Ecologische denkbeelden opsporen in de verhalen uit de oudheid

De afgelopen week was hier zeer lenteachtig: de zon scheen, de vogeltjes floten en de scooters stootten fijnstof uit.1 Maar slechts twee van deze dingen zullen vermoedelijk in de verhalen over dit seizoen terechtkomen. Tenzij men zeer specifieke werken meerekent, zoals de fabel waarmee Rachel Carson haar beroemde boek Silent Spring uit 1962 opent.2 Zal dit echter de literatuur zijn die gespaard blijft en het beeld van toekomstige historici bepaalt, wanneer zij trachten uit te vogelen hoe wij in deze tijd over de natuur dachten – of lezen die wellicht eerder werken met een breder bereik? Dergelijke vragen zijn ook vandaag de dag relevant, aangezien wij met soortgelijke kwesties worstelen wat betreft ons eigen verleden.

Het is daarom niet verrassend dat een aantal geleerden reeds heeft getracht om een geschikte methodologie te bedenken waarmee zij de houdingen ten opzichte van de natuur in het verleden vermochten vast te stellen. Omdat er geen klimaatrapporten uit de middeleeuwen of de renaissance zijn, ook al schreef men toen reeds over de natuur, richten zij zich hierbij vaak op de verhalen die ons zijn overgeleverd.3 En hoewel dergelijke onderzoekingen vaak begonnen met het recente verleden, komt ook de oudheid steeds meer aan bod. Aanvankelijk hield men zich hierbij voornamelijk bezig met het klassieke Griekenland en het oude Rome. Maar zelfs deze relatief beperkte onderneming heeft in korte tijd verbluffende inzichten opgeleverd.4 En er zijn ook voorzichtige aanzetten geweest van geleerden die de rest van de oude Mediterrane wereld alsmede het oude Nabije Oosten bij hun analyse betrokken.5 Bij wijze van proeverij, zal ik vandaag één van de methodologieën die bij dergelijk onderzoek gebruikt worden in het lentezonnetje zetten: de verhalende ecologie

Dit blog is ook beschikbaar in het Engels.

De ecologische geesteswetenschappen

Om de verhalende ecologie te kunnen begrijpen, moeten we eerst iets weten over het vakgebied waaruit deze methodologie voortkwam. Dit vakgebied wordt in de wandeling wel aangeduid als ecokritiek of de ecologische geesteswetenschappen. Maar deze twee termen betekenen niet hetzelfde! Ere wie ere toekomt, het veld van de ecokritiek kan anciënniteit claimen. Want dit kwam reeds in de jaren ’70 op terwijl de ecologische geesteswetenschappen pas vanaf de jaren ’90 opgeld deden.6 Maar de ecologische geesteswetenschappen omvatten zowel de ecokritiek als een hele waaier aan andere benaderingen. Want zij brengen onderzoek bij elkaar dat normaliter in min of meer van elkaar gescheiden vakgebieden plaatsvindt, zoals de geschiedkunde en de ecologie.7 Aldus kunnen de ecologische geesteswetenschappen de ecokritiek waar nodig aanvullen.8 Binnen de ecokritiek kijkt men namelijk voornamelijk naar de kunsten – en dan specifiek naar literatuur – om te bepalen welke clichés en concepten betreffende de natuur hierin gebruikt worden.9 Dit doet men, simpel gezegd, zodat vastgesteld kan worden hoe maatschappelijke opvattingen terugkomen in deze werken en hoe zulke uitingen op hun beurt weer deze opvattingen beïnvloeden. En de ecokritische benadering is zeer waardevol geweest. Deze “literaire archeologie”, om het zo maar te noemen, heeft het denken over de natuur namelijk bevrijd van vele oude vooroordelen 10 Ecokritische geleerden hebben bijvoorbeeld het idee weerlegd dat de natuur louter bestaat uit gebieden die men uitgezonderd heeft van permanente menselijke bewoning, zodat zij wildernis kunnen blijven of worden – zoals natuurgebieden – dan wel anderszins relatief vrij blijven van onze bemoeienis. Maar de natuur is eigenlijk overal om ons heen en er is vandaag de dag wellicht geen plek op aarde die de gevolgen van menselijke bemoeienis bespaard is gebleven.11 En toen de ecologische geesteswetenschappen uiteindelijk op het toneel verschenen, gingen zij dan ook voortvarend aan de slag met de uitdagingen die eerder ecokritisch onderzoek al had opgeworpen. Toch kan men stellen dat zij in een aantal opzichten een veelomvattender blikveld hebben.

Want de ecologische geesteswetenschappen, zoals zulk een interdisciplinair veld betaamt, streven een veel breder doel na dan ecokritiek. Zij trachten de mensheid terug te plaatsen in de natuur als een expliciet onderdeel daarvan.12 Daarom maken zij zich niet alleen druk om de impact die de natuur op de mens heeft, maar ook om de impact die de mens op de natuur heeft.13 En dit is natuurlijk inclusief onze denkbeelden over de natuur, zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn in onze kunst en onze verhalen.14 Op deze manier produceren de ecologische geesteswetenschappen zowel kennis als kritiek.15 Zij lichten ons voor over onze plek in de natuur als menselijke dieren en alles wat hierbij komt kijken. En hierbij stellen zij ook algemeen aanvaardde opvattingen ter discussie die onvolledig of zelfs verouderd bleken te zijn. Maar dit veld is eveneens in staat om ons op de hoogte te stellen van de gevolgen van ons denken en handelen waar het aankomt op al die delen van onze natuurlijke omgeving die niet menselijk zijn.16

De ecologische geesteswetenschappen en de oudheid

Het was daarom wellicht onvermijdelijk dat de ecologische geesteswetenschappen zich met het verleden zouden gaan bezighouden en – uiteindelijk – ook met de oudheid.17 Want in het verleden kunnen we vele verschillende perspectieven op onze natuurlijke omgeving vinden. En meer begrip van deze perspectieven kan inzichten opleveren die we tot nog toe moesten ontberen in onze tegenwoordige tijd. Het is echter belangrijk om hierbij aan te tekenen dat de verschillende perspectieven uit tijdvakken die reeds voorbij zijn, niet direct oplossingen op zullen leveren voor onze huidige problemen.18 Dat gezegd hebbende, zij kunnen ons desalniettemin helpen om te reflecteren op onze hedendaagse relatie met het milieu. Zeker de oudheid biedt wat dit betreft een heel reservoir aan interessante invalshoeken die wij kunnen gebruiken om een andere kijk op de natuur en onze plaats daarin te ontwikkelen.19

En dit is zeker geen grensverleggend idee. Ook klassieke werken in dit veld putten al uit de oudheid. Het hierboven aangehaalde boek Silent Spring refereert bijvoorbeeld aan het genre van de pastorale literatuur, dat zijn wortels heeft in de antieke wereld.20 Toch blijft de afstand tussen ons en de oudheid groot – zelfs voor degenen die zichzelf als antiek beschouwen! Daarom zullen we op zoek moeten gaan naar een manier om de invalshoeken op de natuur uit dat verre verleden die ons interesseren te pakken te krijgen. En hier komen we aan bij het nut van de verhalende ecologie.

De verhalende ecologie

Andere perspectieven op de natuur opsporen in teksten uit de oudheid is geen sinecure. Bij de oud-Griekse en Romeinse teksten komt er ook nog eens een hoop bagage bij kijken. Want in de lange tijd dat deze documenten al bestudeerd worden, heeft men hier reeds vele ideeën en vooringenomenheden op geprojecteerd. En deze geschiedenis informeert nog steeds ons huidige begrip van hun inhoud.21 Er bestaan daarom hardnekkige vooroordelen die een doelgerichte taxatie van zulke teksten in de weg kunnen zitten. Zoals het idee dat men in oude culturen meestal in harmonie met de natuur leefde.22 Hiermee wordt het belang van een betrouwbare methodologie maar weer eens aangestipt.

En de verhalende ecologie kan nu juist zo’n soort methodologie zijn. Zoals de prominente onderzoeker Christopher Schliephake stelt, houdt deze benadering zich bezig, met “het bestuderen van het menselijke denken en betekenisverlening zoals deze verbonden kunnen worden met de natuurlijke omgeving en de houdingen hiertegenover.”23 Een verhalend ecologische lezing van oude literaire vertellingen kan – indien deze teksten inderdaad de verschillende verbindingen weerspiegelen die er toentertijd bestonden tussen de mensen en de niet-menselijke wereld – de mentale landschappen die erin te vinden zijn, onthullen.24 Simpeler gezegd: een verhalend ecologische lezing van onze bronnen uit de oudheid biedt ons een blik op de vele manieren waarop de natuurlijke omgeving ervaren werd in het antieke denken.25 De aldus gereconstrueerde denkbeelden over de natuur geven ons potentieel zicht op de redenen waarom mensen in de oudheid omgingen met hun daadwerkelijke natuurlijke omgeving op de manier dat zij dit deden, de wijzen waarop zij toentertijd ecologische kennis verzamelden en in hoeverre zij zelf beïnvloedt werden door hun kennis en die omgeving.26

Voor enkele voorbeelden keren we terug naar het Oude Griekenland. Waar we vorige week de indringende betekenis van het woord τύχη bespraken – namelijk de omstandigheden die buiten je bereik liggen maar toch het verloop van je leven bepalen – zoeken we nu in de ons overgeleverde teksten naar beschikbare denkbeelden over de toenmalige natuurlijke omgeving. En daar zijn er een hoop van te vinden – zelfs in de meest alledaagse en onverwachte documenten.27 Veel antieke auteurs schrijven over de gevaren van de natuur en stellen de wereld buiten de menselijke bebouwing voor als vijandig.28 Terwijl anderen vijandige aanwezigheden beschrijven, zoals cyclopen, maar verder een vredige idylle schetsen.29 En dan zijn er ook nog schrijvers die de nadruk leggen op onze verantwoordelijkheid jegens de natuur en de impact die wij al hebben gehad en nog kunnen hebben.30 Deze laatsten hadden het hiermee bij het rechte eind, kun je wel zegen. We hebben bijvoorbeeld weet van Atheens beleid om de rivier de Ilisos schoner te maken en te voorkomen dat er industrieel afval werd gedumpt.31 En deze maatregelen bleven voorwaar niet zonder resultaat, als we Plato’s latere beschrijving van die plaats mogen geloven!32 Dergelijke wisselende indrukken geven ons de taak om te bepalen welke denkbeelden de overhand hadden wat betreft de verschillende natuurlijke omgevingen en welke omstandigheden hierbij relevant waren. De overvloed aan antieke bronnen in aanmerking genomen, durf ik te beweren dat men hier een volledige academische carrière aan kan wijden om er vervolgens achter te komen dat je alleen aan de oppervlakte hebt gekrabbeld.

Conclusie: tussen verhalen en samenlevingen

Het doorspitten van oude teksten aan de hand van de methodologie van de verhalende ecologie terwijl je op zoek bent naar de houding die mensen zich in het verleden aanmaten jegens hun natuurlijke omgeving, is natuurlijk niet het enige mogelijke gebruik van deze bronnen. Net zoals de antieke ideeën over het klimaat en het milieu hun weg vonden naar de teksten uit die tijd, zien we de huidige klimaatcrises weerspiegelt in de hedendaagse popcultuur. Hoewel dit niet altijd gebeurt op de manieren waarop je dat zou verwachten.33 Dus naast het zoeken naar andere perspectieven, kan de studie van antieke teksten ons wellicht eveneens helpen om een beter idee te krijgen van hoe dit proces in zijn werk gaat. Maar ook als we deze en andere benuttingen serieus nemen, is het belangrijk om ons te hoeden voor anachronismen en het projecteren van onze huidige problemen op de maatschappijen van het verleden.34 Al was het alleen al omdat de studie van andere belevingswerelden die drastisch verschillen van die van onszelf, zoals degene die we vinden in het verre verleden, op zichzelf al waardevol is.35 En deze onderneming loont des te meer wanneer we er een groter aantal oude culturen bij betrekken worden dan momenteel vaak het geval is.36

Maar ook als we onze huidige problemen niet op de oudheid projecteren, ontkomen we er niet aan dat de mensen van toen – tot op zekere hoogte – gelijksoortige uitdagingen onder ogen moesten zien.37 De industriële productie die plaatsvond in het Romeinse Rijk veroorzaakte bijvoorbeeld een zodanige neerslag van zware metalen in de ijskappen van Groenland, dat een dergelijke vervuiling daar niet meer waargenomen kan worden tot in de 18de en 19de eeuw n.Chr. de industriële revolutie op stoom kwam.38 En ook het door menselijk toedoen uitsterven van andere soorten kent voorlopers in het verre verleden.39 Ontbossing door ons handelen is een ander voorbeeld. Dit was een probleem doorheen de hele Mediterrane wereld in de oudheid, alsmede in het oude Nabije Oosten.40 Men kan daarom beargumenteren dat het antropoceen, oftewel het tijdperk waarin de mensheid begon met het beïnvloeden van het wereldwijde ecosysteem op deze geweldige ruimterots die we ons thuis mogen noemen, veel eerder begon dan vaak wordt aangenomen. Over een week zullen we dan ook de volgende vraag proberen te beantwoorden: wanneer is het antropoceen écht begonnen?

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.

Voetnoten

  1. Dit voorbeeld is deels geïnspireerd door: Cheryl Lousley, “Ecocriticism”, in: Paula Rabinowitz (red.), Oxford Research Encyclopedia of Literature (Oxford: Oxford University Press, 2020), p. 2.
  2. Rachel Carson, Silent Spring (Boston: Houghton Mifflin, 1962), p. 1-3.
  3. Christopher Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World: Questions and Perspectives (Cambridge: Cambridge University Press, 2020), p. 16.
  4. Ibidem, p. 13.
  5. Wolfgang Haber, “Anthropozän: Folgen für das Verhältnis von Humanität und Ökologie”, in: Wolfgang Haber, Martin Held & Markus Vogt (red.), Die Welt Im Anthropozän: Erkundungen Im Spannungsfeld Zwischen Ökologie Und Humanität (München: Oekom, 2016), p. 19–38; Stephanie Dalley, “The Natural World in Ancient Mesopotamian Literature”, in: John Parham & Louise Westling (red.), A Global History of Literature and the Environment (Cambridge: Cambridge University Press, 2017), p. 21-36; Massih Zekavat, “Ecocriticism and Persian and Greek Myths about the Origin of Fire”, Comparative Literature and Culture, 16 (4), p. 10:1-9.
  6. Christopher Schliephake, “Introduction”, in: Christopher Schliephake (red.), Ecocriticism, Ecology, and the Cultures of Antiquity (Lanham: Lexington Books, 2017), p. 2.
  7. Robert S. Emmett & David E. Nye, The Environmental Humanities: A Critical Introduction (Cambridge: The MIT Press 2017), p. 101-102.
  8. Ibidem, p. 3-5.
  9. Greg Garrard, Ecocriticism (Third Edition) (Abingdon: Routledge, 2023), p. 7. Soms wordt ecokritiek zelfs gelijk gesteld aan het bestuderen van “de relatie tussen literatuur en de fysieke omgeving”, Eng: “the relationship between literature and the physical environment”, zie: Cheryll Gotfelty, “Introduction: Literary Studies in an Age of Environmental Crisis”, in: Cheryll Glotfelty & Harold Fromm (red.), The Ecocriticism Reader: Landmarks in Literary Ecology (Athens: University of Georgia Press), p. xviii.
  10. Schliephake, “Introduction”, p. 1-2.
  11. Ibidem, p. 2; Steven Vogel, Thinking like a Mall: Environmental Philosophy after the End of Nature (Cambridge: The MIT Press, 2015), p. 1-31.
  12. Brooke Holmes, “Foreword: Before Nature?”, in: Christopher Schliephake (red.), Ecocriticism, Ecology, and the Cultures of Antiquity (Lanham, MD: Lexington Books, 2017), p. xii.
  13. Louise Westling, Deep History, Climate Change, and the Evolution of Human Culture (Cambridge: Cambridge University Press, 2022), p. 18-20.
  14. Schliephake, “Introduction”, p. 3.
  15. Emmett & Nye, The Environmental Humanities, p. 2
  16. Ibidem, p. 6-8.
  17. Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 1-2.
  18. Ibidem, p. 2-5.
  19. Ibidem, p. 6-8; Brooke Holmes, “Greco-Roman Ethics and the Naturalistic Fantasy”, Isis 2014, 105 (3), p. 570.
  20. Schliephake, “Introduction”, p. 7; Garrard, Ecocriticism, p. 2, 6.
  21. Schliephake, “Introduction”, p. 3-4.
  22. Ibidem, p. 6.
  23. “[I]s concerned with the study of human thought and meaning-making connected to the natural environment and attitudes toward it”, zie: Schiephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 24.
  24. Hubert Zapf, “Cultural Ecology, the Environmental Humanities, and the Transdisciplinary Knowledge of Literature”, in: Serpil Oppermann & Serenella Iovino (red.), Environmental Humanities: Voices  from the Anthropocene (Lanham: Rowman & Littlefield, 2017), p. 65.
  25. Schiephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 27; Roger Buxton, Imaginary Greece: The Contexts of Mythology (New York: Cambridge University Press, 1994), p. 81.
  26. Schiephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 18, 24.
  27. Ibidem, p. 28.
  28. Buxton, Imaginary Greece, p. 87.
  29. Richard Buxton, “Landscapes of the Cyclopes”, in: Greta Hawes, (red.), Myths on the Map: The Storied Landscapes of Ancient Greece (Oxford: Oxford University Press, 2017), p. 54.
  30. Cinzia Bearzot, “Ancient Ecology: Problems of Terminology”, in: Orietta D. Cordovana & Gian Franco Chiai (red.), Pollution and Environment in Ancient Life and Thought (Stuttgart: Franz Steiner Verlag, 2017), p. 54, 58.
  31. Livio Rossetti, “Il Più Antico Decreto Ecologico a Noi Noto e il Suo Contesto’, in: Thomas M. Robinson and Linda Westra (red.), Thinking about the Environment: Our Debt to the Classical and Medieval Past (Lanham: Lexington Books, 2002), p. 44–57.
  32. Plato’s Phaedo, 227a-230e, zie: Bearzot, “Ancient Ecology”, p. 55.
  33. Emmet & Nye, The Environmental Humanities, p. 94.
  34. Oliver Rackham, “Ecology and Pseudo-Ecology: The Example of Ancient Greece”, in: John Salmon and Graham Shipley (red.), Human Landscapes in Classical Antiquity: Environment and Culture (New YorkRoutledge, 1996), p. 17.
  35. Schliephake, “Introduction”, p. 4.
  36. Ibidem, p. 10.
  37. Schliephake, The Environmental Humanities and the Ancient World, p. 5.
  38. Ibidem, p. 23. Jep, ik heb je weer aan het Romeinse Rijk laten denken!
  39. Ibidem, p. 28.
  40. John Donald Hughes, “Deforestation and Forest Protection in the Ancient World”, in: Orietta Dora Cordovana & Gian Franco Chiai (red.), Pollution and the Environment in Ancient Life and Thought (Stuttgart: Franz-Steiner-Verlag, 2017), p. 203; Marc van de Mieroop, A History of the Ancient Near East (Chichester: Wiley Blackwell, 2016), p. 7; Roger Sands Forestry in a Global Context (Wallingford: CABI Publishing, 2005), p. 16.