwell, 2011), p. 58-61. Voor meer algemene informatie over het uitsterven van de mammoet, zie: Russell W. Graham et al, âTiming and Causes of mid-Holocene Mammoth Extinction on St. Paul Island, Alaskaâ, Proceedings of the National Academy of Sciences 2016, 113 (33), p. 9310â9314.
- âDie Geschichte der Goten, eine Diskussion ohne Endeâ, zie: Rolf Hachmann, Die Goten und Skandinavien (Berlin: De Gruyter, 1970), p. 1.
- Miller, The Oxford Gothic Grammar, p. xvii.
- Dominique Charpin, Hammurabi of Babylon (New York: I.B. Taurus & co, 2012), p. 152-159; Van de Mieroop, A History of Ancient Egypt, p. 216-222.