De uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise

Het is alweer ruim anderhalf decennium geleden dat de eerste films van het Marvel Cinematic Extended Universe in de bioscopen verschenen. En sinds dat moment zijn velen van ons gegrepen door de gelaagde en uitgewaaierde vertelstijl van deze franchise. Vanwege de vele opeenvolgende en met elkaar samenhangende verhalen alsmede het feit dat de personages uit de verschillende avonturen plotseling met elkaar konden samenwerken in latere films, wist het publiek zelden wat hun te wachten stond. Maar ze wisten wel dat ze amper kónden wachten!1 Zelfs onze oude vriend Gilgamesj maakt acte de préséance in zowel de stripverhalen als de films van Marvel.2 Maar geloof het of niet, zulk een uitgewaaierde narratieve franchise is niets nieuws. Gilgamesj zelf figureerde bijvoorbeeld al in een aantal zijdelings met elkaar verbonden Soemerische verhalen die vooraf gingen aan het beroemde epos dat heden ten dagen zijn naam draagt.3 Vandaag wil ik echter een andere verzameling losjes met elkaar samenhangende antieke vertellingen voor het voetlicht brengen: Welkom bij de uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise!

Homeros is zo’n auteur waar praktisch iedereen weleens van gehoord heeft. Ze zullen in ieder geval een vaag idee hebben van de twee beroemdste werken die aan hem worden toegeschreven: De Ilias en de Odyssee. De schrijver van deze epische gedichten is echter nooit met zekerheid vastgesteld. En dit zijn slechts twee van de vele werken waarvan men dacht – of in ieder geval zei – dat deze geschreven waren door, of anderszins verbonden waren aan, die bekende oude Griek.4 We weten bijvoorbeeld dat andere verhalen de leemten trachtten te vullen die de Ilias en de Odyssee onbesproken lieten. En er waren ook een aantal Homerische hymnes die een belangrijke rol speelden in het culturele en religieuze leven van het oude Griekenland naast deze twee meer roemruchte epische gedichten.5 Die andere werken zijn het onderwerp van dit blog.

Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.

Homeros, de Ilias en de Odyssee

Wie was Homeros? Dit is een bedrieglijk simpele vraag, die een duizendtal academische carrières op stoom heeft gebracht.6 De oude Grieken zagen hem in ieder geval als een persoon die ooit leefde en niet louter als een mythische figuur. En de naam Ὅμηρος (Hómēros) werd ook daadwerkelijk gedragen door mensen in de oudheid.7 Al zijn er geleerden die vermoeden dat de naam Ὅμηρος te maken heeft met een later woord voor zangers, ὁμηρίδαι (homērídai), dat op diens beurt weer afgeleid was van een oudere term die ‘ontmoetingsplek’ betekende.8 De dichter, als hij inderdaad bestaan heeft, werd geacht blind te zijn geweest.9 En we zien dan ook dat zijn naam later gebruikt wordt, onder andere door de Hellenistische dichter Lycophron, als een bijvoeglijk naamwoord dat blindheid aanduidt.10 Wat betreft zijn thuisland, lijkt het eiland Chios de beste papieren te hebben. Want hier beklijfde een Homerische rapsodische traditie en woonden zelfbenoemde afstammelingen van de vermaarde bard, kunstzinnig en anderszins.11 Toch bleef de plek waar Homeros gewoond moet hebben het onderwerp van antieke controverses en hilarische puntdichten.12 Velen hebben sindsdien voorgesteld dat we meer over Homeros te weten kunnen komen door simpelweg de Ilias en de Odyssee te lezen. Want de diverse barden in deze epische gedichten zouden ons wellicht wat kunnen vertellen over de manier waarop Homeros zichzelf en zijn ambacht zag.13 En dit brengt ons bij de twee bekendste werken die met Homeros geassocieerd worden.

De bewering dat de Ilias en de Odyssee, zoals ze nu tot onze beschikking staan in een specifieke geschreven versie, tenminste gedeeltelijk zijn ontleend aan orale en wellicht zelfs geschreven voorgangers, zorgt allang niet meer voor rumoer.14 Maar daarnaast is het ook min of meer algemeen geaccepteerd dat beide epische gedichten zijn samengesteld, of in ieder geval aangevuld en gereorganiseerd, door een enkele geest. Desalniettemin is het niet alleen onmogelijk om vast te stellen dat deze eenling Homeros heette, het is ook onduidelijk of beide epische gedichten zijn samengesteld door één en dezelfde persoon. Want er zijn aanzienlijke verschillen tussen beide gedichten, zowel qua stijl als qua compositie.15 En een dergelijke sceptische blik op het auteurschap van deze gedichten was eveneens te vinden in de vroege Griekse geschiedenis zelf. Maar ergens rond het midden van het eerste millennium voor onze jaartelling werden beide gedichten redelijk onlosmakelijk verbonden met de naam Homeros.16

De epische cyclus

Men neemt aan dat de Ilias en de Odyssee ergens rond de achtste of zevende eeuw voor onze jaartelling zijn opgeschreven.17 Zoals bekend mag worden verondersteld, handelen deze gedichten over enkele episodes in de Trojaanse oorlog en de nasleep ervan. De Trojaanse oorlog was een conflict ergens in het verre verleden waarbij de Achaeërs, een benaming voor de inwoners van het oude Griekenland, de Trojanen uit klein-Azië bevochten vanwege een vrouw, ene Helena.18 Maar zij waren allen, van de machtigste krijger tot Helena zelf, onderworpen aan goddelijke machinaties en de grillen van het lot.19 De omstandigheden van deze oorlog lagen dus grotendeels buiten de eigen invloed van de personages en dat maakt de daaropvolgende gebeurtenissen des te tragischer. Zodoende lezen we niet alleen over bloedvergieten en dappere daden, maar ook over medeleven en liefde.20 Zoals men zich kan voorstellen waren die niet de enige verhalen, episch of anderszins, die men placht te vertellen over dit indringende conflict en hetgeen daarna gebeurde. Juist de delen van de oorlog die mager bedeeld waren in deze twee epische gedichten, werden behandeld in andere werken.

En dit brengt ons bij het eerste deel van de uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise: de epische cyclus.21 Deze gedichten gingen echter niet alleen maar over de Trojaanse oorlog. Degene waarbij die wel het geval was, vulden voornamelijk het plaatje verder in waar de twee momenteel bekendere gedichten daar de ruimte voor hadden gelaten.22 Zo wordt het lijden van de onschuldigen nog verder verkend, bijvoorbeeld.23 En kwam men meer te weten over de val van Troje en de thuisreizen die niet voorkomen in de Odyssee.24 Veel van de gedichten die geacht worden tot de epische cyclus te hebben behoord, werden ooit toegeschreven aan Homeros.25 Een aantal commentatoren, zowel in de oudheid als in onze eigen tijd, is niet overtuigd door dergelijke claims. Zij wijzen op een verondersteld verschil in kwaliteit tussen de Ilias en de Odyssee aan de ene kant, en de gedichten van de epische cyclus aan de andere kant.26 Helaas is het moeilijk om die kwaliteitsverschillen zelf te beoordelen. Want deze gedichten zijn goeddeels verloren gegaan en we weten vooral van hun bestaan door sporen van fragmenten en verwijzingen in andere teksten.27 Daarom kunnen we hier minder over zeggen dan die andere fase van de uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise: de Homerische hymnes.

De Homerische Hymnes

De Homerische hymnes werden goeddeels toegeschreven aan Homeros en een groot aantal trachtte ook daadwerkelijk de vermeende stijl van de Ilias en de Odyssee na te bootsen. Toch gelooft men dat hun auteurs, de datum waarop zij gecomponeerd en/of opgeschreven zijn, en de plaats waar zij vandaan kwamen, varieerde.28 Deze variëteit betekent dat we hier ook uiteenlopende vormen van esthetische, filologische en filosofische schoonheid kunnen vinden. Helaas is ons eveneens slechts een fractie van dit deel van de uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise overgeleverd. Vooral de kortere hymnes zijn vandaag de dag nog te lezen.29 De hymnes waren gewijd aan diverse goden – de Hymne aan Demeter, de Hymne aan Delische Apollo, et cetera – en zij werden vaak opgevoerd bij de aanvang van sociale evenementen.30 Bij religieuze festivals, bijvoorbeeld, maar ook bij meer seculiere evenementen, zoals zangwedstrijden.31 Sommige van deze gedichten werden echter ook zelfstandig ten gehore gebracht.32

Naast een inkijkje in de gang van zaken in het burgerlijke en religieuze leven van het oude Griekenland, kunnen deze hymnes ons ook kennis verschaffen over de Griekse mythologie. De langere hymnen die bewaard zijn gebleven, bevatten bijvoorbeeld mythen over de god of godin waaraan zij gewijd waren.33 En men vermoedt diverse connecties met rituele praktijken en de redenen waarom deze, welnu, gepraktiseerd werden.34 De Homerische hymnen kunnen zelfs doorgespit worden voor informatie over de houding van de oude Grieken ten opzichte van hun natuurlijke omgeving en zo het project van de ecologische geesteswetenschappen verder op weg helpen.35 Maar bovenal zijn deze dichtwerken een interessante en mooie toevoeging aan de uitgewaaierde Homerische gedichtenfranchise, zelfs als zij amper in verband kunnen worden gebracht met de vermoedelijke dichter (of dichters) van de Ilias en de Odyssee!36 Laat ons daarom besluiten met een kort citaat uit de Hymne aan Hermes, een hymne die verhaalt over de eerste dagen van de gelijknamige god. In dit fragment bevestigt de god Apollo zijn vriendschap met Hermes, nadat de kleine dondersteen zowel een verrassend competente bedrijver van kattenkwaad als slimme onderhandelaar bleek te zijn:37

[Α]ὐτὰρ Ἀπόλλων Λητοίδης κατένευσεν ἐπ᾿ ἀρθμῶι καὶ φιλότητι μή τινα φίλτερον ἄλλον ἐν ἀθανάτοισιν ἔσεσθαι, μήτε θεὸν μήτ᾿ ἄνδρα Διὸς γόνον·38

En Apollo, de zoon van Leto, stemde in met een verbond van vriendschap en zei dat [Hermes] geen grotere vriend onder de onsterfelijken zou vinden, god noch mens die afstamde van Zeus. 39

Hoe hartverwarmend dit fragment ook moge zijn, we blijven toch achter met een vraag. Waarom zouden we het label ‘Homerische hymnen’ gebruiken, als het onduidelijk is of deze werken überhaupt iets te maken hadden met Homeros?

Conclusie: Oeuvres

Terwijl ik onderzoek deed voor dit blog, werd bekend dat de beroemde regisseur Quentin Tarentino had aangekondigd dat hij zijn inspanningen voor zijn film The Movie Critic had gestaakt. Tarentino had zichzelf lang geleden namelijk een beperkt aantal films opgelegd dat hij zou maken in zijn carrière. En dit zorgt ervoor dat er veel afhangt van de keuze voor zijn allerlaatste project.40 Maar hoe elegant zo’n afgebakend oeuvre ook mag zijn, er valt wat te zeggen voor cycli van verhalen die de ruimte krijgen om zich alle mogelijke richtingen op te ontwikkelen. Dat zo’n voortgaande schepping vervolgens een naam blijkt te dragen of aan een auteur refereert, die weinig of niets met sommige onderdelen van zo’n uitgewaaierd narratief universum te maken heeft, kan men dan wellicht beschouwen als slechts een kleine prijs en één die het betalen waard is.

Ook blogs kan men zien als een immer voortgaande schepping die altijd een nieuwe en onverwachte richting vermag in te slaan. Want ik kan altijd nog besluiten om over A.I. te gaan schrijven of om terug te keren naar een onderwerp dat ik reeds besproken heb. En vooral dat laatste waardeer ik, want er is nog zoveel meer te zeggen over Homeros, zijn gedichten en al die werken die hij zeker niet geschreven heeft maar waar hij hoe dan ook lof voor krijgt toegezwaaid! Toch zijn we volgende week zo ongeveer net zo ver verwijderd van de onwaarschijnlijke vriendschap tussen Apollo en Hermes in de voornoemde Hymne aan Hermes als we maar zijn kunnen. Want dan komen we erachter waarom de succesvolle HBO-serie Succession, die gaat over dysfunctionele familieverhoudingen in de bovenste lagen van de samenleving, zich net zo goed in het koninkrijk van Opper-Mesopotamië in de Bronstijd had kunnen afspelen.41

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Voetnoten

  1. Felix Brinker, “Transmedia Storytelling in the “Marvel Cinematic Universe” and the Logics of Convergence-Era Popular Seriality”, in: Matt Yockey (red.), Make Ours Marvel: Media Convergence and a Comics Universe (Austin: University of Texas Press, 2017), p. 207-233.
  2. Louise M. Pryke, Gilgamesh (Abingdon: Routledge, 2019), p. 203; Luigi Turri, “Gilgamesh, The (Super)Hero”, in: Lorenzo Verderame & Agnès Garcia-Ventura (red.), Receptions of the Ancient Near East in Popular Culture and Beyond (Atlanta: Lockwood Press, 2020), p. 210; Ronan McGreevy, “TCD Babylonian expert called on for latest Marvel blockbuster”, Irish Times November 9th 2021, Ireland, p. 3.
  3. Andrew R. George, The Babylonian Gilgamesh Epic. Introduction, Critical Edition and Cuneiform Texts (Oxford: Oxford University Press, 2003), p. 7-17.
  4. Michael Silk, Homer: The Iliad (Cambridge: Cambridge University Press, 2004), p. 4-6.
  5. Claude Calame, “Greek Myth and Greek Religion”, in: Roger D. Woodard (ed.), The Cambridge Companion to Greek Mythology (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 260.
  6. Dit is uiteraard een guitige verwijzing naar een referentie aan de Ilias in Christopher Marlowe zijn Doctor Faustus, zie: Leslie F. Smith, “The Thousand Ships”, L’Antiquité Classique 1980, 49 (1), p. 241-242.
  7. Silk, Homer, p. 4.
  8. Mark W. Edwards, “Homer’s Iliad”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 312.
  9. Lisa Trentin, “The ‘other’ Romans: Deformed Bodies in the Visual Arts of Rome”, in: Christian Laes (red.), Disability in Antiquity (Abbingdon: Routledge, 2017), p. 242.
  10. Hier kunnen we volgens sommigen uit afleiden dat de oorspronkelijke betekenis van het woord Ὅμηρος wellicht ‘gijzelaar’ was, zie: Evelyne Samama, “The Greek vocabulary of disabilities”, in: Christian Laes (red.), Disability in Antiquity (Abbingdon: Routledge, 2017), p. 137.
  11. Silk, Homer, p. 4.
  12. Jasper Griffin, Homer: The Odyssey (Cambridge: Cambridge University Press, 2004), p. 3.
  13. Minna Skafte Jensen, “Performance”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 51-52; Griffin, Homer, p. 6-7.
  14. Gregory Nagy, “Homer and Greek Myth”, in: Roger D. Woodard (red.), The Cambridge Companion to Greek Mythology (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 52-53; Silk, Homer, p. 9-11.
  15. Martin L. West, “Homeric and Hesiodic Poetry”, in: Kenneth J. Dover et al (red.), Ancient Greek Literature (Second Edition) (Oxford: Oxford University Press, 2004), p. 14.
  16. Silk, Homer, p. 4-5.
  17. Griffin, Homer, p. 6.
  18. Edwards, “Homer’s Iliad”, p. 303-304.
  19. Anna Maria van Erp Taalman Kip, “The Gods of the ‘Iliad’ and the Fate of Troy”, Mnemosyne 2000, 53 (4), p. 386, 401-402; Hanna M. Roisman, “Helen in the ‘Iliad’; ‘Causa Belli’ and Victim of War: From Silent Weaver to Public Speaker”, The American Journal of Philology 2006, 127 (1), p. 2-34.
  20. Edwards, “Homer’s Iliad”, p. 304.
  21. Jonathan S. Burgess, “The Epic Cycle and Fragments”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 344-363; Richard P. Martin, “Epic as Genre”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 14.
  22. Ken Dowden, “Telling the Mythology: From Hesiod to the Fifth Century”, in: Ken Dowden & Niall Livingstone (red.), A Companion to Greek Mythology (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 57-58.
  23. Helen P. Foley, “Women in Ancient Epic”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 111.
  24. Burgess, “The Epic Cycle and Fragments”, p. 345. And even the adventures of Odysseus are stretched beyond the Odyssey itself, zie: Lowell Edmunds, “Epic and Myth”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009), p. 34-35.
  25. Burgess, “The Epic Cycle and Fragments”, p. 348.
  26. Gregory Nagy, “The Epic Hero”, in: John M. Foley (red.), A Companion to Ancient Epic (Malden: Wiley-Blackwell, 2009) p. 77-78; Burgess, “The Epic Cycle and Fragments”, p. 350. Maar zie ook: Gregory Nagy, “Homer and Greek Myth”, in: Roger D. Woodard (red.), The Cambridge Companion to Greek Mythology (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 53.
  27. West, “Homeric and Hesiodic Poetry”, p. 14.
  28. Richard Rutherford, Classical Literature: A Concise History (London: Routledge, 2005), p. 273-274; West, “Homeric and Hesiodic Poetry”, p. 23.
  29. Robert Parker, “The ‘Hymn to Demeter’ and the ‘Homeric Hymns’”, Greece & Rome 1991, 38 (1), p. 1.
  30. Toch kunnen ook andere goden (uitgebreid) aan bod komen, zie: Irene de Jong, “The Homeric Hymns”, in: Koen de Temmerman & Evert van Emde Boas (red.), Characterization in Ancient Greek Literature (Leiden: Brill, 2018), p. 64-65.
  31. Parker, “The ‘Hymn to Demeter’ and the ‘Homeric Hymns’”, p. 1-2; West, “Homeric and Hesiodic Poetry”, p. 23-24.
  32. Parker, “The ‘Hymn to Demeter’ and the ‘Homeric Hymns’”, p. 14, note 6.
  33. Gregory Nagy, “Lyric and Greek Myth”, in: Roger D. Woodard (red.), The Cambridge Companion to Greek Mythology (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 38; Parker, “The ‘Hymn to Demeter’ and the ‘Homeric Hymns’”, p. 2.
  34. Calame, “Greek Myth and Greek Religion”, p. 264-267.
  35. Ada Cohen, “Mythic Landscapes of Greece”, in: Roger D. Woodard (red.), The Cambridge Companion to Greek Mythology (Cambridge: Cambridge University Press, 2007), p. 316; De Jong, “The Homeric Hymns”, p. 66.
  36. Parker, “The ‘Hymn to Demeter’ and the ‘Homeric Hymns’”, p. 2.
  37. Athanassios Vergados, The ‘Homeric Hymn to Hermes’: Introduction, Text and Commentary (Berlin: De Gruyter, 2013), p. 546; West, “Homeric and Hesiodic Poetry”, p. 24.
  38. Hymn to Hermes, l. 523-526. Martin L. West (red.), Homeric Hymns, Homeric Apocryphia, Lives of Homer (Cambridge, Cambridge university Press, 2003), p. 155; Vergados, The ‘Homeric Hymn to Hermes’, p. 208.
  39. Met wat aanpassingen gebaseerd op: West, Homeric Hymns, Homeric Apocryphia, Lives of Homer, p. 155.
  40. Bor Beekman, “Het Is Eeuwig Zonde dat Quentin Tarantino de Filmcriticus de Nek Omdraait”, DeVolkskrant  19 april 2024, V, p. 6.
  41. Marc van de Mieroop, A History of the Ancient Near East (Chichester: Wiley Blackwell, 2016), p. 115-118.